Meest recente artikels:
Interview met Pieter-Paul Mortier
Een interview met Eric Joris n.a.v. Line-Up
kunstkamers in het Rubenshuis te Antwerpen.
Over Seeing One's Own Eyes in teken van europalia.china
Meer artikels van Joeri Bruyninckx:
Benjamin Franklin
Interview met R.O.T.
Interview met Jos Steen
Interview met Carlo Steegen
DE VUIST OP TAFEL
datum 30.03.2008
rubriek Muziek
Wanneer je het over de Belgische underground hebt, kan je niet om Carlo Steegen heen: hij is de man achter het noise-label Audiobot en hij vormt samen met zijn vriendin Eva Van Deuren (tevens Orphan Fairytale en 1/3 van Maskesmachine) de groep Frozen Corpse en zit met diezelfde Orphan Fairytale en Dennis Tyfus in Hardline Elephants. Tot slot vormen hij, Dennis Tyfus, Vaast Colson en John Olson (Wolf Eyes) de band Anti-Freedom. En dan is er nog het hiphopprogramma ‘Schering en Inslag’ dat hij samen met zijn broer Point Dextr op Radio Centraal opvoert.
Heb je er nooit aan gedacht om in je eentje muziek te maken en uit te brengen?
Carlo Steegen: “Natuurlijk, met die gedachte speelde ik al van toen ik mijn eerste single van Technotronic kocht, maar ik denk dat ik als soloartiest op dit moment niks te vertellen heb.”

Je speelt wel samen met jouw vriendin in Frozen Corps.
Carlo: “De idee achter Frozen Corpse is om als koppel een act te zijn, zoals Ike & Tina Turner dat waren. Het is toch speciaal om als koppel muziek te maken. Je houdt op een andere manier rekening met elkaar. Het is moeilijk uit te leggen wat er dan precies zo anders is. Omdat Eva en ik zo close zijn, kunnen we samen muziek maken zonder dat we elkaar hoeven uit te leggen wat nu juist de bedoeling is. Hierdoor win je niet enkel veel tijd, het geeft je ook veel bewegingsruimte. Muzikaal gezien is Frozen Corpse een jam-band: bij elkaar gaan zitten, een tape in de recorder steken en op record duwen. De meeste van die jamsessies zijn vrij kort, ongeveer twintig minuten, maar dat is goed zo. Bij een ontbijt van koffie, croissants en wiet denken Eva en ik dan na over wat we met die opnames gaan doen. Ik verspreid de muziek liever via kleine labels, met releases op onregelmatige basis. Zo wordt het allemaal wat mystieker en blijft onze discografie moeilijk te volgen, als een puzzel die niemand ooit bij elkaar krijgt.”

Samen met Dennis Tyfus en Eva speel je ook in Hardline Elephants, maar daar hoor ik de laatste tijd niet zoveel van.
Carlo: “Het is dan ook makkelijker om enkel met je vriendin te jammen dan met drie. Dennis is door zijn ADHD-syndroom ook meestal druk bezet. Los daarvan staat het materiaal van Dennis bij ons op de zolder en dat van Eva en mij in de kelder, wat het repeteren niet altijd even evident maakt. Maar Hardline Elephants heeft geen strikt schema. Om de zoveel tijd rapen we gewoon onze spullen eens bij elkaar en trekken de stembanden nog eens open, en dat is het dan.”

Staan er nieuwe platen van Hardline Elephants op stapel?
Carlo: “In een verre toekomst kan je een reggaenoise-single verwachten op Ecstatic Peace. We moeten enkel nog bedenken hoe we de hoezen kunnen zeefdrukken op oude pamperdozen, zoals ze dat bij Studio One deden.”

Je bent het afgelopen jaar ook met Frozen Corps en Hardline Elephants op tournee geweest.
Carlo: “Met Frozen Corpse hebben we een korte, hectische tournee door de UK gedaan: met zeven in een bestelwagen, en daar het materiaal nog bij, comfortabel is anders. Met Hardline Elephants hebben we twee keer de Amerikaanse Oostkust doorkruist. Vooral die eerste tournee met Lambsbread was memorabel. We speelden toen extreem korte sets. Tijdens een concert in Providence piste zelfs iemand op onze cimbalen. Rare toestanden allemaal. Onze tweede US-tour was wat beter georganiseerd. Van die tournee herinner ik mij het nachtelijk bezoek aan de RRRecords-winkel.”

De laatste keer dat ik jou op een podium zag staan, was samen met John Olson, Dennis Tyfus en Vaast Colson.
Carlo: “Dat was met Anti-Freedom, wat een halve parodie is op de vroege, ruwe straight edge hardcore. We hebben nooit gerepeteerd maar wel drie keer opgetreden. De eerste keer was hier in Antwerpen, toen iemand met een ongelukkige stagedive zijn rug gebroken heeft. Het tweede optreden was op het No Fun-festival. Daar ging quasi iedereen uit z’n dak in de old school hardcore-stijl: omgeslagen enkels, vuisten in het gezicht, je kent dat wel. De show die jij zag was de derde en voorlopig laatste.”

KOUDE HAAT

Hoe ben je eigenlijk in muziek geïnteresseerd geraakt?
Carlo: “Toen ik elf jaar was en nog in Limburg woonde, kreeg ik wat cassettes in mijn handen via een neef. Dit waren gruizelige compilaties vol korte nummers van Napalm Death, Carcass, Agathocles, Master, Benediction, Deicide en Bolt Thrower. In Metal Hammer ben ik dan op zoek gegaan naar rauwer materiaal. Zo kwam ik in contact met talloze piepkleine mailorder-bedrijfjes en in zwart en wit gekopieerde fanzines. De Black Metal-mailorderlijst van de in die tijd befaamde Uncle Underground uit Boechout las ik als een bijbel, en met mijn zakgeld probeerde zoveel mogelijk 'zwart' waar voor mijn geld te krijgen. Gaandeweg leerde ik tussen al de death-grunts en koude haat ook Sick Of It All, Biohazard en Agnostic Front kennen. De lokale Limburgse scene stond toen in volle bloei met helden als Kindred, Rancor, Ashlar, The Kid Karate en de ranzige eerste dagen van El Guapo Stunt Team. Scheef gaan en je kapot gieren. Strontbommen in cafés binnengooien, constant blauwe plekken... er was altijd wat gaande.”

Hoe ben je van metal en hardcore bij noise terechtgekomen?
Carlo: “Vroeger had je in de Gentse platenwinkel Pyrrhus dozen vol met singles. Tussen talloze oerlelijke hardcore- en punkhoezen vond je wel eens iets wat er opmerkelijk grimmig uitzag. Daar heb ik mijn eerste platen van Government Alpha, Merzbow en Masonna gekocht en zo ben ik mij gaan verdiepen in alles wat noise of gewoon weird was. Een vraag die ik nog steeds dikwijls stel als ik in platenwinkels vertoef, is: “Wat voor iets is dit?”. Als ik daar dan als antwoord op krijg: “Man, dat is gewoon lawaai!”, dan weet ik dat het iets voor mij is.”

VOD MET SPERMA

Wanneer besloot je dan om een eigen label op te starten?

Carlo: “Toen ik op mijn fabrieksjob was uitgekeken en van Limburg naar Antwerpen verhuisde. Ik hing toen elke dag rond ik de Kammenstraat en kocht met mijn beetje gespaard geld almaar meer platen. Dat was rond 1998, toen de eerste Kid 606 gabbertracks uitkwamen en daarna ook Venetian Snares en Pleasurehorse. Die agressieve sound was exact wat de IDM-scene toen nodig had: de vuist op tafel. Rond die tijd heb ik ook Sickboy leren. Die 'Ganja Bullet'-single van hem moet zowat het eerste geweest zijn wat op Audiobot verscheen. Daarna was Tan As Fuck aan de beurt, wat in feite de allereerste cdr-release op Audiobot was. Ik ben nog altijd enorm trots op de vormgeving van die cdr: Jelle Crama ging toen voluit. Die dikke kartonnen hoezen slorpten massa's inkt op. Ja, daar heb ik goede herinneringen aan. Uiteindelijk ben ik me dan maar gaan specialiseren in strikt gelimiteerde, weirde noise cdr’s. Ik heb het altijd vooral voor de youngsters en de underdogs gehad, snap je.”

De cdr’s die op Audiobot verschijnen zijn ook altijd mooi vorm gegeven.
Carlo: “Ja, ik vind dat belangrijk. Daarom heb ik ook van in het begin samengewerkt met mensen als Point Dextr, Dennis Tyfus, Zeloot, Jelle Crama, Carlos Pitchphase en nog enkele andere vormgevers. Je kan niet alles met spraypaint te lijf gaan, vind ik. Ik heb er altijd voor gekozen om een cdr als een volwaardige drager te benaderen. Waarom zou je anders in godsnaam Jelle Crama elf kleuren over elkaar laten zeefdrukken? Wat Jelle maakt, is met liefde gebracht, en ook zo verpakt. Ik heb de hoes nooit kunnen loskoppelen van de muziek, voor mij is dat met elkaar verbonden. Door een hoop noisepippo's leek dat even verloren te gaan. Die brachten dan hun baggernoise uit door een cdr in een vod met sperma te wikkelen, weet je wel. Dat soort puberale shockeffect is één keer grappig, maar ook snel weer uitgewerkt. De meeste van de Audiobot-hoezen werden gedrukt op gerecycleerde foto's van lijken, adoptiekinderen en anale eczeem. In mijn ogen mocht daarbij altijd expliciet kleur aanwezig zijn. Ik hou van flashy kleuren, van dingen die direct in het oog springen.”

Mijn favoriete Audiobot-cdr is ‘Chronic Depression…Fuck It!’ van Schizoïde.
Carlo: “Schizoïde is een eigenzinnig figuur binnen de Antwerpse underground. Vroeger had hij de bijnaam 'the guitar destroyer', maar die heldhaftigheden hebben al lang plaats gemaakt voor een synth-obsessie. Schizoïde vatte op dat moment de Antwerpse sfeer goed samen, daarom leek het me ook gepast om een cd van hem uit te brengen.”

Wat is jouw favoriet?
Carlo: “Een favoriet eruit kiezen is moeilijk. Sommige releases verliepen erg vlot, andere lieten door steeds veranderende omstandigheden jaren op zich wachten. Dat was niet te voorspellen maar wel erg leerzaam. Het grappige is dat de releases die lang op zich lieten wachten hierdoor bijna cultobjecten werden, zoals die cdr van Wooden Wand & The Vanishing Voice. Het is ook al gebeurd dat mensen beginnen te speculeren of een bepaalde release echt bestaat. Dan wordt het erg interessant, natuurlijk. Misschien hou ik dus nog het meest van de releases die niet effectief bestaan.”

OP DE EERSTE RIJ

Momenteel heb je op Radio Centraal het hiphopprogramma ‘Schering en Inslag’, samen met jouw broer Point Dextr.
Carlo: “Door mijn broer ben ik opgegroeid met hiphop. Toen '36 Chambers' van Wu Tang Clan uitkwam, waren wij al met onze hoofden al op die beats aan het bangen. Daarnaast luisterden wij ook veel naar Mobb Deep, Raekwon, Jeru The Damaja en Extince. Na al die jaren was het gewoon tijd om samen een wekelijkse hiphopradioshow te beginnen, als een eerbetoon aan de hiphopcultuur.”

Wat spreekt jou aan in hiphop?
Carlo: “De kunst van het verhalen vertellen en de spitsvondige beeldspraak. Je hoort en je ziet dingen op hetzelfde moment, snap je. Net zoals in die Marvel-strips van vroeger. Of zoals Pitt (een figuur uit de Image-strips, jb) die soms in vechtscènes van wel negen bladzijden lang verwikkeld was. Man, dat was vuurwerk! Door veel naar hiphop te luisteren, merk je ook dat er een enorme brede waaier aan hiphop bestaat en dat alles tegenwoordig razendsnel evolueert. Het gaat snel en hard, maar als je op de eerste rij wil staan, moet je daarmee kunnen omgaan. Dit is een erg interessante periode om hiphop nader onder de loep te nemen. Daarom denk ik dat een programma als ‘Schering en Inslag’ nu wel op zijn plaats is.”

Ben je van plan om je in de toekomst nog meer met hiphop te gaan bezighouden?
Carlo: “Absoluut. De drijfveer om constant nieuwe zaken te leren kennen duwt de radioshow ook voort, het werkt als een goed geoliede locomotief. ‘Schering en Inslag’ is een actuele show, het heeft geen zin om als een sok in de old school te blijven hangen.”
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie