Schrijven van dans
De 38-jarige Japanse choreograaf Zan Yamashita woont en werkt in Kyoto. It is Written there. is een recent herwerkte versie van het eerste deel uit een drieluik waarin hij het verband tussen taal en dans onderzoekt. De eerste versie met dezelfde titel dateert uit 2002. Tussendoor diepte hij in Invisible Man en Cough het thema verder uit.
Yamashita toetst in zijn drieluik choreografie aan geschreven taal met als doel meer vrijheid te geven aan bewegingstaal. Nu betekent het woord choreografie letterlijk al het schrijven van dans (Gr. khoreí/dans en grafie/het schrijven): meestal gaat het om beweging door de choreograaf aan dansers voorgeschreven. Doorheen de geschiedenis zijn er naast dit artistieke ‘schrijven’ van dans ook vaak pogingen ondernomen om dansbeweging zo getrouw mogelijk in notatiesystemen vast te leggen. Toch is het boek voor Yamashita geen partituur die na de voorstelling als memento te lezen is.
De tolk tijdens ons gesprek is Akiko Nishijima, één van de danseressen die ook de tekst van het boek omzette in het Engels. Yamashita legt zijn boek als volgt uit: “Als je beweging choreografeert door het voordoen van die beweging leg je hem vast; er kan niets méér zijn dan die ene beweging. Een woord als vertrekpunt daarentegen prikkelt de fantasie en dan is er een veel bredere invulling mogelijk.”
Dat wordt nog het mooist geïllustreerd in Cough waar Yamashita als aanzet voor beweging haiku’s projecteerde op een scherm, korte gedichten die niets vastleggen maar in enkele woorden een sfeer oproepen. Hij plakt op zijn werkwijze de termen deconstructie en reconstructie. In dans staat dat gelijk met beweging uiteenrafelen om ze in een gewijzigde versie opnieuw samen te stellen. De nieuwe visie op beweging is dan vervat in de wijziging.

“Dit boek is dans”
Als ik het boek van Yamashita voor het eerst doorblader, valt me meteen op hoe taal en woorden dansen. Variaties en frases in Latijns alfabet, Japanse karakters en af en toe een grafisch symbool spelen een spel met lay-out en fonttypes. Soms zijn ze handgeschreven, één keer is er een brailleachtig reliëf. Alles in dit boek geeft richting en plaats aan. Elk blad is een open ruimte waar woorden hun plaats innemen en waar alle mogelijke ruimtelijke verhoudingen en posities mogelijk zijn. De bladen schijnen ook een beetje door. Met die potentiële interactie tussen dit blad en het volgende wordt hier en daar heerlijk gestoeid; in woordassociaties langs aflopende rijtjes die elkaar blad na blad bedekken of net niet. Ergens zit er een kijkgaatje naar het volgende blad - drop into the (laugh), staat ernaast. Een beetje verder is het woord STAR in witte letters op het blad gekleefd - de zaal wordt pikdonker en alleen de letters lichten op.
Reconstrueert de choreograaf danstaal met woorden in plaats van met nieuwe beweging? Zan Yamashita: “Ja, daar gaat het om. In de werkfase tonen de dansers beweging aan de hand van improvisatieopdrachten. Frases die me raakten heb ik ‘gereconstrueerd’ in taal, soms met een woord, soms met een zin, een dichtregel, een dialoog of hier en daar ook met een grafisch teken. Ik had ook een heel precies idee van hoe elk Japans karakter in het boek er moest uitzien. Alle woorden komen uit mijn lichaam. Het is mijn diepste overtuiging dat de woorden in dit boek dans zijn want ze komen voort uit mijn danslichaam en dat van de dansers.”
Wat Yamashita zegt doet me denken aan een beschrijving van shodo, de Japanse Wijze van Schrijven, in de roman The fourth treasure van Todd Shimoda - als een meditatie waarin de kaligraaf heel zijn lichaam betrekt. Dichter bij huis doet het me denken aan kunstenaars als Yves Klein die hun lijf gebruiken als borstel om een schilderij te maken.
In It is written here. krijgt ook de toeschouwer een actieve rol toebedeeld in het spel van deconstructie en reconstructie. Bij elke omgeslagen pagina kan hij spelen met de spanning tussen geprikkelde verwachting - opgeroepen door de teksten of de bladspiegel - en hoe die ingevuld wordt door de dansers op het podium.
Tellen op ritme
De bladzijden in het boek van Yamashita tellen van achter naar voor. “Er is me vaker gevraagd naar de reden daarvan,” zegt hij. “Voor mij is dans iets dat naar een einde gaat, net zoals het leven. Die gelijkenis tussen levende wezens die onherroepelijk naar hun dood gaan en dans die naar verdwijning leidt, voelde ik echter niet toen ik zelf danste. Dat kwam er pas toen ik zelf begon te choreograferen.”
Met dat idee van einde sluit Yamashita aan bij het apocalypsthema dat in deze editie van het KfdA al snel kwam bovendrijven, het einde van beschaving, wereld, natie, nacht of leven
Als we in de voorstelling bij het midden van het boek komen, vertraagt de kadans. The man hitting his head on the rock with blood all over, lezen we - de danseres op het podium volgt uiterst traag de verticale lijn van de Japanse karakters op pagina 44. Zeer ingetogen bewegingsmateriaal, maar het publiek wordt ongedurig. Voeten beginnen te schuifelen en enkele toeschouwers gaan ostentatief de laatste helft van het boek doorbladeren. Nog evenveel bladzijden te gaan. En net op de volgende pagina staat er staat er in grote, kale cijfers 9.11. Het blijkt dat de langste scène uit het stuk nog moet komen: een gedetailleerd relaas van één danseres over wat ze toen in New York zag gebeuren. De empathische lichaamstaal van een tweede danseres die toeluistert, verschuift in de loop van het verhaal naar ruimere bewegingen. Maar als toeschouwer moet je stilzitten terwijl je bij de les probeert te blijven.
Dit spel met paginanummering en duurtijd kan gelezen worden als een commentaar op de relatie tussen maker en publiek. Een spel van voortdurende onderbreking waarbij je als toeschouwer bij elke nieuwe pagina opnieuw kan beslissen of je meegaat in het aangeboden theatrale kader of er uit stapt. Om met de ceremoniemeester mee te gaan in een bijna meditatieve oefening in geduld en openheid voor elk volgend moment, telkens opnieuw, of om op eigen tempo de bladzijden om te slaan.
Stuwen en ademen
Als ik het heb over het geduld en de discipline die hij van de toeschouwers vraagt om gedurende honderd pagina’s geconcentreerd te blijven, geeft Zan Yamashita een oosterse inkijk op Europa: “Het was helemaal niet mijn bedoeling om het publiek op de proef te stellen maar ik realiseer me nu dat het zo kan overkomen. Dit was mijn eerste Europese voorstelling en ik ben naar hier gekomen met een beeld van Europeanen als mensen die altijd vooruit willen kijken, die voortdurend gericht zijn op wat hierna zal komen. Dat heeft iets stuwends, als een hartslag, een spanning die gericht is op het volgende, steeds maar verder, vooruit.”
Hij denkt verder na: ”Het boek bij de voorstelling is gebundeld volgens een toevalsprocédé. Bij aanvang lagen honderd bladzijden los op de vloer en ik heb intuïtief de definitieve volgorde bepaald. Achteraf bekeken is er een organische logica ingeslopen, als in een leven, met in het midden dat verhaal over een belangrijke levensfase die langere tijd in beslag neemt. Ik had het idee dat het voor Europeanen belangrijk is om precies te weten wanneer je van 75 naar 74 gaat. Aan dat ritme wilde ik tegemoetkomen. Daarom heb ik de bladzijden genummerd, zodat de Europese toeschouwers mee vooruit konden kijken. In Japan is dat niet nodig. Het tempo is er anders, eerder ademend, in en uit. Je gaat ergens in en je laat los - je bent niet meteen al bezig met het volgende.”
Zo is toch nog een belangrijk thema van het KfdA, de link tussen taal en eigen gemeenschap, ingeslopen. It is Written there. zoomt in op de relatie tussen taal en dans, op het verband tussen schriftuur, openheid en beweging. De glansrol is weggelegd voor het grote boek, dat een sturende rol heeft op het ritme van de voorstelling en op de blik van de toeschouwer. Bovendien mag het thuis op de koffietafel blijven inwerken op de herinnering en zo de vluchtigheid van het dansmedium tarten.
It is written there. Gezien tijdensKunstenfestivaldesArts 08 in de Beursschouwburg, Brussel - Concept en choreografie: Zan Yamashita - Met: Mizuho Araki, Tenko Ima, Akiko Nhijima, Mari Fukutome, Maki Morishita – Boekontwerp: Emi Naya – Licht: Asako Miura – Geluid: Mitsunori Miyata – Kostuums: Rie Yamashita






