Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Tom Bruynooghe:
Cie de Koe bestaat twintig jaar en brengt "een gelukkige verjaardag"
Jan Decorte en Compagnie Marius brengen Wintervögelchen
Compagnie Cecilia, Union Suspecte en HETPALEIS brengen Broeders van liefde
DE KEUZE '08: JAN speelt Thierry in Monty
DE KEUZE '08: Bad van Marie viert zijn vijfde verjaardag met www.win-een-auto.com
Krapps laatste band in een regie van Johan Simons in het NTGent
NTGENT GRAAFT IN EEN KLASSIEKER
datum 09.01.2009
rubriek Podium
Ken je het gevoel? Je voelt je niet zo goed in je vel, je bent alleen en dan begint het. Je begint te genieten van het verdrietig zijn, je begint je te wentelen in zelfmedelijden. Je snikt, je vloekt, je zwelgt. Tot het besef komt van waar je mee bezig bent en je jezelf nog meer begint te haten of te verachten. Dan pas word je echt verdrietig. Dan pas mag je met recht en reden klagen. Hoewel de reden tot klagen dan al ver te zoeken is en misschien zelfs geen rol meer speelt.
Het is dat gevoel dat van in het begin voelbaar is in Krapps laatste band door het NTGent. Steven Van Watermeulen, de enige acteur in het stuk, komt op als een zielig naakt hoopje mens. Op de scène zien we een tafel op een platform. Aan de tafel een bureaustoel. Daarachter een berg. Een berg wat eigenlijk? Het puin van wat de mens ooit geweest is? Het stof dat zich tijdens onze levens ophoopt en zich over onze herinneringen legt? Het stof tot wat wij ooit zullen vergaan? Het herbergt alles wat Krapp heeft. Na wat doelloos te hebben rondgelopen, haalt hij zijn kleren van onder het puin en trekt hij ze een voor een op zijn eigen zielige, stuntelige en vooral lusteloze wijze aan. Hij eet bananen, hij drinkt champagne, maar het gaat allemaal zeer moeizaam. Hij sleept zich van de ene handeling naar de andere.

Het gevoel waar ik over sprak is gemakkelijk te zien, te horen en te voelen. De redenen voor deze droefheid zijn een pak moeilijker te achterhalen. Daarvoor moet je als toeschouwer de moeite doen om in het hoofd van Krapp te duiken en mee te gaan in zijn herinneringen. Hij luistert immers elk jaar naar een van de vele boodschappen op band die hij in de loop van zijn intussen negenenzestigjarige leven heeft opgenomen. Zijn het de herinneringen die hem zijn droefenis bezorgen? Op een indirecte manier wel. Door dertig jaar of meer terug te gaan in de tijd, staat Krapp stil bij het heden en beseft hij dat hij eigenlijk niet veel bereikt heeft. Elk jaar kent zijn vaste stramien, maar veel zin heeft het niet voor Krapp. De gedachten die dertig jaar geleden nog groots waren, stellen nu niets meer voor en worden door Krapp letterlijk van de tafel geveegd. Wat overblijft is puin. Een zielig hoopje mens dat zelfs het gevecht tegen zijn eigen herinneringen verliest.

Samuel Becketts “Krapps laatste band” is een vrij korte tekst die bij opvoering een dertigtal minuten in beslag neemt. Johan Simons heeft dit doen uitgroeien naar drie keer zoveel. Een hele uitdaging voor de regisseur, de acteur, en het publiek. Want Beckett blijft Beckett. Wat je er ook mee doet.
Een belangrijke ingreep zijn de stille momenten, waarin vooral de hulpeloosheid van het personage Krapp zeer sterk worden uitgespeeld door Steven Van Watermeulen. Zijn aarzelingen, zijn verwonderdheid om de dingen, zijn radeloosheid worden er sterker in vertolkt dan in de woorden die hij gebruikt. In die woorden is ook ingegrepen. Bij Beckett krijgt de eigenlijke acteur maar een heel klein aandeel in de voorstelling. Het grootste deel komt van de op band opgenomen boodschap. Simons laat echter zijn Krapp vaak anticiperen op de boodschap en die door het personage voorzeggen. Dit maakt Krapps ritueel nog zinlozer, aangezien hij luistert naar wat hij toch allemaal van buiten kent. Hij beseft dus maar al te goed waarmee hij zichzelf kwelt.
Voegen deze ingrepen iets toe aan het origineel? Jazeker. Ze helpen de sfeer van zinloosheid en radeloosheid die in de tekst zitten nog uitvergroten. Wel houden ze een risico in. Stukken van Beckett vragen een grote inspanning van het publiek dat de hele tijd geconcentreerd moet blijven. Wanneer het stuk drastisch verlengd wordt, wordt ook meer van het publiek gevraagd. Maar wie een beetje moeite doet, blijft geboeid kijken.

Tot slot nog iets over het licht. In Becketts stuk is het contrast tussen licht en donker zeer belangrijk. Dat is het zeker ook voor de makers van het NTGent. Hiervan getuigt bijvoorbeeld het citaat van Beckett dat als motto voor de voorstelling wordt meegegeven in het programmaboekje: “Maar waar wij zowel licht als ook donker hebben, hebben wij ook het onverklaarbare.” We zien dit ook op scène. De scène wordt van begin tot einde afgebakend door een rechthoek van helder licht, wat de acteur toestaat te spelen met de grenzen van dit lichtvlak. Daarnaast is er de grote lamp die begraven ligt in het puin en het licht dat uit de tafel komt, wanneer er een band loopt. Dit is ook het licht waarmee het stuk eindigt.
Het licht maakt ook dat Van Watermeulen kan spelen met schaduwen en dat doet hij meer dan eens. Soms vindt zijn personage dit grappig, op andere momenten beangstigt het hem, en lijkt hij zich bespied te voelen door zijn schaduw. En is volgens Carl Jung de schaduw niet het symbool voor datgene wat wij van onszelf ontkennen? In Krapps laatste band komt een einde aan het ontkennen van zichzelf, en komt dit in het verblindende licht van het besef van de zinloosheid te staan.

Johan Simons heeft het zijn publiek niet gemakkelijk gemaakt, maar dat het een straffe prestatie is, dat valt niet te ontkennen.



CREDITS

Tekst: Samuel Beckett, vertaald door Peter Verhelst
Regie: Johan Simons
Spel: Steven Van Watermeulen
NTGent

Gezien in de schouwburg van het NTGent op 19 december 2008
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie