Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Over de Verzamelde Gedichten van Martinus Nijhoff
TWIST MET ONS
datum 26.05.2008
auteur Peter Wullen
rubriek Literatuur
Keren we even terug. Wat zei u? De Verzamelde Gedichten’van Martinus Nijhoff? Is dit nog steeds essentiële kost voor de rechtgeaarde liefhebber van Nederlandstalige poëzie? Gegarandeerd! Deze geannoteerde, nieuwe uitgave is reeds de tweede druk van een editie die eigenlijk stamt uit 2001. De rechtstreekse aanleiding voor deze verzamelde gedichten was het verschijnen van een historisch-kritische editie van het dichterlijk oeuvre van Nijhoff in 1992. De uitgave verscheen in 1993 in de reeks Monumenta Literaria Neerlandica in twee delen (drie banden). Niet elke dichter valt dit te beurt. Dit monumentaal werk was bestemd voor een gespecialiseerd publiek.
Uit deze uitgave werd een leeseditie gedistilleerd, die de oorspronkelijke, onvolledige eerste editie van de verzamelde gedichten samengesteld door Gerrit Kamphuis verving. ‘Een consequente keuze van de basisteksten, het nauwgezet constitueren van een kritische leestekst voor een vergelijkende analyse van verschillende geautoriseerde versies van een tekst’, schreef Yves T’Sjoen destijds over deze editie (zie De Gouddelver, p. 147). Nijhoff was op poëtisch gebied absoluut geen veelschrijver. In 1916 verscheen het ophefmakende De Wandelaar, in 1924 Vormen, in 1934 het spraakmakende Awater, nog in 1934 Nieuwe Gedichten, in 1942 Het uur U, gevolgd door Een Idylle. Dat was ongeveer alles wat tijdens zijn leven in bundelvorm verscheen. De rest van de Verzamelde gedichten wordt aangevuld met nagelaten en verspreide gedichten. De vijf vernoemde dichtbundels veranderden echter het aangezicht van de Nederlandstalige dichtkunst voorgoed. De lange prozagedichten Awater en Het Uur U spreken nog steeds tot de verbeelding van elke nieuwe generatie dichters. Nijhoff was de eerste die mysterie en raadsel kon binnenloodsen in schijnbaar hyperrealistische typeringen. Niemand deed het hem tot nu toe na.

Vandaag, toen ik voor ’t raam de bloemen goot,
Is het voornemen in mij opgekomen
Awater te gaan halen van kantoor.
Ik heb sinds mijn broer stierf geen reisgenoot.
Als men een vriend zoekt, is het doodgewoon
Dat men eerst ziet of men bij hem kan horen.


(uit: ‘Awater’, p. 236)

Bladerend door het meer dan 450 pagina’s tellende boekwerk, valt het me op dat Nijhoff waarschijnlijk de meest geciteerde dichter is en dat hij bovendien de meeste gevleugelde zinnen schreef van al degenen die hem voorgingen en allen die na hem kwamen. Bijna elke beginzin van zijn gedichten kreeg een aparte status in de Nederlandse literatuur en kan zo uit het hoofd geleerd en geciteerd worden. Wie kent niet ‘Onder mijn huid leeft een gevangen dier’ (uit ‘De Danser’), ‘Ik droeg nog kleine kleeren’ (uit ‘De Wolken’), ‘Ik zou een dag uit vissen,/ik voelde mij moedeloos’ (uit ‘Het Kind en Ik’) of ‘Het was zomerdag./De doodstille straat lag/te blakeren in de zon.’ ( de beginregels van ‘Het Uur U’). Het is die nog steeds aansprekende combinatie van ontstellende eenvoud en vitalistische muzikaliteit, waarmee Nijhoff de Nederlandstalige poëzie eigenhandig de moderne tijd in loodste.

