Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Over Wolfskers
DRIE OPGEZETTE BOMEN MAKEN NOG GEEN KERSENTUIN
datum 09.12.2007
rubriek Podium
Zo nu en dan slaat ondergetekende de première van een grote zaalvoorstelling in het Toneelhuis over, omdat verandering van spijs eten doet, maar vooral om niet van favoritisme beticht te worden; meestal vindt ondergetekende de stukken van Guy Cassiers – die toch één derde van dergelijke producties voor zijn rekening neemt – grandioos theater, en ook altijd zeer terecht. Maar dan gaat zo’n ondergetekende toch een keer met enige vertraging kijken naar Wolfskers, zonder voorkennis van andere recensies maar met natuurlijk het magistrale eerste deel, Mefisto for ever in het achterhoofd, en dan komt er willens nillens weer een bespreking van. Niet goed voor de zondags- maar wel voor de gemoedsrust.
Wolfskers mag dan wel een soort sequel zijn, het stuk laat zich als een afzonderlijk geheel bekijken. Slechts in enkele luttele verwijzingen is de directe aaneenschakeling met zijn voorganger in de 'trilogie van de macht', Mefisto for ever, merkbaar: Joseph Goebbels die opnieuw door Stefan Perceval gestalte wordt gegeven, zij het minder pregnant en minder op de voorgrond, en de vele quotes uit De Kersentuin en andere Tsjechovs, ditmaal te rechtvaardigen omdat een zekere Vladimir Lenin (Vic De Wachter) één van de drie protagonisten is. Nochtans wordt hij inzake diepe beschouwingen met knipogen naar de literatuur stevig geklopt door het schijnbare lichtgewicht Eva Braun (Veerle Eyckermans), zoals u weet bedgezel pro forma van een zekere Adolf Hitler (Jos Verbist) – protagonist nummer twee. Zij citeert uit de klassieken alsof enkel die haar een stem kunnen geven, en misschien ook wel om zich staande te houden tussen Hitlers encyclopedische weetjes over de natuur, een obsessie-in-zijn-finaliteit (zoals Goebbels het raak verwoordt) die hij gemeen heeft met heerser en protagonist nummer drie: de Japanse keizer Hirohito (Johan Leysen).

Het is van die drie onkoosjere figuren dat het innerlijke gevoelsleven, de laatste gedachten en kleine kantjes geschetst worden, vooraleer Hitler en Braun en hun hele entourage zich van, euh, kant maken. Dat had overigens ook Lenin wat gaarne gedaan, maar niemand uit zijn entourage wil hem het nodige vergif geven, en zelf ontbreekt hem de luciditeit om eraan te geraken. Lenin lijdt immers aan vele dingen: aan verlamming, aan beginnende dementering en aan de zure oprispingen die Jozef ‘die vervloekte Georgiër’ Stalin hem bezorgt. We zien de leider van de Communistische Partij afwisselend zeer zwak en gelaten, en met opflakkeringen van vastberadenheid. Toch is hij, de man met misschien nog de beste bedoelingen van de drie, het minst aantrekkelijke personage, omdat Vic De Wachter weliswaar wel goed acteert maar zijn personage wellicht het normaalste neerzet, en dus ook het meeste kleurloos. Dat is geen schande maar naast hem staan wel de twee bondgenoten die elkaar nooit ontmoet hebben: Hitler en Hirohito. Mafketels van het eerste uur door respectievelijk oorlogstrauma’s en een ondraaglijke, goddelijk geïnspireerde lotsbestemming. Dat resulteert in een dodelijk vermoeide maar uitgelaten Hitler die het liefst niet over oorlog praat, en slechts goedgezind wordt en opklaart als hij zijn picknickdeken kan openslaan in de vrije natuur of als hij zijn ‘artistieke zielsgenoot’, en wie weet nog veel meer, Albert Speer ontvangt. Hirohito van zijn kant berust vooral en laat zijn leven leiden door zijn lakeien, die zelfs plannen wanneer hij in bad mag. Op elke vraag weet hij een gereserveerd en eindeloos afgewogen maar nietszeggend antwoord te geven.

