Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Yves Joris:
Summerschool Kunstkritiek
Het festival van de lokale horeca
La fille du régiment met Dessay en Flórez op het podium
Op verhaal komen, moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen -- Stefaan Top
Een directeur gaat koffie schenken en wordt gelukkig
Dialogues des Carmélites
NONNEN OP HET SCHAVOT
datum 20.03.2008
auteur Yves Joris
rubriek Podium
Wat is het verband tussen een tentoonstelling over Marie-Antoinette in het Grand Palais te Parijs en Francis Poulencs opera Dialogues des Carmélites? De onthoofding van de protagonisten, hoor ik u zeggen. Inderdaad, zowel de kloosterlingen als Marie-Antoinette verloren het hoofd tijdens de Franse Revolutie. Maar er is nog een ander verband: de Canadees Robert Carsen. In Parijs treedt hij op als conservator van de tentoonstelling. In de Antwerpse opera stond hij in voor de enscenering van Poulencs opera.
1957. De Russen schieten een hond genaamd Laika de ruimte in. Bill Haley en Elvis Presley bederven de Amerikaanse jeugd met hun decadente muziek. In datzelfde jaar gaat in de Scala van Milaan Dialoghi delle Carmelitane in première. In 2007 doet de Franse versie de vernieuwde Antwerpse opera aan.

Op het podium enkele habijten, het uniform van de karmelietessen. Deze kloosterorde, die in de eerste plaats bekend staat om haar werkijver en stilte, verbaast drie uur lang met prachtige gezangen.

Poulenc baseerde zich voor deze opera op het werk van Georges Bernanos, die in 1948 aangesproken werd om de oorspronkelijke novelle van Gertrude von Le Fort Die letzte am Schafott (1931) tot een filmscript uit te werken. De tekst was te spiritueel voor een film, maar het werk vond zijn weg naar de theaterzalen. In 1960 zouden cineast Philippe Agostini en Père Brückberger het aandurven om er een film van te maken met de titel Le Dialogue des Carmélites.



Het verhaal gaat over angst, een existentiële vrees voor de omgeving. Blanche de la Force (met een knipoog naar de auteur van het oorspronkelijke werk) besluit om zich terug te trekken in het klooster om daar beschermd te worden tegen de wrede buitenwereld van de Franse Revolutie. Ze zal echter snel beseffen dat deze levensangst waarvoor ze op de vlucht gaat, ook binnen de kloostermuren heerst. De sopraan Olga Pasichnyk slaagt er prachtig in om Blanche te laten evolueren van een angstige aristocratische dame tot een zelfbewuste vrouw die in haar geloof de kracht vindt om uiteindelijk de dood in het gezicht te kijken.

De Franse mezzosopraan Nadine Denize is voor het eerst te gast in de Vlaamse opera. Haar bij momenten brekende stem sluit prachtig aan bij haar rol als stervende priorin, Madame de Croissy. Haar personage schippert tussen haar geloof in God en de diepgewortelde vrees voor de dood. In het vierde tafereel van het eerste bedrijf klinkt deze doodsangst wrang: (…)Hoe ben ik, ellendige, er op dit moment aan toe, dat ik me om Hem zou bekommeren? Laat Hij zich eerst om mij bekommeren. (…). Of op het einde: Vraag vergiffenis …dood…bang…bang voor de dood.

Deze laatste levensmomenten in twijfel van iemand die haar hele leven in het teken van God geleefd heeft, staan in schril contrast met de houding van de novice Constance. Voor haar is de dood een gegeven waarmee ze op jonge leeftijd al rekening houdt. Hendrickje van Kerckhove was in Antwerpen al eerder te horen tijdens een benefietoptreden van de Filharmonie op het Sint-Jansplein. In haar rol van Constance combineert ze haar zangtalent met een acteerprestatie waarop menig operaster jaloers mag zijn. Haar speelse houding doet bij momenten denken aan Julie Andrews in the sound of music.

Maar niet alleen de stemmen dragen bij tot het serene geheel. De belichting heeft een belangrijk aandeel in de sfeer van de opera. Indirect licht laat dikwijls grote schaduwen achter op de wanden, waardoor de personages 'larger than life' worden. Een subtiel beeld dat op het netvlies blijft kleven.

Deze opera put zijn kracht uit het sterke evenwicht tussen geloof en angst. Als toehoorder weet je dat het niet zal goed aflopen, maar toch ontwaar je steeds weer dat sprankeltje hoop, die levensmoed waaraan de zusters zich optrekken. Ze hadden het geloof kunnen afzweren en een gemakkelijk(er) leven leiden in het post-revolutionaire Frankrijk, maar ze kiezen ervoor om in hun geloof te volharden tot in de dood.

'Save the best for last', dit motto indachtig heeft Poulenc een van de sterkste slotscènes in de operawereld gecreëerd. Een podium vol dreigende revolutionairen met daartussen de karmelietessen: enorm veel volk op scène. De massa wil bloed. De kracht van een stilzwijgende groep mensen. Het doodsvonnis wordt voorgelezen. Een voor een worden de namen van de karmelietessen afgeroepen. De nonnen vatten het Salve Regina aan. Salve, Regina, Mater misericordiae, vita, dulcedo, et spes, nostra, salve. Rondom weerklinkt de grommende koorzang van het volk dat de executie aanschouwt. De Nederlandse musicoloog Elmer Schönberger omschrijft het als volgt in het programmaboekje: (…) Met ijskoude precisie heeft Poulenc het mechaniek van de ‘halsverbreding’ in partituur gezet. Ritmisch en accuraat valt zestien maal de guillotine. ‘…o dulcis Virgo Ma-‘. Maar in plaats van ‘-ria’ klinkt een vlijmscherp tsjak. Bij elke tsjak klinkt het gebed tot Maria uit één keel minder: het meest realistische diminuendo aller tijden.’ Blanche, die zich tussen de massa bevindt, voegt zich bij de zusters. Ze sterft als laatste, terwijl haar stem in het ijle verdwijnt. De meute druipt af. De bloedlust is gestild.



Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie