Als single in deSingle en petrol in Petrol
Mijn bloedcel neemt eerst een vertakking naar de zaal van ‘Het Andere Podium’ waar de Frappant Txt winnaars van 2008 het beste van zichzelf geven. Reinout Verbeke en Met Nevenwerking heb ik blijkbaar door aanschuif- en verwelkomingsrituelen al gemist. De gemoedelijke en warme stem van Zeno Van Duppen, een orthodontiestudent en schrijfliefhebber, laat eenvoudig maar doordacht proza en toegankelijke poëzie tot zijn recht komen. Floris Schillebeeckx, die met de eerste prijs van Frappant aan de haal ging, geeft met ‘Brief aan Mickey Mouse’ een voorproefje van zijn schrijfkunde en meedogenloos kennisbestand. Hij toont overigens hoe teksten in al hun rijkheid met klasse op een podium kunnen gebracht worden, met rust en zelfzekerheid. Angelo – ja, die van de lokale radio op Het Theaterfestival – praat de performances op zijn typisch humoristisch lultredje aan elkaar en rondt het Frappant-deel af. Tijd om elders heen te vloeien.
Door de gangen en hallen dwalen, maakt immers een groot deel van de sfeer van De Nachten. Hier komen cultuurbewuste tieners hun mogelijke toekomstige partners tegen en profileren jonge leeuwen zich als deel van een kleine maar intense kunstscène. Vaak hebben de met tapijt verhulde wandelstroken dan ook iets van een nonchalante catwalk en worden ze, naarmate de uren vorderen en de alcohol vloeit, de eeuwige jachtvelden van de belezen single. Je zou bijna vergeten dat er hoog aangeschreven figuren de podia vullen van de rode en de blauwe zaal.
In de rode zaal, waar alles aan elkaar gepraat wordt door een enthousiaste Marcel Vanthilt, is het thema van de avond wellicht het meest geliefkoosde gespreksonderwerp van mannen: de waanzinnige vrouw. Kristien Hemmerechts slaagt er niet in me te boeien met haar aaneenknoping van gemeenplaatsen en historische feiten over ontspoorde schrijfsters. Haar kleuterjufachtige manier van lezen en de didactische en ongeïnspireerde inhoud zorgen voor enige irritatie die ontstaat ergens tussen mijn oren en hersenen. Na haar lezing volgt een prachtige dansperformance van Ward/ward, die intens over het witte podium lichaamscodes uitschrijven op minimalistische elektronische muziek en zo de kwetsbaarheid en de kracht van gekte en vrouwelijkheid uitbeelden. Ook Joke van Leeuwen heeft een leesstem die me niet weet te boeien. Ik begin mezelf te verdenken van onderbewust seksisme. Ik pleeg vluchtmisdrijf, neem gezellig een biertje aan een van de vele barposten en meng me tussen minder geletterd vrouwvolk. Net op tijd terug om Brusselmans met een zalig droge leesstem de verhalen van zijn gestoorde tante Lydia te horen vertellen. Hij ontziet niets of niemand en fistfuckt zijn weg door spraakgebreken en geitenstront. Genoeg gelachen met krankzinnige wijven. Maar weer eens de catacomben opzoeken.
In de partyhall sneren gitaarpartijen van één van de zes genodigde projecten van Mauro door mijn botten. In mijn muzikaal geheugen worden The Velvet Underground en Nirvana losgeweekt. Een gezellige drukte vult de ruimte rond de trappen en enkele praktiserende, licht getemperde headbangers, zorgen voor een typerend festivalsfeertje. Een collega maakt me attent dat in de rode zaal inmiddels ook een indie rockband aan het werk is. Op een podium met retro uitstraling en begeleid door lo-fi filmpjes in de achtergrond, komen Girls in Hawaï best tot hun recht. De songs hebben veel weg van de eerste albums van Grandaddy en de hevigere finale lijkt een erebetoon aan noiserockbands als Sonic Youth. Ondanks de veelheid aan beheerste instrumenten en de met veel passie uitgevoerde PA, komt de sound van de groep nooit echt tot virtuoze uitspattingen. De tracks hangen ook niet aan elkaar, waardoor soms redelijk pijnlijke stiltes vallen tussen de nummers. Het charmerende Wallon-Nederlands in de tussenteksten en de esthetische composities van de band spreken wel tot de verbeelding. Op een openluchtconcert komen ze wellicht nog meer tot hun recht.
Ik sluit mijn literaire avond af met een doorsnee columntekst en interview van Arnon Grunberg, dat mooi wordt geleid door Ruth Joos. Tijd voor meer waanzin en volume.
Petrol staat nu al vier jaar bekend voor goed geaccommodeerd partyentertainment met internationale allures. Voor De Nachten hebben ze op vrijdag headliners T. Raumschmiere, het malin génie van de electrobeats, en Benga, de afro-king van UK dubstep. Daarrond nog heel wat drum en bass geweld van onder meer Dillinja, waar ik me niet echt graag aan overgeef. Het genre lijkt ietwat vastgeroest in principes die eind jaren negentig al insloegen als een bom en het wordt nu vooral geprezen door zestienjarige gangsters met Fish & Chips-outfit.
Raumschmiere daarentegen blies de electro nieuw leven in met stevige, trage beats en hymneachtige popmelodieën. Hij lijkt me ook een aangename vent. Gezellig in bloot bovenlijf met tatoeages samen met de helft van het publiek op het podium ronddartelen op zijn eigen hits, lijkt hem bij geboorte ingegeven. Helaas zijn die hits al zo vaak de radio en de mp3 speler gepasseerd dat ze enkel de zatsten op de dansvloer echt kunnen boeien. Ik druip dan ook af naar het achterzaaltje waar de lokale helden Kastor en Dice met een hoop grijsgedraaide dubstepklassiekers en wat nieuwe bangers de soundsystem warmspelen voor Benga. Die krijgt de hele zaal mee met een snelle mix van 4/4 funky garagehouse en zijn typische minimale en melodische dubstephits. Hier en daar veegt hij er wat populaire wobblers – voor niet kenners: dubstepnummers met de wawa-sound - doorheen en iedereen is tevreden. Wanneer zijn set op het einde loopt begeef ik me door de woelige massa naar de uitgang. Ik wil zeker zijn dat ik een tweede avond Nachten overleef.
Stilte na de storm
Nog lichtjes duizelend van al dat vertier op vrijdag begeef ik me opnieuw naar deSingel. Het lijkt wel thuiskomen. Zaterdag is de bloeddruk in deSingel beduidend lager. De gespendeerde energie van de eerste nacht en het drukke programma van het Antwerpse nachtleven elders, spelen wellicht parten. Pas binnen laat ik me verleiden de zaal van Het Andere Podium weer even te betreden. Teleurgesteld door de lezing van Elena Moermans zoek ik de nog maar amper gevulde rode zaal weer op. In die intimistische sfeer opent Andy Yorke met een eenvoudige rocksound waarvan de drums en de versterkte instrumenten duidelijk stiller worden gemixt om de stem en de akoestische gitaar van Andy tot zijn recht te laten komen. Het optreden heeft iets van de authentieke zweefrock van de vroege REM maar mist de rijpheid en innoverende kracht van zijn broer en Radiohead-frontman Thom.
Het lijkt de avond van eerlijke gevoelens en rust. De Roovers brengen een hommage aan schrijver Kamiel Vanhole samen met dochter Eva. De kwetsbaarheid van Eva en de in winterjassen geklede Roovers onderlijnen de emotioneel geladen teksten. Met wat oldies in de achtergrond en homemade straatbeeldfilmpjes zorgt dit voor een zeer pure atmosfeer. Ontroerd wandel ik buiten en voorbij De Verdieping waar het interview met schrijver Samir El Youssef aan de gang is. Hij doet als een volleerd theoreticus de details van zijn boek ‘The Illusion of Return’ uit de doeken. Ik blijf er niet te lang hangen want in de partyhall gonst pure noise van The Germans en Pieter Ampe die me van mijn zwaarmoedige bui kan redden. Helaas wordt ook dit me snel te veel en al gauw zit ik weer onderuit in de cinemazeteltjes van de rode zaal.
Sanneke van Hassel leest uit haar debuut dat getuigd van krachtige beelden, maar ze verdwijnt een beetje op het grote podium. Helene de Vos weet van haar kleinheid gebruik te maken en kruipt in de sfeer van haar monoloog, amper bewegend en met een frêle stemmetje zuigt ze alle aandacht naar zich toe. Dit zijn de waanzinnige vrouwen die Herbert Flack het leven zuur maken, de merries van een nieuwe nacht waarin luisteraars oplossen, de halfgodinnen die stormen doen zwijgen.
De Roovers wagen zich aan sublieme teksten van nog meer gekke vrouwmensen en heren; Virginia Woolf, Sylvia Plath, William Shakespeare, … Met kaarsen en koplampjes brengen ze een act die er enig uitziet en perfect samenvloeit met het begin van Mary & Me. Voor mij was dit de revelatie van De Nachten 2008. Freakfolk met een krachtige vrouwenstem en zeer diverse en kernachtige inhouden. Elke-Andreas breekt het cliché van de populaire popster met een skeletpak en een sobere act die alle ruimte laat voor de muziek. Piano, effecten, drums, gitaren, wat plastiek zakjes en een micro, meer hebben ze niet nodig om alle registers open te trekken en de zaal op te slorpen. Sublieme sensaties zinderen door mijn ruggenmerg.
Nog beladen met kippenvel en klanken druip ik opnieuw af naar Het Andere Podium waar Gummbah al even bezig is. Hij leest voor uit net niet verschenen boeken die meer humor in petto hebben dan de gemiddelde stand-up hype. Zijn directe aanpak en staccato manier van lezen benadrukken de absurditeit van de frases. De kleine zaal zit stampvol en ze wordt tot de nok gevuld met een symfonie van gelach.
Ik maak nog even tijd voor Christian Weijts die in de rode zaal uit zijn nieuwe roman ‘Via Capello 23’ voorleest. Behalve het teveel aan pornografische uitlatingen en zijn onsmakelijke smakjes in de microfoon, kan zijn proza best bekoren. Dirk Draulans daarentegen jaagt me weg met irritant stemgeluid en de pretentie van op vijftien minuten de wereld te kunnen verbeteren door met een revisie van Darwins evolutietheorie het geschil tussen mannen en vrouwen op te lossen. Het is hem natuurlijk gevraagd maar toch…
Op Het Andere Podium is inmiddels Françoiz Breut aan het werk. Met nostalgische poprock en een speciale stem weet ze het laatavond publiek te vangen en vast te houden. Mij wordt het allemaal wat te veel en ik beslis dan ook niet te wachten op de acts van Lanoye en Helsen, laat staan op de electropop in Petrol. Genoeg genacht en nood aan stilte.
Het spijtige aan het format van De Nachten is natuurlijk dat je altijd dingen mist. Niet alleen omdat twee volledige nachten moordend zijn, maar ook door de diverse zalen en het vreemd gepuzzelde programma. Ook al zijn er dan artiesten die verschillende locaties aandoen, er zijn altijd kleine randactiviteiten en projecten waarvan je wel weet dat ze bestaan, maar die helaas parallel lopen aan de kleppers in de grote zalen. Anderen zijn slechts op een klein percentage van de bezoekers gericht. Zo deed bijvoorbeeld Jef Aerts, die ik in de wandelgangen tegenkwam, zes therapiesessies voor vrouwen per avond in één van de kleine darkrooms.
Het voordeel is dat iedereen zijn eigen parcours kan uittekenen van muziek, lezingen en performances. Toch heb je altijd ergens het gevoel dat er iets aan je voorbij is gegaan en dat je het meest bruisende optreden misschien wel gemist hebt. Ik keer dan ook huiswaarts met de vraag of ik het hart van het festival ooit ben gepasseerd of ik gewoon wat in de grote teen heb rondgezwommen. Ik zal het wellicht nooit weten, maar aan De Nachten 2008 houd ik een fijne herinnering over.






