De as van de expositie is de tentoonstellingsruimte zelf. Gréaud bouwde die om tot een atelier dat we veeleer als een “dromende machine” dan als een “droommachine” moeten beschouwen, zo meldt de inleidende tekst. Het is een work-shop die verspreid is in tijd en ruimte, die alles registreert wat hij doet en piraten en smokkelaars met open armen ontvangt. Op sprookjesachtige wijze behandelt Gréaud postmoderne motieven zoals het belang van de persoonlijke interpretatie voor het kunstwerk en de interconnectiviteit tussen de bezoekers van eenzelfde tentoonstelling. Het concept wordt verder uitgediept in het magazine van Palais de Tokyo. Verschillende artikels leggen de link met mystieke wetenschappers die aan de hand van techniek en fysica het menselijk bewustzijn proberen te verklaren. Een voorbeeld is de paleontoloog Teilhard de Chardin: volgens hem ging de biologische evolutie gepaard met een groeiende complexiteit van de menselijke psyche. Bovendien zijn onze afzonderlijke psyches op etherische wijze met elkaar verbonden. Zo bedacht de Chardin in de jaren vijftig het mystieke concept van een collectief kosmisch bewustzijn of noosphère, die de vooruitgang stuurt. Dit fenomeen zou ook verantwoordelijk zijn voor de technologische evolutie die plaatsvond in de twintigste eeuw. De Chardin voorspelt zelfs dat machines op een dag hun eigen evolutie zullen sturen waarbij hun afstammelingen een groot netwerk zullen vormen, naar het voorbeeld van de menselijke noosphère. Het lijkt sciencefiction, maar als je aan websites als Google of Flickr denkt, is er iets van aan. De personal computer en beperkte dataverwerking hebben plaats gemaakt voor het netwerk ,oftewel de collectieve gegevensverwerking. Cellar Door tast de grenzen af van dit idee. Hoewel de tentoonstelling geanimeerd wordt vanuit een studio waar een ingenieur klank en licht regelt, heb je de indruk dat de ruimte leeft en haar eigen kunst voortbrengt in symbiose met de bezoekers.
Naast het concept van een kunst producerende studio, is het subtiele spel tussen het zichtbare en het onzichtbare in kunst heel belangrijk voor Gréaud. Zijn tentoonstelling bestaat uit “paradoxale objecten”. Net zoals de ready-mades van Marcel Duchamp, bevatten ze telkens een element dat aan onze eerste indruk ontsnapt. Zo is het kronkelende neonlicht bij de ingang gebaseerd op de contouren en perspectieflijnen van Palais de Tokyo. Het plan werd verfrommeld tot een prop papier dat vervolgens als maquette diende voor de installatie. Een intergalactische ruimte is eigenlijk een paintball-terrein waar de tegenstanders elkaar moeten raken met de kleur van het immateriële. Een paar meter verder beland je in een bos van verkoolde bomen, gemaakt uit kanonpoeder. “L’illusion de l’explosion et l’explosion de l’illusion” zo duidt de bijhorende tekst. Maar het meest populaire zijn de veelkleurige snoepjes zonder smaak “au gout de l’illusion”, die je mee naar huis kan nemen. Gréaud speelt voortdurend met ruimte en perceptie, met werkelijkheid en illusie. Bij elk kunstwerk vinden we bovendien een partituur terug, dat deel uitmaakt van een opera in drie akten. Hiermee wil Gréaud nogmaals de nadruk leggen op het belang van de reïnterpretatie van kunst. Op dezelfde manier als een partituur voortdurend kan hernomen en herwerkt worden, zijn kunst en architectuur continu voor interpretatie vatbaar.
Hoewel de tentoonstelling vrij conceptueel is qua opzet, vind je met een beetje goede wil gemakkelijk de rode draad terug tussen de werken. De diepgang van het werk zit hem in de steeds terugkerende concepten en metaforen. Dit creëert een soort spel waarbij men de overeenkomsten tussen de werken kan terugvinden. Zoals de vorm van de “bel”. Maar de rest laat ik aan u over.
« CELLAR DOOR, UNE EXPOSITION DE LORIS GREAUD »
Nog tot 27 april in Palais de Tokyo
13, avenue du Président Wilson, Parijs
Metro Iéna of RER C Pont de l’Alma
+ 33 1 47 23 54 01






