Kamp Jezus is een zoektocht naar het invullen van het iets. Kamp Jezus is losjes gebaseerd op Jesus Camp, een film over een christelijk kamp voor jonge kinderen die onder een niet lichte dwang op zoek gaan naar zingeving. Losjes, want de acteurs, waarvan het merendeel niet katholiek is opgevoed, constateerden al doende dat geloven moeilijker is dan ze dachten. Deze moeilijkheid hebben ze centraal gesteld in hun voorstelling.
Iedereen ervaart religie op zijn eigen manier. Vandaar de verschillende personages in Kamp Jezus. Elk hebben ze hun eigen redenen om te proberen geloven en hun eigen manier om dit geloof te uiten. De één beschouwt God als een milde weldoener en bidden als het doorgeven van een verlanglijstje. Do ut des. Een ander gaat bidden meer ervaren als een overlopen van het eigen leven of het nadenken over zijn eigen zorgen en dilemma’s. Nog een ander beschouwt geloof als een soort noodzaak die de mens dwingt ethisch verantwoord te leven.
Een brainstorm en plein public. Kamp Jezus is vooral een opsomming van een overvloed aan elementen die met geloof, religie en zingeving te maken hebben. Daarbij worden de clichés niet geschuwd. Kaarsen, een kruisbeeld, elementen uit een eucharistieviering, religieuze schilderijen, kerkklokken, rozetten, een koor, een heus passiespel in tableaux vivants, het vertellen van religieuze ervaringen en zo kan ik nog even doorgaan. Ze hadden in elk geval genoeg. Deze momenten werden in de vorm van een soort viering gegoten, waarbij heel vaak contact met het publiek werd gezocht.
Maar dan komt de giftige angel op de proppen. Kamp Jezus is wel degelijk meer dan een aaneenschakeling van momenten, vaak erg lange, waarin op zoek wordt gegaan naar het geloof. Want soms kantelen de momenten en krijgen ze een scherp kantje. Dan krijgen we een man en een vrouw te zien in Adams- en Evakostuum die maar net aan de verleiding kunnen weerstaan ontrouw te plegen. Dan zien we hoe het passiespel in ruzie uitmondt omdat iemand vindt dat het niet kan dat een ongelovige voor Jezus speelt.
God is a dj. Kamp Jezus is een heel muzikale voorstelling. Er is een liveband, The GodSquad, die net ietsje harder rockt -daar heb je de angel weer- dan verwacht. Er zijn tal van religieuze liedjes die door de acteurs gezongen worden. Het publiek is uitgenodigd mee te zingen. En er is elke voorstelling een ander Gents koor dat een klein intermezzo brengt. Dat muziek ook een religieus kantje heeft, wordt veruiterlijkt door de grote verafgoding die we op scène zien voor de band.
God is een beetje ongrijpbaar. Maar in welke vorm kan je hem dan proberen te vatten? De viering is wellicht de meest voor de hand liggende, en die heeft Wunderbaum weergegeven in de opbouw van hun stuk en in het scènebeeld. De kerkstoelen op de linkerkant primeren. Ze worden gebruikt voor de meest intieme momenten, wanneer de personages bidden tot God en nadenken over hun leven. Een intimiteit die de groep nog heeft weten te versterken door gefilmde close-ups van de biddende acteurs uit te vergroten en te projecteren op het achtervlak. Het beeld van de actrice Maartje Remmers die erin slaagt een aantal tranen te vergieten waar Hillary Clinton jaloers op zou zijn, is iets dat bijblijft.
Het stuk begint en eindigt met een ander scènebeeld, waarbij de kerkstoelen en de liveband weggestoken zitten achter doeken. Twee keer gaat het om een stuk in het stuk. Een nagespeeld stuk uit het zevende zegel van Ingmar Bergman en het passiespel.
Is Wunderbaum erin geslaagd de moeilijke knoop die religie is te ontwarren? Volgens mij niet, maar dat was misschien ook niet de bedoeling. Kamp Jezus is een voorstelling die tot nadenken aanzet. Het ontwarren van de knoop wordt volledig aan het publiek overgelaten. Het publiek krijgt de één na de andere mogelijkheid om om te gaan met religie voorgeschoteld, meestal met een giftige angel erin, maar er wordt niet echt diep op die mogelijkheden ingegaan. Misschien is dat ook wat er aan de hand is met onze moderne zingeving. Men plukt hier en daar iets uit het brede scala aan zingevingen, maar de echte zinbeleving blijft aan de oppervlakte.
En hoe eindigt het stuk? Met een finaal amen? Nee, met een slotlied en kerkklokken. Gaat allen heen in vrede! Wij danken God. En Wunderbaum.
CREDITS
Tekst, regie en spel: Matijs Jansen, Maartje Remmers, Wine Dierickx, Walter Bart en Charlotte Vandermeersch
Muziek: William Bakker
Gezien in NTGent op 12 janurai 2008
www.ntgent.be






