On vous présente:
Twee berglandschappen en wat eronder zit
Bonanza is de derde in de reeks van vier stukken (binnenkort staat het vierde stuk paraat: Moscow) binnen de Holoceenreeks van Berlin.
‘Het huidige geologische tijdperk waarin we leven’, dat is waar holoceen voor staat. En daarmee wordt meteen het streven van Berlin duidelijk: laten we een stukje (ongewone) wereld tonen. De wereld van nu zoals die is, of zoals wij die zien en aan jullie tonen. De reeks startte in 2003 met de pilootaflevering Jerusalem. Drie beeldschermen schetsten het beeld van de stad. Iqualuit, het tweede stuk in de reeks, maakte gebruik van een theatertekst van Ivo Michiels, een film en een live telefoonverbinding om een portret te tekenen van de hoofdstad van de Inuit in Noord-Canada.
Bonanza schetst het portret van de kleinste stad van Colorado (US). De toeschouwer kijkt naar een maquette van de vijf huizen die de stad rijk is en naar vijf schermen die soms synchroon, soms afwisselend of door elkaar Bonanza tonen en de bewoners aan het woord laten. We krijgen beelden van de stad. Te midden van de Rocky Mountains ligt die zo afgeschermd van de rest van de wereld dat één van de bewoners af en toe een telefoontje naar de bewoonde wereld doet ‘om te horen of die nog bestaat’. Wat die landschapsbeelden uitademen aan rust, vrijheid en uitgestrektheid staat in schril contrast tot het verhaal van achterklap en kleingeestige kwaaltjes waar de relaties tussen de vijf huishoudens onder lijden.
Aanvankelijk krijgen we het gevoel naar een documentaire te kijken over een ietwat ongewone samenleving, maar gaandeweg wordt duidelijk welke sociale terreur de bewoners gijzelt.
Mnemopark is een project van het Rimini Protokoll, het theatercollectief of regie-trio waaronder Helgard Haug, Stefan Kaegi en Daniel Wetzel werken in variërende constellaties. Mnemopark is het werk van Stefan Kaegi.
Het toont ons per maquette de grootste gemene deler van Zwitserland: een treintje rijdt door de Alpen en passeert een hoop akkers van gelukkig gesubsidiëerde boeren. Zwitserland is blij en neutraal en iedereen is er boer of boerin. Staan ook nog op de scene: vier gepassioneerde tachtigjarigen die verantwoordelijk zijn voor het bouwen van de maquette en ons inleiden in hun Zwitserland, onder leiding van een veel jongere spelleidster.
De vrouwelijke modelbouwster in het gezelschap heet Heidy, ‘mit ein Y. Nicht sowie die Heidi in dem Film’ maar lieflijke bergtaferelen zijn bij deze toch in herinnering gebracht. Een mini-camera gemonteerd op het treintje vangt live een signaal op. Zo bestaat het stuk uit een film die voor de ogen van de toeschouwer wordt gemaakt. De spelers geven ons zelfs een technische toelichting over hoe dat in zijn werk gaat.
We krijgen een hoop feiten over Zwitserland op ons bord. Voor alle demografische en geografische statistieken verwijs ik graag naar Wolters’ wereldatlas, maar de idee mag duidelijk zijn: we vertrekken hier van een werkelijkheid. “Das oberste Gebot des Modelleisenbähnlers heisst Realismus. Wenn wir ein Modell bauen wollen, müssen wir erst eine Welt haben.”
Maar dan sijpelt ook een andere werkelijkheid door: ook die Schweiz heeft graffiti spuitende hangjongeren. Deze graffiti maken de modelbouwers na met penseel en maquetteverf en zo wordt vandalisme een constructief monnikenwerkje.
Zo’n details sijpelen in de loop van het stuk steeds meer naar binnen en ze worden steeds groter en absurder. Wanneer het spel dan op momenten onderbroken wordt en de spelers op de blue screen hun fantasie de vrije loop laten, verwordt het stuk tot science fiction die het andere Zwitserland van onder de bergen haalt, waarbij nooit helemaal duidelijk is waar realiteit eindigt en fictie begint.
Het onwerkelijke van die mooie Alpen en brave bewoners wordt nog extra in de verf gezet door het stuk geregeld te doorbreken met fragmenten Bollywoodfilm die het allemaal grotesk maken. Twee pas gehuwde Indiërs beleven hun wittebroodsweken in fluogroene Zwitserse Alpen. Zo zingen en dansen dat ze doen! Zij moeten nogal eens gelukkig zijn!
Over relevantie van vorm voor inhoud, over maquettes bouwen, documentaires draaien of niet, over acteurs en ‘echte mensen’
De mensen van Berlin en het Rimini Protokoll maken gebruik van grotendeels dezelfde elementen om een gelijkend doel te bereiken. Dit doel is de toeschouwer te misleiden, hem bewust te maken van de vele lagen werkelijkheid die bestaan en hoe misleidend dat eerste laagje is dat je ziet als je niet twee of drie keer kijkt. De werkelijkheid wordt in beide stukken opengerokken. Aan de toeschouwer om te oordelen waar dat dan gebeurt.
“Geloof niets van wat je hoort en maar de helft van wat je ziet”, draagt Bonanza als onderschrift.
