Meest recente artikels:
Het kunstenaarstijdschrift GAGARIN tentoongesteld in het S.M.A.K.
Interview met Pieter-Paul Mortier
Een interview met Eric Joris n.a.v. Line-Up
kunstkamers in het Rubenshuis te Antwerpen.
Meer artikels van Yves Joris:
Het festival van de lokale horeca
La fille du régiment met Dessay en Flórez op het podium
Dialogues des Carmélites
Een directeur gaat koffie schenken en wordt gelukkig
Een Iraakse familiekroniek
Op verhaal komen, moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen -- Stefaan Top
OVER GEBAKKEN KINDJES EN MOORDENAARS DIE LIKJES GEVEN
datum 24.03.2008
auteur Yves Joris
rubriek Literatuur
Mijn grootvader overleed in 1980, maar ik herinner me nog de verhalen die hij me vertelde toen we met onze honden gingen wandelen in de bossen van Nijlen. Het verhaal van het afgehakte hoofd las ik in een licht gewijzigde versie in het nieuwe boek van Stefaan Top. De omgeving was niet langer Bastenaken, maar de bossen van Nijlen. Een jongeman en zijn vriendin parkeren ergens op een donker plekje in het bos. Mijn grootvader beweerde zelfs de exacte plek te kennen, maar wilde me er nog niet naar toenemen: ik was te jong. Zijn ogen blonken, grootvader was een geboren verteller. Toen ze plots een geluid hoorden, dachten de verliefden dat ze betrapt waren. De jongen stapte uit de wagen om de oorzaak van het geluid te achterhalen. Het meisje blijft angstig achter en ziet na een paar minuutjes haar vriend uit de struiken komen, maar … hij heeft andere kledij aan en trekt zich om een onverklaarbare reden aan het haar. Als hij bijna ter hoogte van de wagen is, wordt het hoofd bruusk opzij getrokken en staat ze oog in oog met een gevaarlijke gek, die het hoofd van haar vriend in zijn handen houdt. Op de vraag of het echt gebeurd was, lachte mijn grootvader alleen maar. Ik sliep die nacht met een dik deken over mijn hoofd.
Een sterk verhaal, broodjeaapverhaal of stadslegende: verschillende namen voor eenzelfde fenomeen. Stefaan Top, professor Volkskunde aan de K.U.Leuven, heeft heel Vlaanderen op zijn volkssagen onderzocht en geeft nu een representatieve selectie aan alle geïnteresseerden terug, lees ik op het achterplat. Op verhaal komen is het sluitstuk van een reeks sagenboeken. De eerste vijf provinciale sagenboeken bieden een mooie staalkaart van de periode 1875 tot 1950. Met dit boek neemt de professor de hedendaagse vertelcultuur onder de loep.

Broodjeaapverhalen. Je moet de zoekterm maar eens ingeven op internet en je wordt overstelpt met verhalen van overleden lifters, ontvoeringen door UFO’s en woedende klopgeesten. Waarom zou je dit boek dan een plek willen geven in de boekenkast? De reden is heel simpel. Neem het boek eens ter hand en je zult dadelijk begrijpen dat dit geen werk is dat snel in elkaar gestoken is. Niet minder dan 263 bladzijden lang neemt de auteur je langs hedendaagse kippenvelverhalen.

Urban legends dateren van een jongere periode dan de traditionele sagen en spelen zich vaak af in onze verstedelijkte maatschappij. Ze worden vooral mondeling overgeleverd en daarom was het voor Stefaan Top geen sinecure om alles overzichtelijk in een boek te structureren. (…) Heel dikwijls hebben de jongeren immers het verhaal gehoord van een vriend van een vriend van een vriend … en op die manier worden details uitvergroot. Probeer dan zo’n verhaal maar eens op papier te krijgen. Ik citeer uit het voorwoord van minister Bert Anciaux.



