Vanuit een luie zetel luisterde ik op tweede kerstdag naar een interview dat u van zich liet afnemen voor het Radio1-programma Mezzo. U had het over uw recente filmische interpretatie van de relatie van de mens tot de natuur. Een interpretatie die in dvd-formaat gratis en voor niks in het plastic beschermzakje van de jongste <H>ART gestopt zit. Een leuk initiatief, dat me eigenlijk wat doet denken aan wat Jan De Cock zo’n half jaar geleden aanving met de cover van Knack. Naar aanleiding van het nieuws dat hij eeuwig herinnerd zal worden als de eerste Belg met een solotentoonstelling in het MoMA in New York, kreeg hij van het weekblad “de vrije hand om zichzelf en zijn werk voor te stellen”.
“Klap de cover open en ontdek dat hij eigenlijk een triptiek is. Een kunstwerk dus.”
Maar goed. Laten we ons bij de kern van de zaak houden. Een dvd dus. Het klonk me eerlijk gezegd een vreemde bedoening, daar in de studio bij Lieven Vandenhaute. Ik voelde me zelfs wat ongemakkelijk toen hij u het kleinood graag had horen omschrijven als “het meest democratische kunstwerk van het moment”. Daarover zou geen twijfel kunnen bestaan. Vandenhautes pogingen u die bewuste woorden in de mond te leggen, liepen echter op een spreekwoordelijke sisser af. Nog voor iemand er erg in had, spuwde u ze netjes uit. Geen kunstwerk dus.
De argumenten die u hierbij aandroeg, vond ik echter wat flauw. Weigeren uw dvd te beschouwen als een afgewerkt kunstwerk “in de zin zoals een kunstwerk in onze cultuur gedefinieerd wordt”, gaat wat mij betreft voorbij aan de essentie van ons hedendaagse kunstgebeuren. Denken we maar aan de berustende commentaren van de verdwaalde bezoeker aan een museum voor hedendaagse kunst.
“Wa is da, jong?”
(Zucht)
“Ja manneke, da zal weer kunst zijn zeker.”
De ontwikkelingen in het artistieke veld van de 20ste eeuw hebben de esthetische gevoeligheid van de hedendaagse beschouwer met een dikke laag eelt bedekt. Vandaag kan alles kunst zijn. Niets meer, maar ook niets minder. Waarom dan ook niet uw dvd? In zekere zin heeft de hele avant-garde zichzelf net om die reden opgeheven. Waar kunst anno 1957 nog wist te verontrusten, is zij vijftig jaar later als begrip verworden tot een passe-partout. Een begrip dat zich aanbiedt als de zekerheid waarop de verontruste beschouwer kan terugvallen om het gevoel van verontrusting een plaats te geven, en om vervolgens opnieuw tot rust te komen. De uitval “dat is geen kunst!” ruimt vandaag plaats voor het toepassen van de redenering “dat is kunst!”. Het ene verdedigingsmechanisme heeft plaats geruimd voor het andere. En dit om een voor de hand liggende reden. Het bediscussiëren van de werkelijke artistieke waarde van het als artistiek gepresenteerde object vooronderstelt een combinatie van redeneervermogen, kritische geest en (zelf)beschouwend inzicht. Maar bovenal vergt het een inspanning.
Toch geef ik toe dat ik aanvoel dat u met uw op het eerste gezicht rammelende argumentenkader misschien wel een punt heeft gemaakt. Als kunstenaar heeft u uiteraard het volste recht uw eigen werk van mogelijke kunstzinnigheid te ontdoen. U heeft het recht uw eigen kunst te ontmantelen. Niets gaat boven de kunstenaar die ernaar streeft zijn eigen werk doelbewust te onttrekken aan de dwangmatigheid van het kunstbegrip. We denken maar aan Marcel Broodthaers’ bordjes met de befaamde opschriften “Dies ist kein Kunstwerk”, “Ceci n’est pas un objet d’art” en “This is not a work of art”. Ironisch genoeg dient echter vastgesteld te worden dat zelfs Broodthaers’ radicale afwijzen van de kunstzinnigheid deel is gaan uitmaken van het systeem waartegen hij zich initieel wilde verzetten.
Waar u als kunstenaar geen vat op zult hebben, mijnheer d’O, is de manier waarop uw dvd door het publiek ontvangen zal worden. Op dit moment is uw dvd alvast the talk of the town, of u dat nu zint of niet. En wat u er ook over beweren wil, het zal nooit echt opwegen tegen datgene wat de recepterende beschouwers ervan zullen maken. Of u dat nu zint of niet. Voor de ontkenning van het artistieke gehalte van uw dvd zal ik u altijd blijven bewonderen. Maar of ik het ding daarom volgende week bij het huisvuil kieper, kan ik u vooralsnog niet verzekeren. Daarover moet ik eerst nog eens goed nadenken. En nadenken kan nooit kwaad.
Hoogachtend,
JD






