Een donkere, snerpende soundscape wordt versterkt door de desoriënterende flitsen van een stroboscoop. Flitsen waartussen we een jongen, Dino, kunnen ontwaren die met scherpe halen van een baseballbat zijn woede tentoonspreidt. Pierre arriveert met hebben noch houden, met niets dan open armen waartussen een hart klopt. Recht uit het afkickcentrum, zonder thuis, zonder doel, zonder vrienden die níet denken dat hij dood is maar hem misschien liever zo gewenst hadden. De opkomst typeert de personages, en zet meteen de toon voor het anderhalf uur durende relaas van twee vreemden die zich een weg banen door een ontluikende vriendschap.
De realiteit houdt Dino in een wurggreep. Hij draagt verantwoordelijkheden waarvoor hij niet gekozen heeft. Zijn broer is plots verdwenen, en heeft hem zijn club gelaten. Bovendien moet hij zien om te gaan met zijn vader die negen huizen heeft en vierenvijftig contracten. Maar meer dan een jongen met te veel verantwoordelijkheden is hij een angstig dier dat krampachtig toenadering zoekt tot Pierre. Het is vanuit deze onmogelijkheid tot samenkomen dat hij zijn tederheid prijsgeeft: slechts via een ontembare, primitieve dierlijkheid kan hij zijn liefde tonen.
Enkel tijdens de fysieke interacties met Pierre vindt Dino momenten van rust en kan hij de kloppedingskes van zijn hart even het zwijgen opleggen. Enkel dan staat het schuim niet op zijn lippen en hoeft hij zijn genegenheid niet te verstoppen achter valse zelfzekerheid of opportunisme, waarmee hij zijn harde leven richting probeert te geven. Waar hij als een ongeleid projectiel met zijn woorden iedereen rond hem bombardeert, daar weet hij de zaken genuanceerder aan te pakken met zijn lichaam.
Pierre ervaart zijn beperkingen minder dan Dino als onoverkomelijkheden. Desondanks zit hij niet minder vast, heeft hij niet méér perspectieven voor de toekomst. In tegenstelling tot Dino weert hij zich niet als een duivel in een wijwatervat tegen zijn lot. Hij handelt minder bevreesd, minder vanuit de drang om zichzelf te beschermen. Desillusies laat hij als een stroom over zich heen komen, desnoods slaan ze hem tegen de grond. Tegelijkertijd laat hij zien dat het mogelijk is te proberen, al is het spartelend, wankelend, zonder houvast. Hij beweegt soepeler, springerig, in zijn pogingen hoger, verder, wijder, weg te geraken.
Van het speelvlak af, uit het leven waarin hij gevangen zit, tracht hij te ontsnappen. Op zoek naar grenzen, openingen, achterpoortjes om zichzelf te overstijgen, een poging die hij keer op keer onderneemt, al is het tegen beter weten in. Met zijn ballet weet Pierre Dino te verleiden, en zo de tederheid in hem naar boven te halen. Hij confronteert Dino met andere manieren om zich een weg te zoeken tussen de struikelblokken van zijn leven.
Dino en Pierre zijn als de mens die worstelt met zijn lotgenoot, in wie hij zichzelf herkent, waardoor hij zich tot hem aangetrokken voelt. Tegelijkertijd moeten zij zich losmaken, omdat ze weigeren zichzelf te herkennen in de ander, willen zij niet even vast komen te zitten als hij. Zij klampen zich vast aan elkaar als aan een boei in open zee, maar wat als de ander ook zinkt? Precies dat proberen ze te vermijden.
Waar taal tekortschiet in dit proces, biedt het lichaam een uitweg. Het is dan ook via de choreografieën en de dansante bewegingen, die consequent laveren tussen een speels paringsritueel en een bijtende strijd, dat ze elkaar bereiken en een eenheid vormen. Maar we zitten niet in Hollywood en daarom kan het gat alleen maar zwarter worden, de realiteit alleen maar realistischer en de pijn alleen maar erger. De intervallen van de letterlijke grondbevingen worden kleiner en de balk boven hun hoofd is geen toevluchtsoord meer voor onschuldige spelletjes.
Ook de muziek weet perfect te doseren tussen energetische uitbarstingen en momenten van verstilling. In de dialoog met de personages vormt zij een meerwaarde voor het geheel.
Arne Sierens weet met zijn nieuwste voorstelling opnieuw te beroeren en verruimt zijn universum, waar de personages nog altijd flirten met het karikaturale, maar meer dan voorheen complexe wezens zijn die meer dan eens prijs hebben.
door Tina Ameel en Carmen Van Cauwenbergh
CREDITS
Het Theaterfestival 2008 - DE KEUZE '08
Cie Cecilia en HETPALEIS
Van/met: Arne Sierens (tekst & regie), Titus Devoogdt, Robrecht VandenThoren (spel), Jean-Yves Evrard (live muziek), Guido Vrolix (decor), Koen Augustijnen (co-regie), Koen Demeyere (realisatie), Timme Afschrift (licht), Lieve Pynoo (kostuums). Met de steun van Vooruit.
Lees ook volgend artikel:
Olivia U. Rutazibwa - Een leek op Het Theaterfestival







