Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Lieve Dierckx:
It is written there.
Showtitle #63 BLACK MARK
Koninklijk Ballet van Vlaanderen in première op 't Eilandje
Amperdans 3
GROEPSPORTRET VAN EEN DANSSTAD
datum 09.04.2008
rubriek Podium
Tijdens Amperdans 3 toonden zes Antwerpse danshuizen gedurende tien dagen zo’n achttien voorstellingen. Het werd geen festival met een curator die vanuit een centrale visie op zoek gaat naar een programma, wel een groepsportret waarin elk van de huizen de eigenheid van hun programmatie toonde. Zoals dat gaat in goedgeordende chaos vielen de dingen vanzelf op hun plaats. Het groepsportret ging tussen de eerste en de laatste voorstelling een eigen leven leiden en nestelde zich in de gemeenschap. Het toonde er niet alleen facetten van een dansstad, van dans als kunst en de rol van kunst in de gemeenschap – er ontvouwde zich ook een portret van de toeschouwer en van de criticus. In de loop van dat proces herschikten zich geijkte rollen. De kers op de taart werd een heus dansmanifest in de voorstelling van deufert+plischke, Reportable Portraits/Notice Me! Daarmee was het festival meteen van een gefundeerde missie voorzien. Een curator had het allemaal niet mooier kunnen bedenken.
"Do you still dream about your sisters that come to visit you on your sofa,
Throw their high heels in the corner, switch off the television,
Take the beer out of your hand and then take you by the hand,
Guiding you across the flower beds, past the singing choirs,
Away from the numerous houses with or without bathtub to finally ask you:
Dance, do you want to dance?"
(deufert+plischke, Notice Me!)

Danshuizen

De Antwerpse huizen rond Amperdans 3 zijn van erg verschillend komaf. De stad telt het enige balletgezelschap dat Vlaanderen rijk is. Hun locatie op ’t Eilandje leverde tot voor kort ook wel eens toespelingen op over minder letterlijke insulaire trekjes. Naast het Koninklijk Ballet van Vlaanderen heeft ook deSingel het statuut van ‘grote instelling’ en programmeert grote namen uit de nationale en internationale danswereld. Op de achtergrond biedt wpZimmer intensieve begeleiding aan een kleine selectie van dansers en performers. Ze krijgen er naast logistieke steun in hun carrièreontwikkeling de kans om zonder productiedruk werk te ontwikkelen. Kunstencentrum Monty zet jonge en minder jonge makers in de kijker met een avant-gardistische en dus risicovollere programmatie. Zij zijn het ook die de studenten van PARTS en HID een podium geven voor hun afstudeervoorstellingen. Verder is er Troubleyn, het huis van Jan Fabre dat sinds vorig jaar in zijn nieuwe gebouwen ruimte biedt aan jong talent, vaak ex-medewerkers die hun eigen weg zoeken. En CCBerchem is één van de weinige cultuurcentra in Vlaanderen die consequent hedendaagse dans aan een podium helpen. Dansprogrammator Marc Goossens heeft er bovendien een gelauwerd dansblog op poten gezet.

"The task became how to create a field of responsibility rather than a hierarchy of competences."
(deufert+plischke, Notice Me!)

Tot nu toe ging elk huis in Antwerpen min of meer zijn eigen weg. Amperdans 3 is de eerste grootschalige gezamenlijke inspanning om de stad als internationale dansstad op de kaart te zetten. Er waren op dit eerste groepsportret nog enkele blinde vlekken, afwezige familieleden zeg maar. Het Hoger Instituut voor Dans bijvoorbeeld toonde zijn studentenvoorstellingen buiten de Amperdansprogrammatie om terwijl P.A.R.T.S. wel duidelijk aanwezig was. Ook Kunst/Werk, de onderzoeksgerichte dansorganisatie rond Alexander Baervoets en Marc Vanrunxt had er bij gehoord, en Toneelhuis dat onderdak biedt aan internationaal erkend Antwerps boegbeeld, Sidi Larbi Cherkaoui.
In elk geval ziet cultuurschepen Philip Heylen in het festival een toegevoegde waarde voor het beeld van Antwerpen-cultuurstad en bood daarom de volle steun van het stadhuis aan.


Portret van kunst in de gemeenschap


"In art, art itself becomes the risk, and strictly speaking there is no failure –
there is just giving up.
And if choreography is an art of order, of sequence
and of a community of strangers, it is an order that risks itself again and again."
(deufert+plischke, Notice Me!)

