Met een veelomvattende titel als Walls & Gateways kan het alle kanten uit. En dat gebeurt ook… De tentoongestelde werken lopen erg uiteen qua thematiek en media, qua materiaal en stijl. Het geheel geeft een disparate indruk.
Dat neemt niet weg dat er boeiend werk te ontdekken valt. Vooral de drie kunstenaars die curator Lara Pan uit de vijver van Labo 6 van Existentie zelf heeft gevist, blijken – toevallig of niet – in te staan voor de meest belangwekkende bijdragen tot deze tentoonstelling. Aan het werk van Lode Geens wordt nochtans door sommige bezoekers achteloos voorbij gegaan. Het moet dan ook ontdekt worden àls werk, om verwondering en waardering op te wekken. Geens hing aan één van de muren van de tentoonstellingsruimte een rode brandkast en plaatste daar een grote zwarte vuilbak naast. Wat deze voorwerpen onderscheidt van hun alledaagse varianten, is het materiaal: de kunstenaar vervaardigde zijn vuilbak en brandkast uit gekleurd schuimrubber. Bij nader inzien zijn het kneedbare en massieve volumes die niet geopend kunnen worden en dus niet functioneel zijn, maar enkel uitwendig staan te lijken op de echte gebruiksvoorwerpen. Het verheffen van banale objecten tot sculpturen door het manipuleren van hun textuur, schaal of materiaal is niets nieuws – denken we maar aan de soft sculptures van pop art-kunstenaar Claes Oldenburg – maar bij Geens werkt het toch nog steeds. Veel heeft te maken met de opstelling van zijn creaties: ze staan niet als kunstwerken te pronken onder spots in het midden van de zaal, maar zijn subtiel geïntegreerd in een hoek van de tentoonstellingsruimte. Dat maakt het verrassingseffect des te sterker. Een vuilbak met een hoge knuffelfactor en een brandkast met decoratieve waarde, dat kom je niet elke dag tegen.
Een tweede Belgische kunstenaar uit de pool van Labo 6 is Filip Berte. Op Walls & Gateways presenteert hij een deel van zijn langetermijnproject Eutopia, een creatieve research naar de Europese leefomgeving vandaag. Het ambitieuze einddoel van dit project is de bouw en inrichting van een huis in de Europese wijk in Brussel. Niet zomaar ter meerdere eer en glorie van het Europese ideaal, maar om een verhaal te vertellen dat ook de nare hoofdstukken niet onvermeld laat. Dat blijkt alvast uit het deel van het huis waar Berte momenteel aan werkt: de kelder. Zijn benaming voor dit onderdeel, Collective Memory Mass Grave, zegt het al: de kelder is de opslagplaats voor de herinneringen die Europa liefst uit het collectieve geheugen verdringt – beelden van fascisme, burgeroorlogen, volkerenmoord,.... Gekend uit de massamedia en door Filip Berte vertaald in kleine, sobere schilderijtjes. In dit project kan de kunstenaar zich dus uitleven als schilder en als architect, in combinatie met historisch en geopolitiek onderzoek. Het gepresenteerde werk spreekt aan door zijn veelzijdigheid, maar wekt ook vragen op over de relevantie van Bertes benadering. Wat is de meerwaarde van een schilderkunstige interpretatie van de – vaak overbekende – mediabeelden? Hoe verhoudt de kunstenaar zich tot de esthetisering van het kwaad, die in zijn schilderijen onvermijdelijk plaatsheeft? En waarom kiest hij voor een presentatievorm die zo verzorgd is, dat het werk eerder doet denken aan een memorial dan aan een massagraf? Het zijn vragen die verband houden met het procesmatige karakter van Filip Bertes werk. In tegenstelling tot bij Lode Geens gaat het hier niet zozeer om autonome kunstobjecten, maar eerder om het ruimere artistiek project waarbinnen de werken kaderen. Dat beide kunstenaars deelnemen aan Labo 6 en aan deze tentoonstelling, weerspiegelt in die zin een fractie van de diversiteit binnen de hedendaagse kunstpraktijk.
De derde ‘interne’ kunstenaar op Walls & Gateways is de fotograaf Arno Roncada, en ook hij gooit hoge ogen. In een reeks zorgvuldig gekadreerde foto’s brengt hij interieurs in beeld die doorleefd en vertrouwd overkomen, maar ergens ook bevreemdend werken. Nee, deze foto’s zijn niet zo gewoon als ze eruit zien. Ze hebben ‘het’ – datgene waardoor je ernaar blijft kijken, ook al weet je niet goed waarom. Waarom zijn er in de gang kleurige potloodlijntjes gekribbeld op de muur, hoger dan een kind kan reiken? En waarom ligt het bureau vol boeken die blanco lijken? De titel van de reeks biedt een verklaring: Blind People Interiors. Maar bij die aha-erlebnis houdt het niet op. Daar begint het eigenlijk pas. Want plots beseft de kijker dat deze interieurs waarvan hij een visuele voorstelling ziet, door de bewoner(s) zelf niet op die manier toegankelijk zijn. Dat maakt de blik van de toeschouwer ineens dubbel zo voyeuristisch. Tegelijk worden de andere zintuigen aangesproken: hoe zou het zijn om in de gefotografeerde ruimtes te functioneren op de tast, of op het gehoor? Roncada’s documentaire foto’s stimuleren een betrokkenheid, ondanks – of juist dankzij – de afwezigheid van personages in het beeld.
Maar wat hebben de drie hierboven beschreven werken eigenlijk met elkaar te maken? Wat brengt hen samen in deze ruimte, waarin schuilt de coherentie? Een vraag die opgaat voor het geheel van de tentoonstelling. Een praatje met curator Pan leert dat zij wel degelijk een welgevormd idee heeft over de link van elk afzonderlijk werk tot het centrale thema, en dat ze ook over de verbanden tussen de werken onderling een mooie uitleg paraat heeft. Maar hoe komt het dat die retoriek niet vertaald is geraakt in de opbouw van de tentoonstelling zelf? En zelfs niet in een begeleidende tekstbrochure? Walls & Gateways voelt aan als een vrij arbitraire verzameling werken rond een wel erg elastisch concept. Een aantal losse eindjes, verspreid in de ruimte, in plaats van een rode draad. Om zijn weg te vinden in de grote, schaars verlichte loods kan de bezoeker zich nog behelpen met een grondplan, maar conceptueel tast hij helemaal in het duister. Van tentoonstellingsprojecten die voortkomen uit een ‘gemeenschappelijke denktank’ verwacht je toch wel een steviger theoretisch weefsel, waarbinnen de kijk- en leeslustige toeschouwer lekker heen en weer kan veren.
Ontdekking en teleurstelling tegelijk dus. Met Walls & Gateways presenteert Existentie zich weliswaar als een interessant platform voor artistiek talent, maar vooralsnog veel minder voor wat Thibaut Verhoeven het ‘verbindende verteltalent’ van de tentoonstellingsmaker noemt (een rol die overigens ook vervuld kan worden door de kunstenaar(s) zelf). Ik mis het vertoog dat de dialoog op gang trekt tussen de werken onderling, en tussen de tentoonstelling en de bezoeker.
In de ontmoetingsruimte tussen artiesten en curatoren die Existentie tot stand poogt te brengen schuilt ongetwijfeld meer potentieel. Het is een nobele opzet om jonge kunstactoren een platform voor netwerking en professionalisering aan te bieden, maar echt mooi wordt het pas als dat ook inhoudelijke verrijking en artistieke verdieping stimuleert. En als het publiek deelgenoot mag worden aan die overslaande vonken, is het helemaal feest.

Geïnteresseerd om als criticus, kunstenaar of curator deel te nemen aan het volgende Labo van Existentie? Tot 14 september kan je je kandidaat stellen. Alle info op de website van Existentie.






