Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Kristin Rogghe:
Over de Existentie-tentoonstelling Walls & Gateways
Tekst en taal op het Kunstenfestivaldesarts
Lemi Ponifasio en Ensemble MAU brengen Tempest II op het kfda
Over de tentoonstelling Re-make/Re-model op het Courtisane Festival in Vooruit
Actionfields: een dubbelinterview met Tom Woestenborghs en Vincent Verbist
'Quartet: A Journey to North' van Koohestani/Mehr op het kunstenfestivaldesarts
MOORD ZONDER MOTIEF
datum 15.05.2008
rubriek Podium
Voor het trouwe publiek van het internationale Kunstenfestivaldesarts in Brussel is Amir Reza Koohestani geen onbekende. De Iraanse auteur-regisseur staat garant voor een poëtische theatertaal die ernstige inhouden niet schuwt. Toen ik in 2005 op hetzelfde festival zijn stuk Amid the Clouds zag – het relaas van twee Iraanse vluchtelingen in een bijzonder esthetische scenografie – was ik diep geroerd. Het is dan ook met hooggespannen verwachtingen dat de zaal binnenstap om te gaan kijken naar zijn nieuwe productie Quartet : A Journey to North.
In het midden van de zaal zitten vier acteurs die elk een andere richting uitkijken. Boven hun hoofd hangt telkens een videoscherm, voor hen staat een camera. Het publiek neemt plaats op een van de vier tribunes tegenover hen. Door die opstelling ziet de kijker één acteur frontaal, twee anderen in profiel en de vierde helemaal niet. Twee van de personages zijn moordenaars, de andere twee zijn familieleden van de slachtoffers. Hun monologen wisselen elkaar af zodat de kijker gaandeweg te weten komt wat er is gebeurd. Toch drijft deze voorstelling niet op suspense of dramatiek, en evenmin bieden de monologen een psychologisch diepteportret van de daders of de nabestaanden. De nadruk in de teksten ligt op het anekdotische, op de gebeurtenissen die voorafgingen aan de fatale daad. Zo blijken de moorden veleer voort te komen uit een samenloop van banale omstandigheden dan uit een dwingend motief bij de daders.

De doordachte scenografische keuzes van Koohestani roepen vaak een gevoel van afstand en isolatie op en dat is in deze voorstelling niet anders. De vier acteurs hebben onderling geen enkel oogcontact, geen fysieke of verbale interactie. Maar waar de afstandelijke vorm in vorige producties juist een intens meevoelen van het publiek met de eenzaamheid en onmacht van de personages in de hand werkte, gebeurt er op dat vlak naar mijn aanvoelen nogal weinig in Quartet. Aan de acteurs ligt het niet: zij zetten in een realistische stijl en met een veel naturel geloofwaardige figuren neer. Misschien zitten de camera’s en de videoschermen er voor iets tussen. Het contact tussen het publiek en de personages is in drie van de vier gevallen niet rechtstreeks maar gemedieerd. En zelfs bij het personage dat frontaal voor je zit, heb je als kijker de neiging om eerder naar de talking head op het scherm te kijken dan naar de echte mens. Op die manier wil Koohestani erop wijzen hoe makkelijk de media een verhaal kunnen manipuleren: feiten en fictie lopen naadloos in elkaar over. Maar die reflectie op de macht van de media klinkt te zwak en te welbekend om de kern van de voorstelling uit te maken.

Waar is het Koohestani en zijn Mehr Theatre Group dan wel om te doen? Wat zijn hun motieven om dit stuk te maken? Als vertelling is de voorstelling bijwijlen langdradig, als mediakritiek overtuigt ze niet. De potentiële kracht van het stuk ligt wellicht in de uitwerking van de personages en in de spanningsvelden tussen hun persoonlijke verhalen. Hierin hadden de makers nog dieper kunnen graven – niet om duidelijke motieven bloot te leggen, maar juist omwille van de onthutsende confrontatie met het ontbreken daarvan. Tijdens het nagesprek vertelde Koohestani dat deze productie ontstond op basis van een onafgewerkte documentaire over een ‘heel gewone man’ die verschillende van zijn verwanten had vermoord en niet kon zeggen waarom. Het onvatbare samengaan van het menselijke en het monsterlijke in één persoon is inderdaad een fascinerend gegeven, universeel én actueel. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat er meer in dat uitgangspunt zat dan in de voorstelling tot uiting is gekomen.


Gezien op 12 mei 2008, Kunstenfestivaldesarts, KVS (Brussel)
Nog te zien op 14, 15 en 17 mei


www.kfda.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie