De exegese van het volledig oeuvre van Eric Rosseel wordt een zware dobber. Hij publiceerde honderden gedichten in de meest verspreide publicaties. Het dichtst bij een reguliere uitgave kwam hij met ‘Vlees dat spreekt’ in de reeks Oostakkerse cahiers van de Antwerpse uitgeverij Ampersand & Tilde in (http://meandermagazine.net/recensies/recensie.php?txt=3200). ‘Zwartwitfoto’s’ is opnieuw een uitgave in eigen beheer. Ik ben geen groot voorstander van ‘uitgaven in eigen beheer’. Schrijvers bezitten zelden genoeg ingebouwde zelfkritiek om hun eigen werk te kunnen beoordelen. Bovendien schort er meestal iets aan de vormgeving. ‘Zwartwitfoto’s’ scoort ergens in de middenmoot. De bundel oogt best wel fraai als een mooi koffietafelboek met luxueuze kleurenfoto’s en dito gedichten, maar er ontbreekt ook veel. Ik vond geen enkele duiding bij de foto’s en geen enkele paginering. Eén gedicht werd zelfs tweemaal afgedrukt. De prachtige gedichten van Ezra Pound en Federico García Lorca werden er lompweg in geduwd. Het zijn storende fouten die het <<leesplezier>> ten dele onderdrukken. Ik was nochtans erg geïntrigeerd door de coverfoto van een schilderij van dames met dikke konten. Rosseel bracht zijn jeugd door in het Zuidwestvlaamse landelijke Koekelare. De prent zal daar wel iets mee te maken hebben, dacht ik. Maar er staat geen enkele verklaring in de bundel. Voorts een pak gedichten onderverdeeld in twee suites: ‘Gedichten voor Francesca’ en ‘Tien Gedichten voor Tanja’. Naar goeie gewoonte overstelpt Rosseel ons met massa’s referenties en verwijzingen naar sociologische, politieke, wetenschappelijke en amoureuze situaties. Tussen de loodzware troep vonden we toch een paar lichtere schetsen, die het geheel enigszins verteerbaar maken.
XXXV. autobio (in alle ernst)
liefhebben
heb ik geen zin meer in
ik hou van die God van jullie
dat is al een toegeving
en van de sterren
die in dit stadslicht niet te zien zijn
van al het ver verwijderde
het vervreemde
ik heb het vreemde lief
wat ik begrijp haat ik
begrijpen = lijden aan de pest
zoals ik ooit zei
“liefde sterft als
jouw geheime wapens zichtbaar worden”
misschien moet ik
nu ik je versta
je noch grijp noch begrijp
met schrijven ophouden
en duiven melken
zoals iedereen
of gaan vissen
met een iPhone
(8 december 2007)
De Nederlandse Renée van Riessen (°1954, Lunteren) is dichteres en docente filosofie aan de Theologische Universiteit van Kampen. Bij de reguliere Uitgeverij Bert Bakker verschenen eerder al bundels van haar: ‘Jagend licht’ (1984), ‘De vrouw en de trommel’ (1987) en ‘Gevleugeld/ontvleugeld’ uit 1997. ‘Krekels in de keuken’ is inmiddels al haar vierde poëziebundel. Van Riessen weet waar ze de mosterd haalt. Ze schrijft bucolische poëzie met een sterk filosofische en religieuze ondertoon. Haar gedichten worden klassiek genoemd en haar inspiratiebronnen zijn de Griekse filosofen Parmenides, Aristoteles, de kabbalist Yitzchak Luria, de Romeinen Septimius Severus, Marcus Aurelius en Seneca… Helaas is de soep de kool niet waard. Het citeren van haar voorbeelden leidt nooit tot sterke en overtuigende gedichten. De taal van Riessen is zeer gewoon. De onderwerpen zijn alledaags. De toon is lief en bedaard. Ik tref geen verrassende volta’s aan in haar gedichten. Het schuurt niet, tenzij figuurlijk in de titel. De gedichten blijven allemaal aan de oppervlakte hangen. ‘Krekels in de keuken’ is een bedeesd en onopvallend dichtwerkje dat de verwachtingen die de tekst op de achterflap oproept, niet inlost en dat algauw weer in de vergetelheid zal verzinken.
DIEREN AAN ZEE
II
Zeer stil ligt een geplette rat
naast het karkas van dode meeuw.
Vacht en veren sterven weg
met de beweging van de zee,
maar wat er ingeklonken is
blijft in haar armen steeds behoed
en opgelost tot ruis dat deint
dansen de dieren het refrein
van eb en vloed, die trage rei
van schelpenplooi en slakkenvoer
geperst door weke ingewanden
naar een plaats die niemand ziet
om als sterrenstof te landen.
Schurende scharniertjes zijn er letterlijk en figuurlijk bij de Nederlandse dichter Jos Versteegen (°1956, Helden). Zijn nieuwe bundel ‘Slapen bij een warme man’ speelt zich volledig af in en om het ouderlijk huis en de boerderij van zijn bejaarde moeder. Versteegen studeerde Nederlands en Indonesisch en begon poëzie te publiceren in de jaren tachtig. In 1996 werd zijn eerste bundel ‘Voorgoed volmaakt’ genomineerd voor de Cees Buddingh' Prijs. Andere bundels volgden: ‘Jonge meesters’ uit 1998 en ‘Nachtkermis’ uit 2001. Ik heb vroeger eens geprobeerd om jeugdherinneringen te vatten in gedichten, maar het is me nooit afdoende gelukt. Je moet echt van goede slag zijn om dit genre aan te kunnen. Versteegen is met zijn oog voor detail een echte meester in het vak. Ik heb zelden een redelijk klassiek opgevatte bundel gelezen, die de dingen van alledag zo goed bij de lurven vat als bij Versteegen. Je mag hier best van een wonder spreken. Sommige gedichten grepen me zelfs heel erg aan en verdienden een tweede, derde en vierde lezing alvorens ik ze helemaal begreep. Versteegen verweeft in zijn gedichten over gewone dingen mysterie en magie. Hij bedrijft het genre met verve. Het is een talent dat weinig dichters bezitten. Bij van Riessen (cf. supra) lukte het niet. Versteegen daarentegen is een echte woordenkunstenaar. Asperges op een veld worden voor een kind afgesneden vingers van reuzen. Bevroren overalls worden onzichtbare spoken die de geest geven naast de kachel. Lijnen die een vliegtuig aan de hemel trekt, worden een gigantisch spinnenweb dat het dorp in zijn greep houdt. Zelden las ik zoveel mooie en met zoveel finesse geschreven gedichten als in ‘Slapen bij een warme man’. Echt een must voor de liefhebbers van fijne en subtiele poëzie, die nieuwe Versteegen…
EEN STOK VAN VUUR
Vuur in de lucht, zweepslagen op
het veld. Wij,bij de gangdeur, klaar
om uit het brandend huis te vluchten:
zeer klein genootschap van de angst.
de zolderribbenkast beweegt
en katten, uit het hooi gejaagd,
verschijnen aan het luik.
De buren:
een stok van vuur breekt op hun dak.
we hoorden later: stopcontacten
staken dubbele tongen uit,
likten aan staal, gordijn en kind.
ratten, geroosterd in het stro.
Op zondag in het kerkgebouw
een jongenskoor dat looft en prijst.
Eric Rosseel – ‘Zwartwitfoto’s’, World Wide Association of Writers, verkrijgbaar via www.wwaow.com, zonder ISBN-nummer.
Renée van Riessen – ‘Krekels in de keuken’, Prometheus, Amsterdam, ISBN 978 90 446 1082 6.
Jos Versteegen – ‘Slapen bij een warme man’, Nieuw Amsterdam, ISBN 978 90 468 0364 6