Het is spijtig, maar niet het dynamisme van Hitler of de wisselvalligheid van Lenin vormt het organiserend principe van deze voorstelling, maar de passiviteit van Hirohito, die weinig voortstuwt maar daarentegen badineert en pruttelt in zijn omhulsel. Van dat laatste zijn er genoeg in Wolfskers, want aan technologische omkadering alweer geen gebrek: eens te meer mogen we smullen van de oogstrelende beelden, die het gezicht van Lenin uitvergroten tot op de schoot van het publiek (met dank aan een flinterdunne gaas die voor het podium hangt) of een, ik zei het al, aangenaam pruttelend decor bieden met daarop drie van de vier natuurelementen. Al die pracht neemt echter niet weg dat de voorstelling moeilijk het hoofd boven water houdt. Verdrinken doet zij nog niet onder haar eigen ambities, maar veel scheelt het niet. De zwaarte van het thema, de perversie van de macht, dicteert bijna dat er oeverloos gedrukt moet worden op het gemoed van toeschouwer door middel van drie afzonderlijke individuen die hetzelfde ondergaan. Om ons én de voorstelling wat prozac toe te dienen last Cassiers regelmatig kolderieke momenten in die op een of twee gevallen na mislukken. De banaliteit die hij hier beoogde als glijmiddel is ooit veel effectiever op een podium neergezet, en ik verwijs hierbij met zachte dwang naar de Proust-cyclus uit Cassiers’ rotheater-jaren. De jonge Marcel Proust was overigens een veel overtuigender picnicker dan de oude Hitler, maar dat slechts geheel terzijde.

Heel even kent Wolfskers een aangename reanimatie, wanneer het personage van Jozef Stalin wordt opgevoerd. Stalin wordt, in de persoon van Dries Vanhegen, vervolgens in een moeite door Generaal MacArthur en Albert Speer. Deze rolwisseling zorgt voor de enige écht voelbare link tussen de drie afzonderlijke heersers en hun verhalen. Jazeker wordt dit trucje al eerder opgevoerd: Gilda De Bal verandert van Lenins vrouw in die van Goebbels, en Eva Braun blijkt plots de zus van Lenin te zijn. Een keer voeren beide actrices een gesprek dat naadloos overgaat van het Hitlerkamp naar het Leninkamp. Mooi en doordacht gedaan, maar het bouwt niet de gewenste bruggen tussen de aparte schotten waarin de drie heersers al van bij het begin inzaten, en die ze in de loop van de voorstelling nooit meer kwijtraken, ook al worden deze al na een kwartier weggetakeld en wordt de bril van Hirohito handig doorgegeven aan Hitler wanneer die een rapport moet lezen. Omdat er, ondanks deze en andere ingenieuze vondsten zoals de persoonswissels, nooit helemaal een geheel tot stand wordt gebracht, voelt Wolfskers wel aan als heel erg relevant maar ook altijd: koud, afstandelijk, onbezield.

De beginsequentie liet ons zien hoe de drie heersers elk afzonderlijk tot leven worden gewekt door het aansteken van een soort elektrisch circuit – een moderne Genesis die omgekeerd evenredig aan de grondslag ligt van haar eigen ondergang. Een mooie filosofische gedachte, maar de enige kick die uit deze voorstelling kan gehaald worden is de intellectuele, en misschien nog de esthetische. Zij het dat we zelfs die ooit beter hebben geweten. Geen Cassiers grand cru dus, wij wachten angstvallig op deel drie en op enige herbronning op een ver gelegen picnickveld.


Gezien op 8 december in het Kaaitheater, Brussel.
www.toneelhuis.be

Voor een bespreking van 'Mefisto for ever', zie http://www.urbanmag.be/artikel/977/horror-in-de-kersentuin
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie