Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Joris D'hooghe:
Brief aan Honoré d'O
Brief aan Mark Coucke
ARS CONIECTURALIS
datum 29.11.2007
Geachte heer Coucke,
Laatst ving ik het nieuws op van uw nakende “samenwerking” met Kamagurka. Het gerucht haalde de pagina’s van alle Vlaamse kranten, en u bevestigde het uiteindelijk zelf op de nationale radio. Best een leuk idee, dat schilderdagboek. Mocht On Kawara er lucht van krijgen, stuurt hij u zonder twijfel een kaartje ter felicitatie. Of een telegram.
Nu al gaat u er prat op Kamagurka met deze stunt wereldberoemd te zullen maken. U ziet het groot, en gelijk heeft u. Mocht juffrouw Valerie Solanas het plan voor een aanslag op Andy Warhol niet tot uitvoer hebben gebracht, zou men vandaag bijlange niet meer weten waar de Society for Cutting Up Men precies voor stond. De dingen groot zien hoort nu eenmaal bij het leven.

Uit goede bron heb ik vernomen dat u zich momenteel inlaat met de aanleg van een kunstverzameling. Met raad en daad bijgestaan door een oud-museumdirecteur. Het lijkt me dan ook niet meer dan gepast u – in het licht van de recente gebeurtenissen rond uw persoon – even attent te maken op het wondere aan de kunst van het verzamelen van kunst. Want in welke mate u zich bij uw zoektocht naar “dat ene werk” laat leiden door een integer gevoel voor de kunst en haar geschiedenis, is mij vooralsnog onduidelijk. Staat u me toe mij nader te verklaren. Zoals u wellicht weet kan ons land terugblikken op een stevige verzamelaartraditie. Een traditie met internationale allure. Zo werden in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw grote Europese tentoonstellingen ingericht met werken uit de verzamelingen van ondermeer Graindorge, Nellens en Peeters. Vorig jaar nog toonde het Museu d’Art Contemporani in Barcelona “werken en documenten” uit de collectie van Annick en Anton Herbert. De oprechtheid en doelgerichtheid waarmee deze collecties tot stand zijn gekomen, maken dat de huidige generatie kunsthistorici verzamelaars als Herbert niet langer louter als getuigen in hun onderzoekspraktijk aanzien. Stilaan verworden zij zelf tot volwaardige kunstwetenschappelijke onderzoeksobjecten.

Of het met u eenzelfde weg zal opgaan, durf ik hierbij te betwijfelen. Door uw lot te verbinden aan dat van een mediafiguur als die van Kamagurka lijkt u zich immers al meteen aan hoongelach te hebben blootgesteld. Want hoe trefzeker Kamagurka als cartoonist annex humorist ook moge wezen, tot op vandaag is artistiek renommee hem eerder vreemd. Zo werd zijn debuut als beeldend kunstenaar met de tentoonstelling “Tour de France” in het Stedelijk Museum Amsterdam in het voorjaar van 2002 geen onverdeeld succes. Ondanks de wel erg grote steun van Rudi Fuchs, de toenmalige directeur van het Stedelijk, werden zijn “betekenisloze poppetjes” genadeloos neergesabeld door de Nederlandse critici. De herkansing die Willy Van den Bussche Kamagurka bood met een deelname aan de tweede triënnale voor hedendaagse kunst aan de Belgische kust verging het dan weer beter. De eigen critici waren hem er alleszins een stuk gunstiger gezind, een haast zeker gevolg van het aanzien dat hij in Vlaanderen doorheen zijn jarenlange carrière als publiek enfant terrible heeft weten te verwerven.

Door u te vereenzelvigen met het lichtere genre lijkt het dus weinig waarschijnlijk dat u als verzamelaar snel au sérieux zal worden genomen. Misschien ware het beter geweest uit te pakken met het nieuws een onbekend talent met frisse ideeën te zullen gaan promoten. Indien u alsnog zou beslissen op zoek te gaan naar een ruwe diamant houdt u in uw agenda best al een plaats vrij voor een bezoek aan de volgende editie van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst. Of voor een bezoek aan de Brusselse galerie van Jan Mot. Wanneer u zich echter beroept op een aantal markante voorbeelden uit de moderne of hedendaagse kunstgeschiedenis, hoeft u misschien nog niet te wanhopen. Zo stierf Vincent Van Gogh als totaal miskend kunstenaar, en vond zelfs Marcel Duchamp pas algemene erkenning tijdens de laatste tien jaar van zijn leven. Met de opleving die de schilderkunst de laatste jaren aan het doormaken is, lijkt het niet onwaarschijnlijk dat ook Kamagurka’s oeuvre gouden tijden van brede appreciatie tegemoet gaat. Vingers gekruist dus, Mark en Kama.

Hoogachtend,

JD
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie