Sidi Larbi Cherkaoui: Eerst was ik geschrokken. Wat heb ik te zeggen over theater in een typische Vlaamse context. Maar ik zag in dat mijn kennis van beweging en dans mij toestaat een andere discipline met mijn kennis te toetsen. Men denkt vaak heel selectief dat is theater, dat is dans. Theater, muziek en dans maken voor mij onlosmakelijk deel uit van een geheel. Dus ik denk eerder dat we moeten zoeken naar een eenheid, iets allesomvattend. En het is verfrissend om met mijn technische bagage naar een andere discipline te kijken. Wat maakt mij anders? En vanuit dat anders zijn de vraag stellen: Wat zorgt er voor dat ik hetzelfde ben? Eigenlijk is het ook even uit de eigen smaak stappen en in het inzicht van de andere stappen.
De keuze voor Sidi Larbi Cherkaoui zou wel eens een statement kunnen zijn?
SLC: Je zou het inderdaad een statement kunnen noemen, maar dan van Het Theaterfestival uit. Het festival, maar ook het publiek begrijpen ondertussen dat er andere manieren of vormen voorhanden zijn. Niet alleen tekst moet daar deel van uitmaken. Er is immers zoveel werk dat balanceert op de rand, mijn werk behoort daar vaak ook toe of bijvoorbeeld dat van Lotte Van den Berg. Het blijft dus belangrijk dat we niet te veel in hokjes gaan denken of de dingen een label meegeven.
Vinden we dit min of meer terug in één van je droomgeboden?
SLC: Ja, zo sprak men bijvoorbeeld op het festival van Avignon nog maar eens over de Vlaamse Golf en mijn werk hoorde er ditmaal bij. Sutra, de voorstelling in kwestie is gemaakt met zeventien Chinese monniken, een Poolse componist en een Engelse technische ploeg en decorontwerper. Wel, ik kan u verzekeren dat het niet hetzelfde werk zou geweest zijn als ik het gemaakt had met Vlaamse monniken. Toch werd het in Frankrijk aanzien als een product van de Vlaamse Golf. Het is zo een beetje als de Franse voetbalploeg, opeens zijn elf migranten echte Fransen. Het is interessant hoe een volk zich met migranten kan identificeren, ze zelf kan claimen als ze bekoren. Vaak worden de migranten dan als vrucht of vaandel beschouwd. Maar moesten diezelfde mensen een misdaad begaan, dan horen ze er plots niet meer bij en ligt de verantwoordelijkheid zeker ergens anders.
Kom je als zoon van een Marokkaanse vader en Vlaamse moeder in een uitgelezen positie te zitten om iets te vertellen over migranten?
SLC: Als Marokkaan of half-Marokkaan kan ik de puntjes op de i zetten en inpikken op bepaalde onderwerpen. Zeker als het gaat over kleine misverstanden. Uiteindelijk zijn we allemaal migrerende wezens, het is een heel natuurlijk proces. In dat verband haal ik in de State of the Union de Frans-Libaneese schrijver Amin Maalouf aan. In zijn ‘Les Identités Meurtrières’ pleit hij voor het recht tot meerdere culturen te behoren. Hij doet dat door te vertellen dat elke mens is opgebouwd uit heel veel identiteiten. Voor mezelf geldt bijvoorbeeld dat ik een man ben van 32, Marokkaan, Vlaming, Belg, danser, choreograaf, homo, dat ik deel uitmaak van Toneelhuis.... en ik kan zo nog wel even doorgaan. Maar identiteit is ook zeer fragiel en kan helemaal in de war raken eens een deeltje ervan wordt aangeraakt. Theater is ook zo: een wezen met heel veel identiteiten in zich.
Jijzelf gaat op zoek naar nog meer identiteiten door binnen je werk heel vaak samenwerkingsverbanden aan te gaan met collega’s?
SLC: Ik ben binnen mijn generatie opgegroeid met heel individualistische waarden. Je moest op zoek gaan naar je eigen waarheid, kortom je werd heel hard op jezelf aangewezen. Veel mensen lopen daarbinnen verloren en individualiteit kan deprimerend werken. Ikzelf heb heel hard de behoefte om verbondenheid te zoeken via samenwerking. Het werkt stimulerend en laat nieuwe verhoudingen of denkwijzen toe. De manier van werken binnen Toneelhuis werkt in die zin ook heel stimulerend.
Krijgen we een speech te horen of wordt het meer dan dat?
SLC: Ik spreek de mensen wel aan, maar de zegging gebeurt samen met twee performers, Laura Neyskens en Sandra Delgadillo. We spreken met z’n drieën dus iedereen moet het samen denken. Opeens merk je hoe ingewikkeld theater wel kan zijn als communicatieproces. Heel eenvoudige gedachten worden met drie uitgesproken en naar mijn gevoel komt de complexiteit van de inhoud zo meer naar de oppervlakte.
CREDITS
Interview afgenomen in deSingel op donderdag 21 augustus 2008
State of the Union in deSingel op vrijdag 22 augustus 2008

Foto: Koen Broos
1990: Pol Arias; 1991: Theo van Rompaey; 1992: Dirk Pauwels; 1993: Hugo De Greef, Gerardjan Rijnders; 1994: Marianne van Kerkhoven, Janine Brogt; 1995: Willy Thomas; 1996: Jean Louvet; 1997: William Kentridge, Mike Pearson; 1998: Johan Simons & Paul Koek; 1999: Jan Ritsema; 2000: Klaas Tindemans; 2001: Domien Van Der Meiren, Clara van den Broek, Adriaan Van den Hoof & Wouter Hendrickx; 2002: Oscar van Woensel; 2003: Anne-Teresa De Keersmaeker; 2004: Wayn Traub; 2005: Jan Lauwers; 2006: Guy Cassiers; 2007 Bart Meuleman; 2008 Sidi Larbi Cherkaoui.







