“Twee dingen staan vast. 1. Het kan mensen niet meer schelen wat andere mensen overkomt. 2. Niets maakt nog echt verschil.” De novellen van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver geven allerminst blijk van een optimistisch, vitalistisch wereldbeeld. Carver schetst in zijn schrijfsels grauw realistische menselijke portretten die door hun volstrekte onverschilligheid vaak cynisch aandoen. Maar naast de personages neemt ook de verteller vaak een ‘so-it-goes-attitude’ aan en dat verleent de Carveriaanse verhalen een pijnlijk nihilisme.
Een tiental jaar geleden liet Toneelgroep Carver zich door deze verhaalstof inspireren bij het maken van hun eigen
Fred. Het amateurtheatergezelschap Toneelatelier ‘ver-Aalsterde’ de tekst en ging er vol spelplezier mee aan de slag. Kamer. Zetel. Aanvang. Het scènebeeld is een knappe weergave van de schijnbare eenvoud die zo typerend is voor het werk van Carver. Op het eerste zicht lijkt er niets aan de hand. Twee personages (Paula en Mary) staan in een doodgewone kamer (met een hip retro behangpapiertje dat verdacht veel bij hun outfit past, dat wel) met een doodgewone zetel. Maar de bewuste weglating van ramen en het camoufleren van de deuren laat al gauw vermoeden dat deze kamer een symbolisering is van het feit dat de drie personages (ondertussen is Arthur erbij gekomen) ongewild op elkaar aangewezen zijn. De ruimte tussen de drie muren en de vierde wand is te klein en tot overmaat van ramp schuift de achterwand dan nog eens dichterbij om de claustrofobische ervaring te vervolledigen. De bewoners lopen de muren op en vliegen elkaar in de haren. Bovendien loopt de communicatie - naar goede Carveriaanse gewoonte - spaak. Hoewel er wordt gemuggenzift over de precieze betekenis van woorden of uitdrukkingen, worden de dialogen vaak naast elkaar gevoerd. Bovendien toont een afgesneden telefoonsnoer aan dat de personages van de buitenwereld geïsoleerd zijn.
L’ enfer, c’est les autres.
-Christophe-Ketels-.jpg)
Hoewel het bij momenten wel duidelijk is dat het hier om amateurtheater gaat, zet Marie-Rose Van Der Sypt een ijzersterke Paula neer die het midden houdt tussen een uit een novelle van Carver weggelopen personage en ma Flodder. Ze is naar eigen zeggen ‘een opkropperke’ en zoekt soelaas in bounty’s en kaas. Toneelatelier Aalst slaagt erin fijne en relativerende humor te injecteren in dit verloederde huishouden en verrast de toeschouwer met een inventieve mise-en-scène. Kort en krachtig.
CREDITS
Theaterfestival 2008 - ParallelprogrammaToneelatelier AalstFred
Van/met: Colette Notenboom (regie), Toneelgroep Carver (tekst), Steven De Leeneer, Lies Geldhof, Marie-Rose Van Der Sypt (spel)
Lees ook de volgende artikels:Nanda M. Suwargana -
Onuitstaanbaar drietal