Meest recente artikels:
Het kunstenaarstijdschrift GAGARIN tentoongesteld in het S.M.A.K.
Interview met Pieter-Paul Mortier
Een interview met Eric Joris n.a.v. Line-Up
kunstkamers in het Rubenshuis te Antwerpen.
Meer artikels van Joeri Bruyninckx:
Benjamin Franklin
Interview met R.O.T.
Interview met Carlo Steegen
Interview met Jos Steen
IK VERVEEL MIJ NOOIT
datum 07.12.2007
rubriek Muziek
Iemand die een stofzuiger gebruikt om een mondharmonica te bespelen, heeft bij mij een streepje voor. Als die iemand een buffetpiano in zijn tuin zet om te zien wat een gure winter ermee aanricht, krijgt die er van mij nog een streep bij. De vergeten blanke blueslegende Jos Steen bracht dit jaar de LP ‘Music For Tape And Turntable’ uit op het Ultra Eczema-label van Dennis Tyfus, een plaat waarop nauwelijks een muziekinstrument te horen is.
Dit jaar bracht je de ‘Music For Tape And Turntable’-LP uit op Ultra Eczema. Zie je deze LP als een kroon op het werk? Als een vorm van erkenning, uiteindelijk?
Jos Steen: “Nee, ik zie die LP zeker niet als een kroon op het werk. Al is een vinylplaat uitbrengen waarop nauwelijks een instrument wordt bespeelt wel een mooi anachronisme. Het is een aanklacht tegen de beangstigende vooruitgangsmythologie van deze eeuw.”

Eén van die non-instrumenten die je bespeelt is de stofzuiger.
Jos: “Mijn stofzuiger van anno 1950 werkte op een dag niet meer en dus probeerde ik dat toestel te herstellen. Maar daarna bleek mijn stofzuiger te blazen in plaats van te zuigen! Om van de nood een deugd te maken ben, heb ik dan mijn vingers op de rubberen zuignap van mij stofzuiger gelegd, waardoor ik ongeveer vijf akkoorden te voorschijn kon toveren. Zo is het gegaan. Ik gebruik mijn blazende stofzuiger trouwens ook om mondharmonica te spelen. Zo hoef ik mijn eigen lippen niet te gebruiken.”

Je bespeelt niet enkel bestaande instrumenten, je bouwt er ook zelf.

Jos: “Bouwen is veel gezegd. Eerder verbouwen en prepareren. Ik verbouw bijvoorbeeld een gewone gitaar tot een 2-snarige gitaar, of tot een 24-snarige, meestal met een kapotte klankkast. Ik heb hier ook een piano staan die ik telkens weer anders prepareer of herstem. En zopas heb ik een totaal valse, onredbare buffetpiano in mijn tuin gezet: binnenkort eens zien en horen hoe de winter zijn werk zal gedaan hebben.”

Zou je jouw muziek als Outsider Music omschrijven?

Jos: “Wat een ballonwoord! Zijn er dan ook reglementen om Insider Music te spelen?”

COLLAGES

Door een LP op Ultra Eczema uit te brengen, bereik je automatisch een ander publiek dan de traditionele bluesliefhebber. Is dat ook bewust jouw bedoeling?
Jos: “Het is wel duidelijk dat het jonge publiek dat mij nu ontdekt zich afzet tegen het puritanisme van de traditionele bluesliefhebber. Al heb ik mezelf nooit als een traditionele bluesman gezien. Ik heb altijd de vorm, de feeling en het vrije ritme van oude Mississippi-blues gebruikt om van daaruit op avontuur te gaan en er dissonante gitaarakkoorden en polyritmiek aan toe te voegen, wat toch eerder technieken zijn uit de free jazz en de hedendaagse klassieke muziek.”

Je wordt vaak met Captain Beefheart vergeleken.

Jos: “Ook hij gebruikte blues als uitgangspunt om deze dan met technieken uit de free jazz en zelfs de polyritmische repetitieve muziek te vermengen. Al heeft die vergelijking met Beefheart me ook altijd wat gegeneerd. Overigens, die typische Beefheart-keelzang heeft hij op zijn beurt ook gewoon overgenomen van Howlin’ Wolf, die het op zijn beurt dan weer van Son House en Charlie Patton gejat heeft…”

Voel je je verwant met hedendaagse avant blues-muzikanten als Little Howlin’ Wolf, Seasick Steve en Charlie Nothing?
Jos: “Zeker, want ook voor hen is spontaniteit, het ongeknutselde en de directe improvisatie belangrijker dan de strakke twaalf maten-blues.”

Hoe ben je op de idee gekomen om een toch eerder traditioneel genre als blues te vermengen met meer experimentele elementen?
Jos: “Blues is direct geïmproviseerde muziek en staat daarom niet zo ver af van andere geïmproviseerde muziek als je zou denken. Maar om op jouw vraag te antwoorden: ik vermeng beide vormen omdat ik ze tegelijkertijd op vrije jonge leeftijd ontdekte. In dezelfde periode ontdekte ik de free jazz van Ornette Coleman, de geïmproviseerde Europese muziek van Derek Bailey, de hedendaagse klassieke muziek van John Cage en Karlheinz Stockhausen én de eerste Deltablues. Wat daarnaast ook belangrijk is geweest voor mij, waren de collagetechnieken die je kan horen op de vroege Frank Zappa-platen en op het late werk van The Beatles.”

Dit is duidelijk te horen op ‘Music For Tape And Turntable’.

Jos: “Mijn oorspronkelijke idee voor deze plaat was om een parodie te maken op elektronische muziek en noise, maar gaandeweg stelde ik vast dat mijn opnames te verscheiden waren om nog binnen dit concept te passen, dus ben ik meer serieus beginnen componeren met kapotte radio’s, pick-ups en platen, draagbare cassetterecorders en dictafoons. En met ‘serieus beginnen te componeren’ bedoel ik inderdaad: collage’s beginnen maken.”

UIT DE BOOT GEVALLEN

In 1999 ben je begonnen met het heruitbrengen van jouw oude opnames op CDRs. Waarom?

Jos: “Om er op deze manier voor te zorgen dat mijn muziek langer bewaard blijft.”

Tussen 1986 en 2004 heb je geen enkele keer opgetreden. Waarom ben je heel die tijd ‘ondergedoken’?

Jos: “Dat heb je verkeerd begrepen: van ‘86 tot in de jaren negentig heb ik veel opgetreden met de China Pig Blues Band. Dit was een duo dat ik samen met tubaspeelster Viviane Fortuné vormde, al speelden we soms ook als kwartet. En ik speelde in die periode ook nog met pianist Eddy Lozen, dichter Herman J. Claeys en percussionist Yvo Vanderborght. Maar in de jaren negentig werd ik behoorlijk mensenschuw. Ik leefde als een soort heremiet. In die tijd was er in België wel een soort bluesrevival aan de gang, maar die revival heeft mij persoonlijk weinig opgebracht. Voor het blues-wereldje was wat ik deed te experimenteel. De meeste mensen dachten zelfs dat ik de blues parodieerde, en dus viel ik uit de boot.”

In 2004 ben je dan uiteindelijk toch weer met je muziek naar buiten gekomen.
Jos: “Dat was dank zij Steven De Bruyn (The Rhythm Junks). Hij was al jaren naar mij op zoek en in dat jaar is hij er dan uiteindelijk ook in geslaagd om mij te vinden. Het was hij die mij terug het podium op sleepte. Ik speelde samen met Steven op het Klara-festival in 2006 en in december van dat jaar speelden we als trio, samen met Jimmy Carl Black (drummer van Mothers Of Invention, jb) in de VRT-studio’s.”

Is het, door het internet en door CDRs, nu voor jou makkelijker om met jouw muziek naar buiten te komen dan pakweg 20 jaar geleden?
Jos: “Zeer zeker. Maar het groeit mij allemaal wat boven het hoofd, moet ik zeggen. Al die myspace-toestanden, en zo. Nee, de computer is not my cup of tea.”

Beroepsmatig werk je in de audio-bibliotheek van de VRT. Is er voor jou een verband tussen het werk dat je als beroep doet en de muziek die je maakt?

Jos: “Alle mogelijke muziekgenres, nieuw en oud, passeren daar de revue. Het is dus onvermijdelijk dat ik daar op nieuwe ideeën kom. Om een voorbeeld te geven: op dit moment is wereldmuziek weer erg in de mode. Wel, op mijn nieuwe CD met de dubieuze titel ‘World Music Vol.2’ verzamel ik fictieve, zelf uitgevonden Etnische Muziek uit zelf verzonnen landen, maar door de gebruikte instrumenten, ritmes en melodieën doet mijn muziek wel aan bestaande landen denken. Dit is mijn parodie op wereldmuziek.”

Naast muzikant ben je ook nog dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Staan al deze zaken voor jou los van elkaar of maken ze deel uit van één groot kunstenaarschap?

Jos: “Ik vind het begrip ‘kunstenaarschap’ toch nog altijd wat overroepen, en dat zeg ik niet uit een vorm van valse bescheidenheid. Laat ons zeggen dat ik druk bezig ben met schrijven, tekenen, componeren en schilderen en dat ik me daarin volledig geeft en me kostelijk amuseer. Ik verveel me nooit.”


Jos Steen speelt op maandag 10 december 2007 in A.B. (Brussel) als voorprogramma van Thurston Moore


www.myspace.com/jossteen
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie