Meest recente artikels:
Architectuur in het werk van Herman van Ingelgem
twee theatervernieuwers brengen opera tot leven.
Fiona Mackay at Lokaal 01
jong talent en wezenlijk experiment
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over 'De laatste slaaf' van Rodaan Al Galidi
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
HET HELLEND PAADJE VAN MAETERLINCK
datum 11.12.2008
auteur Peter Wullen
rubriek Literatuur
Op 11 november trekken duizenden mensen naar de lijkenvelden van de Westhoek. De hoeveelheid achterneven, achternichten, verre nazaten en familieleden, die naar de oorlogskerkhoven van Ieper en omstreken komen afzakken om een laatste groet te brengen aan hun in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde bloedverwant, stemt tot nadenken. De Eerste Wereldoorlog sterft niet. Na 90 jaar blijft de nalatenschap bestaan. Dat komt ten dele omdat de oorlog zo tastbaar en zichtbaar is in het landschap van de Westhoek. Maar de Eerste Wereldoorlog liet ook een berg papier achter. In de jaren voor, tijdens en na de oorlog waande ieder zich plots dichter. Geert Buelens bracht met twee fenomenale naslagwerken orde in de onoverzichtelijke stapels gedichten uit de Eerste Wereldoorlog.
In zijn voetnoten bij Het lijf in slijk geplant vermeldt Buelens terloops dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog in totaal 27 Nederlandstalige dichtbundels verschenen in België alleen al. Ik ben de trotse bezitter van 2 originele exemplaren, Granaatscherven van Juul Liseron en Oorlogsgedichten van den Yser en het Yserland van H. Norda, allebei uitgegeven in 1917 bij uitgeverij ‘Alexis De Carne te Stavele (onbezet België)’ (sic!). De opdracht bij de bundel van Norda luidt 'Den Grootdadigen Koning, Zijn Heldhaftig Leger, Zijn Houw en Trouwe Volk Toegewijd'. De twee dichtbundels bevatten heldhaftige gedichten, die niet zozeer opvielen omwille van hun poëtische kwaliteit – die veeleer uit de 19de eeuw stamde – maar wel door hun onverdroten patriottisme en royalisme. Van Norda en Liseron zijn geen gedichten opgenomen in Het lijf in slijk geplant. Buelens zegt zelf dat hij bewust geen ‘allesomvattende’ canon wou samenstellen, maar wel een historisch document. Bij een historisch document horen niet alleen klassieke gedichten, maar ook sentimentele, agressieve, retorische, experimentele of pathetische schriftelijke uitingen. Tot die laatste categorie behoort het curieuze gedicht van Adolf Hitler, dat op p. 458 afgedrukt werd. De piepjonge onbekende zondagsdichter Hitler schreef het gedicht op 4 augustus 1917 toen hij met zijn regiment op rust was in de Elzas.

Om ons heen ligt het vijandige leger,
Talloos als zand aan zee.
De Fransman, Rus en Brit,
met hun kleine blaffers mee.

En wij – in het heetst van de strijd
wij houden vaandelwacht .
Trouw tot aan de dood
blauwwit en zwartwitrood
.

(uit: ‘Blauwwit en zwartwitrood’ van Adolf Hitler)

Het land België veroverde tijdens de beginmaanden van de Groote Oorlog zijn definitieve plaats in de wereld! Geprangd als het was tussen Duitsland en de geallieerden werd het over de ganse wereld in talloze gedichten geroemd om zijn onverzettelijkheid en zijn onverschrokkenheid. Koning Albert werd vereerd als een held der natie. Het Belgische volk werd geprezen om zijn ‘plichtsbesef en dadendrang’. Iedereen was solidair met het lot der onfortuinlijke Belgen, die hun neutraliteit opgaven om zich met alle mogelijke middelen te verweren tegen de Duitse bezetter. In alle mogelijke talen verschenen dan ook lofuitingen over de Belgen. Begaan met het lot der Belgische vluchtelingen schreef de Zwitserse auteur Jules Carrara in zijn dichtbundel Solidarité zelfs een ode ‘Aan Albert I, Koning der Belgen’. De Brit Ford Madox Ford schreef het gedicht ‘Antwerp’ nadat hij in het Londense Charing Cross Station een onafzienbare rij haveloze Belgische vluchtelingen aanschouwde. De beroemde Russische symbolistische dichter Alexander Blok schreef een gedicht over de gevallen stad Antwerpen, die hij in 1911 bezocht. Het merkwaardigste gedicht over het lijden van België werd geschreven door de ego-futuristische Russische dichter Igor Severjanin.

O, stad van de vermaarde oesters
En de asblonde duinen,
En de golven, blauwende bengels,
O stad, tragische vooravond!...

Is het paadje werkelijk zoek geraakt,
Het hellende paadje,
Naar Maeterlincks knusse schuiloord,
Waar het zalig slapen is?...


(uit: ‘Poëzie over België’ van Igor Severjanin)

De idee voor Het lijf in slijk geplant groeide toen Geert Buelens research deed voor het geïllustreerde boek Overkant – Moderne verzen uit de Groote Oorlog van Tom Lanoye, dat in 2004 verscheen bij de uitgeverij Prometheus. Overkant bevatte Franse, Duitse, Russische en Italiaanse gedichten van Wladimir Majakowski, Georg Trakl, Guillaume Apollinaire, August Stramm en Giuseppe Ungaretti. Hij ontdekte dat er geen grote internationale bloemlezing van gedichten uit de Groote Oorlog bestond. Buelens trok voor een sabbatical van zes maanden naar het John W. Kluge Center van de Library of Congress in Washington D.C., het belangrijkste documentatiecentrum ter wereld. Buelens rekende uit dat tijdens de Eerste Wereldoorlog meer dan een miljoen gedichten geschreven werden oftewel 50.000 gedichten per dag. Uit die onoverzichtelijke stapel selecteerde hij ongeveer 600 gedichten uit alle windstreken en in alle talen. Duitse, Franse en Engelse gedichten staan broederlijk naast Tsjechische, Georgische en Russische gedichten. Elk gedicht werd afgedrukt in de originele taal met een vertaling in het Nederlands ernaast. Er is ook steeds gekozen voor hedendaagse vertalingen, wat de homogeniteit van het boek zeker ten goede komt. De gedichten werden chronologisch gerangschikt. Het eerste gedicht 'Der Krieg' dateert uit 1911 en is van de hand van de Duitse schrijver Georg Heym, die de oorlog voorspelde maar hem ironisch genoeg niet meemaakte. Hij zakte in 1912 tijdens een schaatstochtje door het ijs en verdronk. Het laatste gedicht uit het boekwerk werd in 1925 geschreven door de Poolse futurist Anatol Stern.

miljoenen dancings knarsen met hun zwarte smoelen
zie daar de jazzband van ontdekkingen
de shimmy van betrekkelijkheid
de jig van economische catastrofes
en die nieuwste dans –
de surrealistische kamarinskaja
van klassengelijkheid
waaronder de parketvloer van Europa bezwijkt


(uit: ‘Europa’ van Anatol Stern)

Samen met het imposante naslagwerk Het lijf in slijk geplant. Gedichten uit de Eerste Wereldoorlog verscheen het populair-wetenschappelijke boekwerk Europa Europa! Over de dichters van de Grote Oorlog, dat in kort bestek de historische context en de ontstaansgeschiedenis schetst van de ‘literaire oorlog’, zoals de Eerste Wereldoorlog terecht genoemd wordt. “De poëzie van de Eerste Wereldoorlog is in dat opzicht blijvend fascinerend materiaal”, aldus Buelens. “Dat maakt ook dat een ondertitel als ‘Over de dichters van de Groote Oorlog’ niet dezelfde bijklank kan hebben als ‘Over de aquarellisten van de Holocaust.” In vogelvlucht worden de belangrijkste gebeurtenissen van het eerste kwart van de 20ste eeuw overlopen: van de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz-Ferdinand door de Servische Bosniër Gavrilo Princip tot de opening van het cabaret-café Picador in het naoorlogse Warschau op vrijdag 29 november 1918 voor een avond die hij omschrijft als dada-op-rantsoen.

Von Hintze, Kronprinz, naar de hel met dat gespuis!
Het Rijk stuikt ineen als een kaartenhuis,
Een angstdroom verstikt de keizer ’s nachts tot na zessen,
Schots trompetgeschal klinkt reeds van alle kant…
- Divisies terugtrekken tot diep in het achterland!
Bommengeraas klinkt al boven Essen!


(uit: ‘Alles alles über Deutschland’, van Antoni SÅ‚onimski)

Buelens besteedt niet alleen aandacht aan de oorlog zelf maar ook aan de neveneffecten ervan. In het Oosten destabiliseerden de oorlog en de algemene mobilisatie het verzwakte tsarenrijk. De Russen maakten in 1917 komaf met de monarchie. De Ieren bevochten op hun beurt hun onafhankelijkheid van het Britse moederland tijdens een bloedige burgeroorlog. De vele veldslagen van de Eerste Wereldoorlog, onder meer aan de Somme en de Marne, kostten het leven aan honderdduizenden soldaten. De lijst met bekende en onbekende dichters, die zich vrijwillig aanmeldden voor het front en daar in de trenches in een zinloze strijd verzeild raakten en sneuvelden is schier eindeloos: Alfred Lichtenstein, Ernst Wilhelm Lotz, Ernst Stadler, Jean-Allard Méus, Pierre Amar, Jacques Baguenier Desormeaux, Jean Reutlinger, Robert de Saint-Just,… Het zijn maar enkele namen van dichters die tijdens de eerste vijf maanden van de oorlog vielen. Buelens beschrijft kort het individuele lot van elke schrijver temidden van de wereldschokkende gebeurtenissen. Het oorspronkelijke enthousiasme voor de oorlog taande al gauw en sloeg om in ontzetting om de gruwel en ontbering, die de war poets in de loopgraven te beurt vielen en die nauwelijks in woorden te vatten was. Hun nalatenschap is hierbij veilig gesteld. Geert Buelens verlegt met Het lijf in slijk geplant en Europa Europa! de maatstaven. Beide boekwerken zijn monumenten in het Nederlandse taalgebied. “Poëzie vormt hier geen versiersel van en voor estheten,” besluit hij. “Maar een bron van kennis over het verleden en een demonstratie van hoe dat verleden door woorden vorm heeft gekregen.”

Op de loer
in deze ingewanden
van puin
heb ik mijn karkas
uur na uur
voortgesleept
gesleten door de modder
als een zool
of als een zaadkorrel
van de meidoorn

Ungaretti
man van leed
aan een illusie heb je genoeg
om weer moed te vatten

Aan de overkant
legt een zoeklicht
een zee
in de mist


(uit: ‘Bedevaart’ van Giuseppe Ungaretti)



Het lijf in slijk geplant. Gedichten uit de Eerste Wereldoorlog
. Samengesteld en ingeleid door Geert Buelens, Ambo/Manteau 2008, ISBN 978 90 223 2289 5.

Geert Buelens, Europa Europa! Over de dichters van de Grote Oorlog. Ambo Manteau 2008, ISBN 978 90 223 2290 1.


Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie