Bérenger is koning. Maar zijn macht is tanende. Vroeger luisterde alles en iedereen naar hem. Zelfs de wolken. Nu is daar geen sprake meer van. Zijn rijk is in verval en er zit een grote scheur in de muur. Als de dokter zijn diagnose stelt, komt die aan als een donderslag bij heldere hemel. De koning sterft. Zijn uitgedunde gezelschap was hiervan al op de hoogte en probeert zijn laatste momenten vlot te laten verlopen. Maar ook dat is een moeilijk streven. Want de koning is geen gewillig slachtoffer. Op het einde zal iedereen hem in de steek laten, behalve zijn eerste vrouw, waar hijzelf niet eens meer van hield.
De koning sterft is een stuk dat draait rond de zin van het leven in het licht van de dood. Over de frustraties van het verliezen van de macht. Over jezelf en over anderen. Daarvoor moet je zelf niet eens koning zijn. Het absurdisme, de stroming waartoe auteur Eugène Ionesco wordt gerekend, onderzoekt de leegte van het bestaan. Overal is verval en de afgrond gaapt langs alle kanten. Het enige dat men kan doen om met het lot van het sterven om te gaan, is te leven in de tegenwoordige tijd, zoals de koning wordt opgedragen. Alleen is die alleen nog tegenwoordig in de verleden tijd, zo antwoordt hij.
De koning sterft is theater en dat mag duidelijk zijn. Dat zie je meteen al aan het decor als je de zaal binnenstapt. Op het podium staat een groot houten paneel, met daarop een landschap dat binnen de muren van de schouwburg geplaatst is. Binnen dat landschap staat dan een ander theaterdecor met een deur en ramen. In de deur zien we de koning, die we even later in een levende (nu ja, toch tot het einde van de voorstelling) versie op het toneel zien verschijnen. Er zit niet alleen een scheur in de vierde wand, hij valt ook af en toe weg als er even met het publiek gespeeld kan en mag worden.
Er is niet alleen het absurdisme van de nogal filosofisch gerichte stroming die we eerder bespraken, in het stuk zit ook hier en daar flink wat absurde humor verweven. Een acteur haalt bijvoorbeeld plots een voorwerp, een gevarenbordje zoals je soms ziet als een gang net geboend is, uit de coulissen en zet het dan maar meteen weer terug, aangezien het niets terzake deed. Andere humor is metatheatraal –plots duikt er bijvoorbeeld een technicus op- of gebaseerd op overdrijving. Het is dergelijke humor die het stuk met zijn zware thema wat luchtig houdt. Luchtig is ook het intermezzo van de ceremonie, waar de wachter zich ontpopt tot een echte illusionist en de koning in stukken zaagt. Wanneer de koning met zijn hoofd in een guillotine zit, dringt plots de ernst van de situatie terug tot iedereen door. Vanaf dan houden ze de ernst vrijwel aan tot het einde, wat dat erg zwaar maakt.
Met het thema van de dood en palliatieve zorg heeft Aus Greidanus Jr. een zwaar thema gekozen om zijn regiedebuut te maken. En geen gemakkelijke tekst. De sterkste momenten in het stuk, zitten wat mij betreft in het stille spel. Misschien heeft Greidanus zich hier en daar wat teveel vastgepind op de tekst en was die beter tot zijn recht gekomen als er wat in gesnoeid werd. Maar hij heeft de vele uitdagingen van die tekst -op de lengte na dan- in grote mate weten te overwinnen. Zijn regiedebuut staat er wel. Eerder zagen we hem zelf aan het werk als acteur bij het NTGent –onder andere in de Oresteia en Fort Europa-, nu regisseert hij zijn vroegere collega’s. Samen met hen heeft hij de koning met de beste palliatieve zorgen naar zijn einde begeleid.
En als de koning sterft, doet hij dat op zo een mooie manier, dat het lange wachten op zijn dood snel vergeten is.
CREDITS
Tekst: Eugène Ionesco
Regie: Aus Greidanus Jr.
Spel: Sanne den Hartogh, Servé Hermans, Maartje Remmers, Hilde Heijnen, Steven Van Watermeulen en Anne Gehring.
Gezien in NTGent op 15 mei 2008