In de tien dagen dat het festival duurde kreeg wat begon als portret van een dansstad een fijnmaziger betekenis. Niet alleen de dansgemeenschap werd uitgelicht, vanuit verschillende hoeken werd ingezoomd op de verhoudingen tussen dans en de gemeenschap.

Een foto van Jeff Wall is het uitgangspunt van de openingsvoorstelling, Still Lives van Cie Isabelle Schad.
Het publiek krijgt de foto nooit te zien, een leeg scherm toont de tekst van wat we off-screen horen: zo’n veertigtal Antwerpse bewoners en stadsbezoekers die dezelfde foto tijdens korte straatinterviews beschrijven. Verschillende keren lijkt het over wat anders te gaan maar dan duikt een detail op uit een vorige beschrijving en spoort het op eenzelfde lijn weer verder. Veertig verschillende stemmen, intonaties, timbres, dialecten, klanken, pauzes, snelheden, nadrukken, toonhoogtes creëren een polyfone wereld waaruit het, nadat het laatste verhaal verteld is, moeilijk losmaken is. De stemmen vertellen meer over de spreker dan over de foto. Eén foto levert veertig gedetailleerde portretten op van de beschrijvers waaraan elke beschrijving telkens een nieuwe facet toevoegt.
Overgebracht naar de theatrale ruimte toont zich het verhaal van de verhouding tussen schouwspel en toeschouwer. En de criticus wordt alweer met zijn neus op de relativiteit van zijn kijk op het geheel geduwd.

Achteraf, toen ik de foto in kwestie toevallig terugvond bleek dat die net ook bedoeld was om de verhouding tussen kunstwerk en de gemeenschap te illustreren. Jeff Wall gaf zijn opname die een geënsceneerde straatscène is, als titel “The Stumbling Block” mee. Het struikelblok in de foto is een man die dwars over een breed voetpad gedrapeerd ligt, ergens in de zakenwijk van een anonieme grootstad. Hij zou een dakloze kunnen zijn als hij niet verpakt was in iets wat het midden houdt tussen een ruimtepak en een hockey-outfit. Op het ogenblik dat de fotograaf het beeld vastlegt struikelt een jonge vrouw met de armen voor zich uit over hem heen. In de onmiddellijke omgeving zitten of staan, in verschillende stadia van inkeer, mensen die hetzelfde is overkomen. De foto wilde een allegorie zijn op het effect van de individuele actie van een kunstenaar op de gemeenschap – in dit geval hoe de kunstenaar met zijn actie mensen letterlijk en figuurlijk tot stilstaan dwingt.


Portret van dansers

"Participation starts with a conspiracy of partaking,
and not by the self-positioning of the speaker."
(deufert+plischke, Notice Me!)

De makers van Still Lives voegen aan dat gegeven nog een extra dimensie toe want het is een groep van veertig amateurdansers die op het podium de veertig gesproken beschrijvingen bij de foto in beweging omzet. De kunstenaar/choreograaf nestelt zich in de gemeenschap en die nestelt zich op haar beurt in het kunstwerk. Tot verdriet van een danser in het publiek die het geen goed idee vond dat amateurs de openingsvoorstelling van een dansfestival dansten.

Hoe zou de voorstelling anders geweest zijn met 'echte' dansers op het podium? Misschien zou de voorstelling choreografisch minder een groepsgebeuren geworden zijn. Misschien zou anderzijds de dansersprésence eenvormiger geweest zijn. De mensen die nu opvallen doen dat niet omwille van hun danskwaliteiten maar omdat ze- zelfbewust - koket - grappig - gracieus - aandoenlijk - onzeker - onhandig - kleiner dan gemiddeld- ouder dan gemiddeld waren - of omdat ze een bijzondere lichaamsvorm hadden. Het doet beseffen hoeveel soorten lichamen, hoeveel houdingen en hoeveel idiomatische manieren van bewegen er zijn die je meestal niet op een danspodium ziet. De lichamen in Still Lives zijn anecdotisch terwijl professionele dansers een danslichaam gecreëerd hebben waarmee ze verschillende bewegingskwaliteiten trefzeker kunnen neerzetten. Het is een kunst, een ambacht zoals een acteur zijn stem moduleert naar de behoeften van een theatrale gebeurtenis, moduleren zij hun lichaam naar de behoeften van hun dansfrasen. Het geeft te denken ook over hoe bepalend ze zijn voor het portret van dans. Het geeft ook te denken over de criticus en hoe zijn métier net als dat van dansers bepalend, beperkend of net verruimend kan werken voor zijn publiek.


Dansmanifest

"From a single thread something complex evolves
every slope connected to the next slope whole after whole
place-lessness connected to place-lessness."
(deufert+plischke, Notice Me!)

Tijdens de Amperdansweek speelden ook deufert+plischke in op het portretthema en de verhouding tussen kunst en gemeenschap in Reportable Portraits/Notice me! Hun voorstelling was onderbouwd met niets minder dan een manifest, voorgelezen in het tweede deel van de voorstelling. Het duo geeft er uitgebreid zijn visie op dans als kunst. Die tekst duidt het kader voor hun serie van Reportable-projecten waarin ze werken rond portret, zelfportret en verwantschapsrelaties, soms tussen verschillende kunstdisciplines, in dit geval tussen vormen van bewegen.

De portretten die ze maken noemen ze Reportable Portraits, een tricky woord. Je associeert het met verslaggeving of een rapport uitbrengen. Het woordenboek denkt er anders over: Reportable - (of income) required by law to be reported; "reportable income" (thefreedictionary.com). ‘Reportable’ heeft dus met inkomsten te maken en met plicht die via een wet in de gemeenschap gebracht wordt.
In hun manifest beschrijven deufert+plischke kunst als een universele stamboom. De verhoudingen zijn er niet hiërarchisch maar er is, als in een rhizoom, plaats voor steeds nieuwe vertakkingen,. Voor hen is kunst een uitnodiging om bij te dragen aan die genealogie. En een kans ook om met hun bijdrage verantwoordelijkheid op te nemen tegenover de gemeenschap.

Voor het eerst in hun samenwerking als artistiek tweeling - artistwin zoals ze zichzelf graag noemen - betrekken deufert+plischke buitenstaanders bij hun voorstelling. In het eerste deel van de voorstelling zijn dat drie medeperformers. Tijdens het voorbereidingsproces hebben ze met hen de gelijkwaardigheidsprincipes van hun duowerk voortgezet, een zoektocht naar ultieme democratie in een werkproces zonder hiërarchie, virtuositeit, of uniformiteit. Dat doen ze door te vertrekken van ieders individuele inbreng die ze telkens opnieuw doorgeven en herformuleren tot er net als in Still Lives een polyfonie van bewegingsportretten ontstaat.

"A genealogy rather than a succession of events. Something that takes place
in any direction more than something that groups along a line of succession."
(deufert+plischke, Notice Me!)

Om hun ideeën voor het publiek tastbaar te maken zetten deufert+plischke in het tweede deel van de voorstellling een laboratorium op met de toeschouwers als proefkonijnen en als deelnemers. Ze mogen er hun eigen bewegingsportretten maken. In het eerste deel werd die uitnodiging al zachtjes ingeleid via een kwetsbaarheid bij de dansers, een bijna verlegen openheid - ik denk aan Benjamin Schoppmann zoals hij bij het begin van de voorstelling vooraan op het podium kwam staan. De eigenlijke vraag aan het publiek om deel te nemen illustreert hun werkmethode: het is een uitnodiging van een zeldzame hoffelijkheid, met ingebouwde vluchtwegen voor genodigden die zich lastiggevallen zouden voelen. Neergeschreven associaties bij een gefilmde dansfrase - een beetje volgens het cadaver exquis-principe - zijn de basisingrediênten waarmee de toeschouwer aan de slag kan. Het procédé doet zijn werk en levert één van de meest natuurlijke, efficiënte en gelaagde publieksparticipaties op die ik gezien heb. Via incorportatie, het lichamelijk beleven, is het procédé voor de kijker-toeschouwer meteen zoveel duidelijker. De criticus als duider die moet verklaren wat aan de hand is, is hier overbodig. En dat mag wat mij betreft, graag zelfs, als het op deze manier kan.




Portret van een disciplineringsproces

Op de laatste avond van Amperdans 3 trekken Annabelle Chambon en Cédric Charron – samen Label Cedana - de verhouding tussen portret, kunst en gemeenschap verder open. In Douce Violence, Zone de Silence grijpen de makers daarvoor terug naar de verste geschiedenis van fotografie, naar de camera obscura. Samen met de telescoop en de microscoop staat die in de zeventiende eeuw voor een nieuwe perceptie van de werkelijkheid. Label Cedana zet de camera obscura op dezelfde manier in als portretschilder Joannes Vermeer dat in de 17de eeuw al deed. Hij keek door de lens van de camera om zijn modellen eerst al in twee dimensies te zien voor hij ze op doek zette. Label Cedana doet hetzelfde om de werkelijkheid beter te kunnen vangen voor hun medium.

De podiumruimte is een helderwitte kubus waarin twee anonieme figuren de ceremonie leiden. Hun witte overall, witte handschoenen en wilde witte pruiken laten geen centimeter vlees bloot. Het sterke witte licht achter de verste wand geeft aan het geheel het effect van een binnenstebuiten gekeerd schaduwspel. De inspiratie voor dit portretwerk haalden Charron en Chambon uit de 18de eeuwse fantasmagorie, een soort publieke spookséances waarbij met rijdende toverlantaarns voor het eerst bewegende beelden op een scherm werden geprojecteerd. De associatie met fantomen maakt ze tot een verre voorloper van de huidige griezelfilm. Fantomen tot leven wekken is voor de makers het uitgangspunt van de voorstelling.

"Our actual proceeding is rather like throwing sheets in the world
in any direction
with the hope one hits a ghost once.
a ghost that haunts in the middle of us. In all the in-betweens that are the gap of subversion, of the potentiality of change."
(deufert+plischke, Notice Me!)

In drie scènes nemen Annabelle Chambon en Cédric Charron de toeschouwers mee in een abstracte, vertraagde wereld die eerder associaties met sciencefiction oproept dan met spoken uit het verleden. De twee witte meesters manipuleren een zwarte overall in soepele stof over een witte podiumvloer. Ze doen dat met elk twee brede meetlatten die doen denken aan peilstokken of nog, aan maatstaven. Ze rekken, trekken en verschuiven het zwarte materiaal, gooien het op een hoopje en laten het met zacht geweld de vier hoeken van het podium zien - tot één van de figuren een wit brancard achter op het podium rechtop zet en erachter verdwijnt. De andere zet het werk gestaag verder.

Als even later de constructie omvalt wordt een man zichtbaar die van kop tot teen gehuld is in hetzelfde zwarte jersey van daarnet. Ook zijn gelaat is bedekt. Tegen de belichte achterwand is hij het bewegend beeld uit de fantasmagorie. Met torsies, buigingen, rolbewegingen, met hoekige ledematen en schuivende bewegingen meet hij zijn habitat op en verkent hij zijn mogelijkheden. Hij blijft laag bij de grond, nooit hoger dan zithouding, waardoor het contrast met de levenloze materie uit het eerste deel des te sterker uitkomt. De ééndimensionale vorm is getransformeerd van passief en manipuleerbaar naar een actief, driedimensionaal en onderzoekend lichaam.
Maar de pret mag niet duren. In de laatste scène dwingen de twee witte meesters hem zacht op een stoel, waar ze hem eenzelfde pak aanmeten als het hunne. Het creatief zoekende individu is gerecupereerd: hij wordt één van hen.

In het uitspelen van plasticiteit roept de voorstelling vragen op over disciplinering, individualiteit en transformatie. De kracht van Douce Violence, Zone de Silence ligt in het precieze evenwicht tussen het beeldende en de choreografie, tussen dode en levende materie. Het gaat er om hoe de kunstenaar of bij uitbreiding de maatschappij die materie manipuleert. Kunst kan hier alleen bestaan als gerecupereerd object binnen de wereld van zij die kijken, en in de mate dat het geplooid kan worden naar de normen van hun werkelijkheid. Geen publieks- of bewonersparticipatie in deze voorstelling: van de gemeenschap gaat dreiging uit. Label Cedanas zeer beeldende, minimalistische symfonie in wit en zwart is het kader van een disciplineringproces dat er zich met zacht geweld ontrolt.

Gemeenschapsgevoel voor dans

Tussen de eerste en de laatste Amperdansavond ging de portretmetafoor een eigen leven leiden. Tussendoor werden nog parels rondgestrooid als La Magnificenza van de Fransman Etienne Guilloteau en Lost by Last van de Fin Jermo Elo die het portret van dans bijstelden met bevraging over zowel hedendaagse dans als ballet. Dans als kunst wreef zich tegen de gemeenschap aan. Grenzen werden minder scherp, er zat beweging tussen rollen, locaties, dansvormen, tussen centrum en marge. Er werd in de fysieke ruimte van de stad heen en weer gependeld. Het eigene van dit festival zou wel eens dat eclecticisme kunnen zijn, een democratie van deelnemers en toeschouwers die een breder gemeenschapsgevoel voor dans genereert.

Amperdans 3 vond plaats in Antwerpen van 24 januari tot 2 februari 2008.

Fotocredits: 1. deufert+plischke Reportable Portraits Copyright artistwin
2. Label Cedana Douce Violence Zone de Silence Copyright Label Cedana
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie