Via bijdragen uit verschillende kunstdisciplines, met een literaire wake en een wandeling rond het Navo-hoofdkwartier in Brussel, vertelden Belgische en Iraakse kunstenaars in drie Vlaamse steden over vijf jaar bezetting in Irak. Tg Cactusbloem organiseerde in Antwerpen Bagdad Bazaar, een multidisciplinair parcours doorheen de Antwerpse Monty. De herdenking begint met Iraakse gedichten voorgedragen vanop de foyertoog door drie heel jonge meisjes, net geen kinderen meer. Na de lezing bieden ze aan het publiek stukjes aan van een enorme bruidstaart die ze samen langs de aanwezigen dragen. Pas aan het eind van de avond wordt duidelijk wat die bruidstaart met de Iraakse bezetting te maken heeft.
Voor het zover is voert Helge Daniëls met theatermaker Hazim Kamaledin en dichter Salah Hassan een gesprek over de (on)mogelijkheid van kunst in bezet gebied. Kamaledin en Hassan vertellen over hun terugkeer naar Bagdad in 2003 nadat ze jarenlang in ballingschap leefden tijdens de dictatuur van Saddam Hoessein. Het langverwachte weerzien liep voor geen van beiden zoals ze gehoopt hadden. De kloof tussen wie gebleven was en wie zich verzet had bleek schier onoverbrugbaar. Wie ten tijde van Saddam bleef, had de keuze tussen recuperatie door het regime of eliminatie tout court. En dat lijkt intussen niet veranderd. Religieuze dictatuur vervangt de oude politieke dictatuur en de Amerikaanse bezetter heeft geen boodschap aan geëngageerde lieden met sterke stemmen die het land opnieuw aan een ziel kunnen helpen. Met andere woorden, kunstenaars die terugkeren uit ballingschap zijn niet welkom. Verraad en identiteitscrisis vatten de toestand samen – Hazim Kamaledin stelt zich de vraag hoe de karaktermoord op een volk nog goed te maken is en Salah Hassan wil graag weten hoe je niet alleen een land maar ook zijn bewoners kan herbouwen.
Verraad, tweespalt en broedermoord zijn ook aanwezig in het tweede deel van het programma, een choreografie voor drie dansers.
Het enige decorstuk is een rechthoekig rood tapijt dat dwars in een verre hoek van het podium ligt. Daarop twee verwrongen lichamen met ingedraaide voeten die blind en klauwend naar elkaar op zoek gaan. Het verloop is traag, je hoort hun adem. Ze grijpen in elkaar en even lijkt het of ze daarin troost vinden. Maar als ze naast elkaar rechtop zitten drukken hun ruggen de ontmenselijking uit van gevangenen aan de voet van een bewaker of van waanzinnigen in een isoleercel. De soundscape met stemmen ver voorbij de grens van het menselijke echoot hun machteloosheid.
De voorstelling toont meer ambigue relaties tussen de performers. Vooraan op het podium verandert een liefdevolle omhelzing langzaam in een wurgscène die twee dansers voor dood achterlaat. Volgens de choreograaf zou deze symboliek van twee broers die elkaar vermoorden op een Iraaks podium niet kunnen voor de censuur. Toch toont hij ook hoop in het laatste deel van zijn choreografie. Er spreekt eendracht en een constructiever soort woede uit de synchrone wervelbewegingen van de dansers en uit de gespierde tonus van hun lijven als ze telkens opnieuw in een krachtige zithouding unisono hard op de vloer slaan.
De avond besluit met een toonmoment uit de nieuwe voorstelling van Hazim Kamaledin, Oraal. Op zoek naar een sprankeltje hoop voor de toekomst van zijn land komt hij uit bij de liefde van zijn moeder. Kamaledin vluchtte in 1979 uit Bagdad weg nadat hij er vanwege een kritische theatervoorstelling te maken kreeg met Sadams politie. Hij woont en werkt al zo’n twintig jaar in Antwerpen en toonde hier twee jaar geleden VVredestad, dat hij samen met Iraakse acteurs in Bagdad maakte. Van die voorstelling blijft vooral zijn onverwerkte woede en teleurstelling bij. In het toonmoment uit Oraal is er wel opnieuw de tussenruimte gekomen die nodig is voor een theatervoorstelling en dat levert sterke beelden op. Kamaledin gaat voorbij kolonisatie, dictatuur en oorlog terug naar zijn voorouders, naar de orale tradities van het marktplein. Dat is een basisgegeven in zijn voorstellingen, alleen ziet Oraal er in vergelijking met vorige producties veel meer westers uit. Het intensieve gebruik van camera, soundscape, projecties in real time en rollend materieel hullen de oosterse elementen in een uitgesproken transcultureel getint kleedje. Een brandende kaars op een televisietoestel bij de ingang van de zaal vervangt de welkomstthee uit zijn vroege voorstellingen. De toon is gegeven en de rol van de media in de verf gezet. De particpatie en reacties van toehoorders bij de verhalen van rondtrekkende vertellers – een oosterse traditie waar Kamaledin graag aan refereert – vertaalt zich hier via de camera die de rijen toeschouwers afspeurt naar reacties en gezichten projecteert op een scherm.
Acteur Tony De Maeyer bespeelt hier voluit de fysieke acteertechnieken, gebaseerd op biomechanica, waarin hij uitblinkt. Bovenop een bewegende stelling is hij de verteller van dienst, een ‘gecensureerde cineast’ die letterlijk bezeten raakt door verhalen over zand en dzjins. en oude rituelen. Ze wringen zich uit zijn mond, eerst zoekend en hortend, daarna in een tomeloze woordenstroom. Via een kleine camera die hij als kroon op zijn hoofd draagt, gaat hij de dialoog aan met de projectieschermen in de ruimte en met alter ego’s uit een ver verleden. De bruiloftstaart komt aan de orde. Het is een verhaal over de angst van een elfjarig meisje dat belandt in het huwelijksbed bij een zeventigjarige om na negen maand een kind te baren. Hoe kan een volk dat dit soort geweld in zijn cultuur toestaat geen schuld dragen aan de huidige toestand, vroeg Kamaledin zich eerder op de avond al af. De Irakezen zelf moeten veranderen of er zal niets opgelost geraken, waarschuwt hij. ‘Mijn leven: knippen en vervalsen, knippen en begraven’, zo eindigt de verteller zijn verhaal.
Bagdad Bazaar – gezien in Monty op 18 maart 2008.
Tg Cactusbloem - Oraal - regie Hazim Kamaledin, première in december 2008.