“You don’t want to give comfort, your interest in reality lies in the deep mistrust you feel about it. About the fact that all of what presents itself as reality, can not possibly be real”, zeggen de mensen van het Rimini Protokoll.
Het gebruik van maquettes is hierbij geen toeval. De maquette is een in schaal verkleinde werkelijkheid. Precisie en meetkundige juistheid zijn van levensgroot belang. Een maquette toont ons de werkelijkheid, maar dan op een formaat dat we in één oogopslag kunnen bevatten.
Ook wordt in beide stukken gebruik gemaakt van film. Berlin is op locatie gaan filmen, hetgeen ons paradoxaal vertelt dat ze de toeschouwer juiste informatie wilden meegeven: geen acteurs die de inwoners van Bonanza naspeelden, geen decor dat het landschap nabouwt, maar the real stuff. Het zijn écht de bewoners die Berlin aan het woord laat, het is echt Bonanza en de Rockies wat we zien. De indruk dat we een documentaire te zien krijgen behelst de hele tijd ons kijken.
Het Rimini Protokoll maakt ook gebruik van film, maar gaat daar anders mee om. Het filmen gebeurt op scene. Een camera staat gemonteerd op het treintje dat door de bergen rijdt. Dat is ons verteld aan het begin van het stuk en we zien het voor onze neus gebeuren. Eén van de spelers loopt bovendien een groot deel van de tijd rond met een extra camera en de spelleidster doorbreekt geregeld het spel om een nieuw fragment technisch in te leiden. Er is geen misverstaan mogelijk.
De toeschouwer wordt er voortdurend aan herinnerd dat hij toeschouwer is.
Ook in Mnemopark zien we geen acteurs aan het werk. De vier tachtigjarigen zijn echt Zwitserse modelbouwers. ‘Specialisten’, zo benoemt het Rimini Protokoll zijn spelers. Wel gebeurt in Mnemopark alles live, in tegenstelling tot Bonanza waar geen mens live de scene betreedt. In Bonanza geen spelleider, geen in –of uitleiding, geen technische toelichting over de manier van maken.
Bonanza lijkt pure registratie. Camera aan en mensen ervoor. Het verhaal wordt opgebouwd door een slimme montage van de antwoorden van mensen, maar we horen geen vragen. De makers hebben zichzelf volledig uit het stuk weg gecensureerd, voor zover dat mogelijk is natuurlijk. Want zij blijven de makers: het is hun selectie, hun montage. Zij kiezen wat we te horen krijgen en stellen het verhaal samen. “Geloof niets van wat je hoort en maar de helft van wat je ziet”. Die raad kunnen we maar beter ter harte nemen.
En waarom dat laatste net iets beter werkt
Vergelijken is altijd een beetje gevaarlijk, maar na het optrekken van al die parallellen zijn we toch bezig. En laat ik dus een lans breken voor de aanpak van Berlin. Zij zijn wat mij betreft beter in het opzet geslaagd: door middel van ongewone vorm verwarring te zaaien.
Rimini Protokoll en Berlin maken allebei de toeschouwer erg van zijn positie bewust. Maar waar het Rimini Protokoll bijna de toeschouwer bij de hand neemt, verloopt dat bewustmaken door Berlin veel subtieler. Het Rimini Protokoll toont alle werkmiddelen en attributen, maar gaat daar wat mij betreft wat te ver in. Het is ironie met veel vette knipogen. Bovendien gaan de vormelijke elementen de inhoud overheersen, en dat kan niet de bedoeling zijn. Het werken met live cameras, ‘specialisten’, blauwe schermen en een spelleidster maken de voorstelling technisch heel complex en daardoor loopt het niet erg soepel. Bovendien wordt de voorstelling erg afhankelijk van techniek, en die durft soms wel eens haperen. Wellicht heeft de maker op voorhand die rekening wel gemaakt en gedacht dat dat niet erg was, dat dat allemaal meehelpt om de toeschouwer er bewust van te maken dat hij toeschouwer is, dat wat hij ziet spel is. Hoeveel realiteit er ook wordt geïntegreerd.
Maar dat weet die toeschouwer zo ook wel.
Hoezeer de Berlin-aanpak ook aan documentaire laat denken, het simpele feit dat je een kaartje koopt voor een theatervoorstelling volstaat om je te doen beseffen: opletten geblazen! Het is niet al echt wat je ziet! Door de beelden en verhalen direct op de mensen los te laten, vertelt Berlin ons het verhaal. Wat daar dan van aan is, moet de kijker zelf maar zien te weten te komen. De enige handleiding bij het kijken is je toegangsticket voor theater. Een noemer die een fictionele inhoud impliceert. Zelfs als de inhoud geen pure fictie is, behoudt de theatermaker zich het recht er vrij mee om te gaan. En de kijker aan zijn lot over te laten tijdens de voorstelling, zorgt ervoor dat het aftasten van de grenzen met de werkelijkheid zoveel subtieler wordt.
Less is more, geldt hier.
"If Disneyland exists in order to make the rest of the world seem only more real, then this real world exists in order to be put on stage.” zei Baudrillard, en zo deden de makers van Berlin en het Rimini Protokoll.
Bonanza, Berlin (Theater aan Zee, 29 juli 2007)
Mnemopark, Rimini Protokoll (Hallen van Schaarbeek, 29 februari 2008)
www.berlinberlin.be
www.rimini-protokoll.de






