Cassiers verhaalt in Wolfskers over een banale maar beslissende dag uit het leven van drie machthebbers. Lenin, de leider van de Russische revolutie, is zwaar ziek en wordt aan de kant geschoven door Stalin; de Duitse dictator Hitler wordt geconfronteerd met zijn mogelijke totale nederlaag en de Japanse keizer Hirohito is de facto verslagen door de Verenigde Staten en moet afzien van zijn goddelijke status. Drie in de tijd verschillende maar cruciale momenten in de geschiedenis van de twintigste eeuw waarop de macht hen aan het ontglippen is.
Het uitgangspunt vormen de drie films van de Russische cineast Alexander Sokurov over Hitler (Moloch, 1999), Lenin (Taurus, 2001) en Hirohito (The Sun, 2005). Volgens Toneelhuisdramaturg Erwin Jans is Sokurov gefascineerd door wat er met een mens gebeurt wanneer die in het bezit komt van macht. De cineast is evenwel minder geïnteresseerd in de gedetailleerde geschiedkundige context van zijn hoofdpersonages, dan in het creëren van een bepaalde sfeer die de afbrokkeling illustreert van de theatrale façade, de rituelen en de mythologie waarachter de dictators zich verstoppen. Zodoende toont Sokurov ons de machthebbers op momenten van passiviteit en lethargie, eerder dan op momenten van macht en besluitvorming.
Dat blijkt ook het opzet van Wolfskers te zijn. Het gaat voor Cassiers dus evenmin om een historisch accurate reconstructie van feiten, maar om het creëren van eenzelfde sfeer van lethargie en krachteloosheid. Net zoals in andere voorstellingen van Cassiers (bijvoorbeeld de Proust-cyclus, Hersenschimmen of Bezonken Rood) wordt de toeschouwer uitgenodigd om in een innerlijke ruimte te stappen. Samen met componist Dominique Pauwels, lichtontwerper Enrico Bagnoli en scenograaf Peter Misotten roept Cassiers een universum op dat niet langer naar de werkelijkheid verwijst, maar naar een fantasmagorie. Het gebruik van camera’s en videoschermen is deze keer uitzonderlijk beperkt, althans wanneer we dit vergelijken met het stuk Onegin, waarin de acteurs voortdurend behoedzaam door het woud van kabels, statieven en projectieschermen moesten laveren. Het krachtigste beeld in Wolfskers is het eindbeeld waarin op een centraal projectiescherm de drie hoofden van de machthebbers tot één enkel hoofd lijken samen te smelten. Hun drie verhalen willen één en dezelfde these illustreren: de verzwakking van de macht als opmaat voor de partituur van de ondergang.
In de voorstelling is Lenin (Vic De Wachter) een zielige, half verlamde, oude man; de stijve, stoïcijnse Hirohito (Johan Leysen) zit gevangen in het strenge hofritueel en de immer driftige Hitler (Jos Verbist) is onderhevig aan een depressie. Op het podium delen ze dezelfde ruimte. De drie verschillende werelden worden sober maar aantrekkelijk gevisualiseerd door drie gekleurde, verticale lichtkegels. De personages lijken gevangen in de lichtbundels, die de individuele machtsvacua beklemmend vormgeven. In verhouding tot die drie statische kernen vormen de bewegingen van de entourage het enige echte dynamische element. De verschillende hofhoudingen worden door eenzelfde groep acteurs gespeeld. Het is een komen en gaan van bekende en minder bekende historische personages, zoals Eva Braun, Goebbels en zijn vrouw, Albert Speer, de zus en de echtgenote van Lenin, generaal MacArthur, Stalin en verder enkele illustere dienaren en raadgevers.
Enkele tekens van een reële buitenwereld, zoals het strijdgewoel, de naderende overwinnaars, onheilstijdingen en de verzuchtingen van het lijdende volk, doorprikken langzaam de bellen waarin de tirannen zich verschuilen. De knetterende kortsluitingen suggereren stroompannes als gevolg van bombardementen, maar ze betekenen ook op vlak van regie overgangen tussen scènes. De verschillende scènes drukken elk op zich een veelvoud aan faits divers uit die de vervreemding voor de verschrikkelijke realiteit van machtsverdwazing en menselijk lijden moeten weergeven. Hitler gaat onbezorgd picknicken, mijmert over grootse nazi-architectuur die zal wedijveren met de klassieke archeologie en beveelt iedereen rondom hem het vegetarisme aan. Lenin worstelt met intredende dementie en stelt zijn geheugen voortdurend op de proef met dwingende rekensommetjes. Hirohito blijkt een begenadigd amateur-taxonoom te zijn en bestudeert in zijn vrije uren geduldig dieren en planten.
Merkwaardig genoeg staat al dit moois nog niet garant voor boeiend theater. Het immense gevoel van leegte en futloosheid dat de acteurs weten te belichamen wekt een even groot gevoel van verveling op. Er valt weinig spanningsopbouw te bespeuren en nog minder inzicht in het hoe en waarom van de verzwakking van de macht. De voorstelling gaat dus niet verder dan een loutere demonstratie van een these en dat ontgoochelt. Wat wil Cassiers eigenlijk met de illustratie hiervan zeggen? De voorstelling biedt hierop geen duidelijk antwoord. Eén en ander heeft te maken met de kwaliteiten van de tekst en daaruitvolgend, het probleem van geloofwaardigheid van de personages. Het is alsof de nadruk op de sfeer een uitwerking van een consistent verhaal in de weg staat. Dit komt ook tot uiting in de minimalisering van andere, dramatisch interessante gegevens, zoals enerzijds de verhouding van de machthebbers tot hun entourages en anderzijds de rol van de historische overwinnaars. Ook die elementen kunnen de verzwakking van de macht in een ander licht stellen.
De teksten zijn geschreven door Cassiers zelf, dramaturg Erwin Jans en extern auteur Jeroen Olyslaegers, en deels gebaseerd op tekstfragmenten van Marx, Lenin, Hitler, Hirohito, Darwin, Canetti en Bernlef. Maar ook succesromancier en alom geprezen toneelauteur Tom Lanoye is opnieuw betrokken, enerzijds als auteur van de passages die uit Mefisto for ever zijn gerecycleerd en anderzijds als tekstadviseur. Het spijtige gevolg van zoveel knappe koppen samen is een tamelijk saaie, steriele en afstandelijke tekst die wel de grenzen tussen fictie en realiteit doet vervagen, maar daarom nog niet volstaat om de ontwikkeling van de psychologie van de personages te verbeelden. Het is een vreemd samenraapsel waarin bezieling ontbreekt en dat staat de betrokkenheid of liever, de inleving van de toeschouwer met het gezegde in de weg. Bovendien ontbreekt een stilistische en psychologische eigenheid die de geloofwaardigheid van de corresponderende karakters ten goede komt. De teksten zullen allicht vooral een eenheid op papier hebben, zoals alleen een eindredacteur of in dit geval, een tekstadviseur kan bekomen.
Als je op scène wil tonen wat misdadigers als Hitler, Hirohito of Lenin overkomt als zij de macht verliezen, dan wordt het knap lastig dit te bereiken wanneer de psychologie van de personages niet voldoende wordt uitgewerkt. Dat betekent niet dat een aantal acteurs er niet in slaagt van af en toe met de moeilijke tekstfragmenten toch vorm te geven aan hun personage. Videoprojecties kunnen die afstand wel verkleinen door handelingen en gelaatsuitdrukkingen uit te vergroten, maar zoals gezegd zijn Cassiers en Misotten hierin voor één keer zuinig geweest. Een aantal nevenpersonages lijkt het ook moeilijk te hebben met de rolwissels. De dienaren van Hitler en Hirohito zijn niet altijd even geloofwaardig: nu eens overdreven slijmerig en kruiperig, dan weer oneerbiedig, arrogant of misplaatst komisch. In elk geval slagen ze er niet in de lethargie van hun meesters te doorbreken.
Ze geven af en toe wat schwung en weerstand aan de verzwakking van de heersers, maar ook weer niet radicaal genoeg. De overwinnaars daarentegen komen slechts een paar keer in beeld. Stalin verbant Lenin naar het platteland en neemt de touwtjes in handen. De dubbelhartige geallieerde generaal MacArthur die Hirohito ontbiedt en dwingt om afstand te doen van zijn goddelijke status, belooft dat hij niet berecht zal worden voor het oorlogstribunaal. Dit kon alleen omdat de Verenigde Staten een partner zochten in de strijd tegen het Russische en Chinese communisme. Hirohito bleef zelfs aan de macht tot aan zijn dood in 1989.
Maar ook Hitler heeft tot aan zijn zelfmoord in 1945 de touwtjes stevig in handen gehouden. Hij heeft zelfs nooit willen capituleren. Over zijn laatste dagen heeft cineast Bernd Eichinger in 2004 de met een oscar genomineerde film Der Untergang gemaakt. Met dit onthullend portret over de laatste dagen van Hitler in zijn bunker vraag je je af hoe het komt dat zijn entourage de dramatische gevolgen voor de Duitse bevolking en de nodeloze opoffering van de resten van zijn uitgedunde leger niet heeft weten af te wenden. Hoe met andere woorden de macht in haar laatste kramp via de ideologie haar giftig werk doet tot de dood erop volgt. Getuige ook de reden waarom de vrouw van Goebbels haar zes kinderen vergiftigde: omdat ze alleen een Arische en nationaal-socialistische toekomst verdienden.
Hoewel Wolfskers niet de pretentie heeft een documentaire neerslag te zijn van enkele belangwekkende feiten uit de wereldgeschiedenis, wringt het getoonde ook met wat we vandaag weten over de verdere afloop van de geschiedenis. Dan stellen we vast dat de macht een continuüm is en helemaal niet zo verzwakt is als Cassiers ons wil laten geloven met de fictieve reconstructie van ‘een dag uit het leven van…’ De vergiftiging van de macht is gedeeltelijk een illusie gebleken. De één zijn ondergang is de ander zijn overwinning, waarbij het voor de slachtoffers van de macht niet altijd zoveel verschil uitmaakt. De macht bevestigt zichzelf voortdurend en blijft soms in andere vormen dan haar directe uitoefening voortleven, in ideologie bijvoorbeeld. Maar daarover gaat de voorstelling niet.
De problemen van tekst en acteerspel leggen het pijnpunt van deze voorstelling bloot die niet wil psychologiseren: hoe speel je iemand die de macht verliest en hoe focus je op het verlies als de oorzaken en effecten ervan niet worden getoond? Alleen het tonen van enkele uiterlijke verschijnselen van de verzwakking van de macht volstaat niet om de verbeelding van de toeschouwer verder te prikkelen en er andere inzichten uit te halen. Tenzij we teruggrijpen naar de geschiedenislessen van vroeger of een willekeurige krant van vandaag openslaan.







