De A-kant begint met cut up van oude vinylplaten. Dit klinkt als het soort collages die Felix Kubin eind jaren negentig maakte, wat een mooie referentie is. Even later gaat de cut up over in een stuk tegendraadse blues dat mij aan Gary Lucas of Jos Steen doet denken. Eindigen doet deze plaatkant met een stukje No Wave à la James White & The Blacks. En nu we het toch over No Wave hebben: eigenlijk zit ook de volledige vormgeving van deze EP in de sfeer van het New York van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig.
Op de B-kant vormen noisy fieldrecordings de grondlaag, terwijl geïmproviseerde blues volledig deze kant van de plaat domineert. Ook hier moet ik aan Gary Lucas denken, maar ook aan Lightning Beatman of Doo Rag die op een te traag toerental worden afgespeeld.
Veel referenties dus voor wat uiteindelijk maar een EP is van om en bij de twintig minuten. Toch is het niet onbegrijpelijk dat iemand alles wat hij kan wil laten horen op zijn eerste plaat. Dat niet kunnen of willen kiezen en dat ongeduldige maakt debuutplaten net zo boeiend. Maar toch zou het niet slecht zijn indien Joris Van De Moortel zich voor zijn volgende plaat wat meer tijd zou nemen.
‘Girard Kanard And His Magic Kazzoo’ is geen debuut dat mij omver heeft geblazen, maar wel één waarvan ik graag wil weten hoe dit verder zal evolueren.
‘Girard Kanard And His Magic Kazzoo’
Eigen Beheer