98. Baby in de oven

Een koppel met een pasgeboren baby wil een avondje naar de film gaan en laat daarom de babysit komen. Tijdens de pauze van de film kan de kersverse mama het toch niet laten om even naar huis te bellen en te vragen hoe het gaat. Daarop antwoordt de babysit: ‘Alles gaat goed hoor, ik heb juist de kip in de oven gestoken’. Opgelucht kan de mama verder naar de film kijken, tot ze zich realiseert dat er helemaal geen kip in huis is! De ouders reppen zich naar huis, en wat blijkt … de baby zit in de oven.

Als verhaal kan het geheel me niet echt overtuigen. Wellicht omdat bij dergelijke verhalen meestal een motief ontbreekt. Net daarom dat stadslegenden griezelig overkomen: er is meestal geen rechtstreeks verband te ontdekken, want ik ken niet veel babysitters die een extra zakcentje willen mislopen door de baby even onder de grill te leggen. De nummers 97 en 99 geven een lichte variatie op hetzelfde thema.

Angst. Een stadslegende speelt meestal in op een al dan niet latente angst bij mensen: schrik in het donker, angst dat er iets met de kinderen gebeurt, angst voor de confrontatie met het onbekende. In deze post 09/11-wereld is er geen heter hangijzer aanwezig in onze maatschappij. We omringen ons met gelijkgezinden, sluiten ons op achter beveiligde hekken, houden onze kinderen dag en nacht in de gaten met een webcam en eten alleen nog maar voedsel dat door verschillende keuringscommissies geschikt is bevonden. In deze context kan ik Frank Furedi’s boek Politics of fear (Nederlandse vertaling: Cultuur van de angst) aanbevelen. In dit boek gaat de professor sociologie aan de Universiteit van Kent dieper in op de obsessieve angst voor … angst.

In Op verhaal komen gaat Stefaan Top bij het voorwoord dieper in op ontstaan en diepere oorzaken van de urban legends. In het commentaar op het eind van het boek legt Top de verschillende oorzaken die aan de basis liggen van de ontstaansgeschiedenis van dergelijke broodjeaapverhalen eens onder de loep.

(…) De relatie chauffeur-lifter is genuanceerd: de chauffeur bevindt zich namelijk in een comfortabele situatie, terwijl de lifter van hem / haar afhankelijk is. Deze machtsverhouding vertaalt zich in het feit dat de meeste chauffeurs mannelijk zijn, met een verhouding van vijftien mannen tegenover acht vrouwen. Of dat met de realiteit op de weg correspondeert, laat ik in het midden. Wat de sekse van de lifters betreft, tekent zich een groter evenwicht af: namelijk tien vrouwen tegenover dertien mannen. (p. 212)

Aan de hand van verschillende enquêtes bij jongeren komt Top tot dergelijke bevindingen. Een sterk sociologisch stukje deductie waaraan Sherlock Holmes nog een puntje kan zuigen. Of het allemaal even belangrijk is, wil ik niet zeggen, maar het geeft toch even een rationele kijk op irrationele verhalen.

Zoals ik al in het begin vermeldde, is dit boek de bekroning van vijf eerdere werken met volksverhalen. De meeste van deze verhalen zijn terug te vinden in de Volksverhalenbank op het internet. Niet minder dan 10.000 verschillende sagen werden door het departement Volkskunde ontsloten. De verhalen werden ondergebracht onder noemers als spoken, tovenaars, heksen, duivels en andere.

Waarom zou men dan nog de moeite nemen om dit boek aan te schaffen? Gewoon omdat het een boek is. Blader er even door, laat de pagina’s door je vingers glippen, ruik het verse papier en kruip ermee weg in een donker hoekje om een kippenvelmoment te beleven. Alleen opletten als je bloedgroep B-negatief hebt, want dan loop je nog het risico om door een UFO ontvoerd te worden.


Op verhaal komen –Stefaan Top
Moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen
ISBN 978-90-6306-573-7
Uitgeverij Davidsfonds
264 blz. ; € 24.95


Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie