
Enerzijds omhelst Gruwez de zwaartekracht, anderzijds worstelt ze ermee. De sierlijke valbewegingen die ze ogenschijnlijk moeiteloos maakt, moeten bijvoorbeeld een enorme fysieke inspanning vragen. Wanneer ze een helm opzet, toont ze haar frustrerende relatie tot de zwaartekracht. Het zware object brengt haar uit balans, en doet haar hardhandig vallen. Alle sierlijkheid en beheersing zijn verdwenen. Het oerinstinct komt boven. Gruwez werpt de helm met een kreet van zich af, en ontbloot haar gespierde bovenlichaam. Op de steen balancerend, lijkt ze meer op een golvend organisme dan op een mens. Wanneer ze na een woeste dans ongecontroleerd begint te gillen, doet Gruwez denken aan een wild dier.
Dan neemt de voorstelling een totaal andere wending. De danseres neemt een blikje cola, en gaat even zitten om uit te blazen. Plots weerklinkt muziek van Dolly Parton. In een stewardessenpakje parodieert Gruwez op een theatrale en humoristische manier de flight instructions die aan het begin van een vlucht gedemonstreerd worden. Dat relativeert de vorige dromerige en ontmenselijkte scènes, en vormt een schril contrast met haar soms dierlijke en halfnaakte dans. Het thema natuur versus cultuur is sterk aanwezig tijdens de hele voorstelling: naakt versus gekleed, muziek versus gehijg in de stilte, …
“Mayday, mayday!” Geluiden van een crashend vliegtuig vullen de ruimte en Gruwez doet haar sjaaltje uit. Wat heb je daaraan als je uit een vliegtuig valt? De centrale vraag in Forever overhead is: wat blijft er over van je menselijkheid tijdens een eeuwigdurende val?
Forever Overhead
Van en met: Lisbeth Gruwez.
Gezien tijdens ‘Something raw’ in Brakke Grond (Amsterdam) op 9 februari.







