Autoverkoper en amateur-boogschieter Bobby (Matthias Schoenaerts) ontfermt zich in Linkeroever over de sombere, jonge atlete Marie (Eline Kuppens). Die plaatst zich op de 400 meter met sprekend gemak voor het EK in Portugal, maar lijkt daar niet gelukkiger van te worden. Wanneer ze later flauwvalt en de bloedanalyse boekdelen spreekt, moet ze verplicht op rust. Binnenzitten doet ze liever bij bink Bobby dan bij haar toch lichtjes geflipte moeder (Sien Eggers) en ze neemt haar intrek bij haar nieuwe vriend, in zijn flat op linkeroever. Een flat die bewijst waarom het links van de Schelde zo zalig wonen is: om dat prachtige uitzicht op de rechteroever.
Bobby en Marie leven zich seksueel behoorlijk uit en Marie begint terug lichtjes wat te stralen. Hoe Bobby zich voelt, is onduidelijk. Hij is vooral relaxed. Het atletenduo laat zich flink gaan op tapis-plain, boomschors en autoachterbank, al verandert het sekstoneel niet enkel van locatie, maar na een tijd ook van vurigheid. De relatie slabakt. Marie maakt zich zorgen over haar aangeboren zorgen, over haar keuzes en haar gezondheid. Ze valt in een zwart gat en de sobere linkeroever helpt daarbij een handje. “Ik wou soms gewoon dat ik helemaal opnieuw kon beginnen.” “Het komt allemaal wel goed, dat beloof ik je”, is de povere commentaar van oppervlakkige Bobby. Die uitspraak blijkt op een krankzinnige manier achteraf niet eens gelogen.
De sfeer wordt er niet beter op wanneer Marie van de buren verneemt dat Bobby eigenlijk in het appartement is gaan wonen van een zekere Hella Govaerts, die vier maanden eerder spoorloos verdween. Bobby maakt daar allemaal geen probleem van (“dat appartement kwam nu eenmaal vrij”), maar Marie gaat met behulp van Dirk (Tom De Wispelaere), de ex-vriend van Hella, op zoek naar wat er met het meisje gebeurd is. Hella bleek voor haar verdwijning onderzoek te voeren naar folkloreverhalen over offerpraktijken en verdwijningen op linkeroever, eeuwen geleden, maar telkens rond Allerheiligen. En de kelderverdieping van Hella’s/Bobby’s flatgebouw lijkt er iets mee te maken te hebben. Intussen zijn we eind oktober…
CREEPY
Linkeroever bouwt zich op tot een volwaardige thriller: spannend wordt stresserend, stresserend wordt griezelig, griezelig wordt luguber. In de openingsscène zien we hoe Hella verdwijnt, maar we zien dat slechts gedeeltelijk. Regisseur Van Hees geeft flarden van het verhaal prijs, maar wat moet de kijker voor waar aannemen? We zien vreemde tot akelige en mooie beelden van Marie die bij het joggen in de bossen van Linkeroever een vondelingetje de borst geeft of die gruwelijk in een modderpoel verdwijnt. Zijn dit kwade dromen van een piekermeisje of keiharde flash forwards?
Van Hees brengt het subtiel. Wanneer Bobby en Marie op een metalfeestje in een innige zoen verweven zijn, monteert hij daartussen vliegensvlugge shots van een doodskop op het t-shirt van een der feestgangers, dit alles onder een verblindende blacklight. Op dat feest en ook in de krochtige appartementenbuilding bulkt het van creepy volk. Russisch sprekende kale vlegels die met koude ogen hun vrouw of sloerie een goed pak slaag geven, en aanverwant krapuul. “Hier woont raar volk op de Linkeroever” is hét understatement van de film en slechts een van de onheilspellende oneliners.
ACTEERTALENT
Linkeroever is een van spanning doorvlochten romance vol droefnis, met een voortreffelijke fotografie en uitstekende vertolkingen van alweer Matthias Schoenaerts, maar vooral van Eline Kuppens. Zij is enorm geloofwaardig als de getormenteerde twintiger die bij momenten van kort geluk toch snel haar glimlach hervindt. Marie maakt haar eigen keuzes en dopt haar eigen boontjes, weg van egocentrische ouders en hun halfslachtige bezorgdheid voor haar. Een jonge vrouw die ervoor gaat, maar even vaak onzeker is en bang. Ook daardoor hangt haar relatie met Bobby ergens tussen passie en verveling. Dit koppel is naturel en doordeweeks herkenbaar in zijn lieflijkheden en besognes. De dialogen zijn niet doorgeprepareerd en spelen zich af aan een droogrekje. Het kan niet mooier of normaler.
MISSELIJK
Sien Eggers vonden wij als moeder van Marie minder geslaagd. Zij zet een sullige, gescheiden mama neer die zich opdringt uit eenzaamheid en zich verder bezighoudt met wichelroedes en de droge koeken in haar dieetwinkel. Met dit soort rollen geraakt Eggers nooit verlost van haar In de Gloria-typetjes. Ook Tom De Wispelaere (De Parelvissers) kreeg een wat karikaturale rol als de fletse, lieve (?) Dirk. Toegegeven, het zijn details.
Boven de detailkritiek verheven, staat onze mening dat Linkeroever, hoewel hij blijvend weet te onderhouden, zich te lang afspeelt in de aanloopfase en te weinig in de ontknoping. De film blijft lang hangen – ai, wij keken even op onze horloge – en ontrafelt zich daarna erg haastig. Een geduldig gevouwen badhanddoek flappert uit tot vlieger op een zandstrand. Te plots.
Voor het abrupte en wat simpele slot valt nochtans zeker ook te pleiten. Met de snelle afwikkeling slaat Pieter Van Hees je tureluurs, hij gunt je geen verwerkingstijd voor wat abrupt macaber is, snijdt aan het oog. Binnen vijf minuten ben je compleet misselijk. Deze debutant wrijft je zonder schaamte in je diepste angst: ‘zijn de mensen die ik het meest vertrouw misschien de grootste creeps?’. En dan laat hij je achter.






