Duitsland heeft onbetwistbaar een van de meest
vibrerende en progressieve muziekscenes in Europa. Groepen uit de jaren
'70 als Can, Neu!, Faust, Kraftwerk, Cluster en (God beware...) Tangerine
Dream waren hun tijd kilometers ver vooruit en worden nu eindelijk op hun
ware waarde geschat. In hun kielzog zijn gedurende het laatste decennium
een schier oneindig aantal getalenteerde landgenoten opgestaan.
Acts als
Oval, Mouse on Mars, The Notwist, Kreidler en Tarwater zijn maar het topje
van de ijsberg: voor wie dieper wil graven moet maar eens op zoek gaan
naar de releases op labels als A-Musik, On/Off, Mille Plateaux, Compost of
Sonig: een ware schatkamer. Voeg aan het lijstje nu ook maar Couch toe (op
Kitty-Yo): dit gezelschap heeft zich met zijn derde plaat ruimschoots
overtroffen. Profane bevat instrumentale, veelgelaagde
composities, die zowel refereren naar Slint als (natuurlijk) Can. Vanuit
een eenvoudige rockbezetting (bas, gitaar, keyboards en drums) worden de
contouren uitgetekend van een opwindend klanklandschap, waarin voortdurend
gegoocheld wordt met stemmingen en structuren. 'Meine Marke' klinkt jazzy
en somber, met Micha Acher (van the Notwist en Tied & Tickled Trio) op
blazers, 'Doch Endlich' is opgebouwd rond een repetitieve riff die algauw
hypnotiserende vormen aanneemt, terwijl keyboards en een droeve cello op
de achtergrond een bittere krachtmeting aangaan. Elders wordt dan weer
geëxperimenteerd met tegenritmes en ambientklanken. Profane is de
ideale soundtrack bij een nachtelijke avontuur in een grote stad, dreigend
en melancholisch, waar schoonheid in de kleine hoekjes terug te vinden is.
Minder goed in het oor liggend is het nieuwe album van Fennesz,
Endless Summer. Oostenrijker Christian Fennesz is een veelzijdig
muzikant. Met de groep Maische maakte hij furore in het ondergronds
rock-circuit, hij was een van de leden van de jazz big-band Orchester 33
1/3 en het recente Fen-O-berg project (samen met Jim O'Rourke en Pita)
diende als speeltuin voor zijn improvisatiekoortsen. Bovendien is hij
constant actief als componist voor performances, danstheater en film,
zodat zijn oeuvre gestaag aangroeit. Fennesz begon reeds heel vroeg te
experimenteren met de sonische mogelijkheden van de gitaar. Net als John
Cage deed met de piano, ging hij zijn instrument bewerken met draad,
magneten en allerlei werktuigen, om zodoende een eigen geluidswereld op te
wekken. Met het ontdekken van de computer ging een nieuwe wereld open: hij
stond vrij om zijn eigen spielereien te samplen en te editen. Het procédé
dat hij ontwikkelde noemt hijzelf "the guitar minus the guitar": hij neemt
het geluid van zijn instrument op, maar ontdoet het bij de digitale
reconstructie van zijn centraal timbre, zodat alleen maar de boventonen en
het gezoem en geschraap van de snaren resteren. Wat overblijft zijn
schimmen van vertrouwde gitaarklanken en -akkoorden, die hij doorweeft met
prikkelende elektronische klanken. Net als de titel aangeeft, is de muziek
op Endless Summer merkbaar minder donker dan op zijn voorgangers.
Zijn fixatie voor Brian Wilson (hij maakte al een versie van The Beach
Boys ''Don't talk (put your head on my shoulder)' op de 'Fennesz plays'
7") is het best te horen op 'Caecilia': onder de geluidsruis resoneren een
vibrafoon en heerlijke zomerse melodieën. Op 'Shisheido' wordt een
elektro-akoestisch tapijt geweven van allerlei waaierende klanken die na
verloop van tijd een fascinerend patroon vrijgeven en 'A Year in a Minute'
drijft op een drone van noise en synths, magisch en overweldigend. Niet
alles op deze plaat is even geslaagd, maar er zijn genoeg momenten van
onvoorstelbare schoonheid om van een klassieker te gewagen. Fennesz heeft
een eigenzinnige taal ontwikkeld die even veel waarde hecht aan melodie
als aan klank, wat zijn composities zowel een abstracte als vertrouwde
stemming geeft. Criticasters zullen de muziek als arty en intellectueel
omschrijven, maar ik hou het bij prikkeldraad-muziek: het prikt wel even,
maar eenmaal gevallen blijf je er gegarandeerd een tijdje in vast hangen..
Couch, Profane, Kitty-Yo.
Te beluisteren op www.kitty-yo.com
Fennesz, Endless Summer, Mego.
Te beluisteren op www.mego.at/fennesz.html
Ook gesmaakt: Sparklehorse It's a Wonderful life], Joe Henry [scar, Squarepusher [My red Hot Car 12"], de soundtrack van Requiem For A Dream en stukjes van Nitin Sawhney [Prophesy] en Autechre [Confield].
Acts als
Oval, Mouse on Mars, The Notwist, Kreidler en Tarwater zijn maar het topje
van de ijsberg: voor wie dieper wil graven moet maar eens op zoek gaan
naar de releases op labels als A-Musik, On/Off, Mille Plateaux, Compost of
Sonig: een ware schatkamer. Voeg aan het lijstje nu ook maar Couch toe (op
Kitty-Yo): dit gezelschap heeft zich met zijn derde plaat ruimschoots
overtroffen. Profane bevat instrumentale, veelgelaagde
composities, die zowel refereren naar Slint als (natuurlijk) Can. Vanuit
een eenvoudige rockbezetting (bas, gitaar, keyboards en drums) worden de
contouren uitgetekend van een opwindend klanklandschap, waarin voortdurend
gegoocheld wordt met stemmingen en structuren. 'Meine Marke' klinkt jazzy
en somber, met Micha Acher (van the Notwist en Tied & Tickled Trio) op
blazers, 'Doch Endlich' is opgebouwd rond een repetitieve riff die algauw
hypnotiserende vormen aanneemt, terwijl keyboards en een droeve cello op
de achtergrond een bittere krachtmeting aangaan. Elders wordt dan weer
geëxperimenteerd met tegenritmes en ambientklanken. Profane is de
ideale soundtrack bij een nachtelijke avontuur in een grote stad, dreigend
en melancholisch, waar schoonheid in de kleine hoekjes terug te vinden is.
Minder goed in het oor liggend is het nieuwe album van Fennesz,
Endless Summer. Oostenrijker Christian Fennesz is een veelzijdig
muzikant. Met de groep Maische maakte hij furore in het ondergronds
rock-circuit, hij was een van de leden van de jazz big-band Orchester 33
1/3 en het recente Fen-O-berg project (samen met Jim O'Rourke en Pita)
diende als speeltuin voor zijn improvisatiekoortsen. Bovendien is hij
constant actief als componist voor performances, danstheater en film,
zodat zijn oeuvre gestaag aangroeit. Fennesz begon reeds heel vroeg te
experimenteren met de sonische mogelijkheden van de gitaar. Net als John
Cage deed met de piano, ging hij zijn instrument bewerken met draad,
magneten en allerlei werktuigen, om zodoende een eigen geluidswereld op te
wekken. Met het ontdekken van de computer ging een nieuwe wereld open: hij
stond vrij om zijn eigen spielereien te samplen en te editen. Het procédé
dat hij ontwikkelde noemt hijzelf "the guitar minus the guitar": hij neemt
het geluid van zijn instrument op, maar ontdoet het bij de digitale
reconstructie van zijn centraal timbre, zodat alleen maar de boventonen en
het gezoem en geschraap van de snaren resteren. Wat overblijft zijn
schimmen van vertrouwde gitaarklanken en -akkoorden, die hij doorweeft met
prikkelende elektronische klanken. Net als de titel aangeeft, is de muziek
op Endless Summer merkbaar minder donker dan op zijn voorgangers.
Zijn fixatie voor Brian Wilson (hij maakte al een versie van The Beach
Boys ''Don't talk (put your head on my shoulder)' op de 'Fennesz plays'
7") is het best te horen op 'Caecilia': onder de geluidsruis resoneren een
vibrafoon en heerlijke zomerse melodieën. Op 'Shisheido' wordt een
elektro-akoestisch tapijt geweven van allerlei waaierende klanken die na
verloop van tijd een fascinerend patroon vrijgeven en 'A Year in a Minute'
drijft op een drone van noise en synths, magisch en overweldigend. Niet
alles op deze plaat is even geslaagd, maar er zijn genoeg momenten van
onvoorstelbare schoonheid om van een klassieker te gewagen. Fennesz heeft
een eigenzinnige taal ontwikkeld die even veel waarde hecht aan melodie
als aan klank, wat zijn composities zowel een abstracte als vertrouwde
stemming geeft. Criticasters zullen de muziek als arty en intellectueel
omschrijven, maar ik hou het bij prikkeldraad-muziek: het prikt wel even,
maar eenmaal gevallen blijf je er gegarandeerd een tijdje in vast hangen..
Couch, Profane, Kitty-Yo.
Te beluisteren op www.kitty-yo.com
Fennesz, Endless Summer, Mego.
Te beluisteren op www.mego.at/fennesz.html
Ook gesmaakt: Sparklehorse It's a Wonderful life], Joe Henry [scar, Squarepusher [My red Hot Car 12"], de soundtrack van Requiem For A Dream en stukjes van Nitin Sawhney [Prophesy] en Autechre [Confield].