Ik keek laatst door een venster naar binnen,
Daar zat bij een lamp een vrouw te slapen,
Het hoofd op de tafel voorover gebogen,
De armen slap voor zich uit gestrekt –
Zij voelde misschien, dat iemand daarbuiten
Stond en haar aankeek; ze richtte zich op,
Streek met de hand langs het voorhoofd, en staarde
Een droom na waaruit ze nog niet was gewekt –


(uit: ‘Langs een wereld’, p. 171)

Niet alles wat Nijhoff bij elkaar schreef, spreekt bijna zestig jaar na zijn overlijden nog steeds zo tot de verbeelding als bovenstaand fragment. In zijn slechtste momenten was hij gewoon een ietwat ouderwetse schrijver die gedreven werd door een bijna obsessieve gods- en levens- en doodsdrift. Zijn royalistische odes aan koningin en aan vaderland lezen we nu met enige tegenzin. Ze kunnen zo het antiquariaat in. Dit zijn loodzware, door rijmdwang voortgestuwde klassiek-romantische gelegenheidsdichten, die wel uit een zekere traditie stammen – het koningshuis werd in Nederland nooit zo in vraag gesteld als hier in België – maar waarin elk mogelijk spoor van relativering of ironie ontbreekt. Het lijkt nu bijna weerzinwekkend dat Nijhoff dingen schreef als.

Er is in ons land een vrouw.
Buiten gaat rood, wit en blauw,
Gaan mensen zingend voorbij.
Geen kent de liefde als zij.


(uit: ‘Prinses Wilhelmina’, pag. 378)

Hem daarop afrekenen, hoeft echt niet. Hij was vooral een zoekende dichter. In mijn poging om hem met behulp van deze Verzamelde Gedichten als dichter te plaatsen vond ik drie gedichten met de titel ‘De Schrijver’, waarin hij zijn twijfels over het schrijverschap uitvoerig uitte. Hij schaafde veelvuldig aan zijn gedichten, herwerkte ze voor de verschillende drukken van zijn dichtbundels. Soms veranderde hij maar één enkele frase om de betekenis van een gedicht helemaal om te gooien. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is het gedicht ‘Impasse’, waarvan 2 versies bestaan. In ‘Nieuwe gedichten’ antwoordt de ‘zij’-figuur op de vraag van de ‘ik’-figuur – ‘waarover wil je dat ik schrijf’? – met een kort en abrupt ‘ik weet het niet’. In de versie van de cyclus ‘Voor dag en dauw’ wordt dat weinig consequent ‘een nieuw bruiloftslied’. Later keerde hij dan meestal wel weer terug naar de originele versie – zie de aan Ed Hoornik gerichte slagzin ‘wij worden wat wij zijn gebleven’. Van vier gedichten uit de spraakmakende cyclus ‘De vervloekte’ bestaan alternatieve versies die gebundeld werden in de rauw-realistische cyclus ‘Ineengebroken’. Eén van de verdiensten van deze ‘Verzamelde gedichten’ is dat alle versies van één enkel gedicht opgenomen werden. De lezer kan zo de verschillende versies met elkaar vergelijken. De cyclus ‘Ineengebroken’ draagt mijn voorkeur weg vanwege de in die tijd ongehoord bijtende en pijnlijke regels als ‘Wreed heb ik in je weeke vleesch gebeten’, ‘Je bent zoo hard voor mij als de eenzaamheid’, ‘Een werkelijkheid komt door mijn hoofd heen scheuren’. Het zijn zinnen die volledig losstaan van het zeemzoeterige en temerig klassiek-romantische van zijn latere werk en van dat van de meeste van zijn tijdgenoten. Alleen al daarom is deze editie van de Verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff de moeite van de aanschaf meer dan waard.

Een draaiorgel gilt ’s middags in de straat,
Straat geel van licht, wild van den klanken-vloek –
En ik die raad’loos naar je lichaam zoek
Omdat je schaduw door mijn bloed heen staat.


(uit: ‘Ineengebroken’, p. 110)

Verzamelde Gedichten, Martinus Nijhoff, tekstverzorging W.J. van den Akker en G.J. Dorleijn, eerste druk 2001, tweede druk 2008, Prometheus Amsterdam, ISBN 978 90 446 1117 5.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie