In het kader van het poepsjieke Kortrijkse Hotel Damier valt Hassell nauwelijks op. Hij is een gedrongen, vriendelijke en energieke man, die heel gul vertelt over zijn ervaringen, ontmoetingen en toekomstplannen. Niks doet vermoeden dat deze muzikant samenspeelde met de allergrootsten. Hij is de bescheidenheid zelve. Het gesprek zal uiteindelijk bijna twee uur duren. Over zijn bijna levenslange relatie met Eno bijvoorbeeld, die begon met een legendarische ontmoeting in The Kitchen in Londen eind jaren zeventig. “Die jonge kunststudenten trokken me binnen in hun wereld van studiotechnieken”, vertelt hij. “Muzikaal konden ze me weinig leren. Ik was de grote innovator. Ik ontmoette Eno een paar dagen geleden opnieuw tijdens het Londen Jazz Festival. We koesteren nog steeds plannen om samen een boek uit te geven, dat North and South zal heten, naar de Cole Porter song. We zijn al zo lang bezig met dit concept. Het moet er zeker binnen een jaar komen. Maar ik heb zoveel werk. Als je ouder wordt, moet je soms prioriteiten stellen om je energie juist te spreiden.”
Hassell bracht begin jaren tachtig een drietal platen uit op EG Records, het toenmalige label van Brian Eno. Zelfs een kwarteeuw na datum blijven Possible Musics (1980), Dream Theory in Malaya (1981) en Aka Darbari Java (1983) erg innovatieve en originele opnames (zie: http://music.guardian.co.uk/jazz/story/0,,2207399,00.html). De trompet van Hassell zweeft bijna onaantastbaar hoog boven de gelaagde soundscapes en samples van Brian Eno en Dan Lanois. Bij wijze van experiment en research vóór het interview speelde ik Darbari Extension even samen af met een originele raga darbari van de Indische muzikant Bade Ghulam Ali Khan (www.musicindiaonline.com). Het werkte perfect. “De Indische opvatting over muziek is zo verschillend van de onze”, zegt Hassell. “De muzikant en de componist van een raga zijn één. Ik nam gewoon enkele principes van de raga over en paste die toe op mijn muziek. Ik veroorloofde me enkele vrijheden en puurde de raga uit. En kijk eens naar de hoesillustratie van Possible Musics. De kaart van het gebied rond de Witte Nijl in Soedan staat er niet toevallig op. Daar grijpt het eeuwenoude conflict plaats tussen Noord en Zuid, tussen het abstracte en het sensuele.”
Hassell begint aan een lange en boeiende uiteenzetting over de verschillen tussen Noord en Zuid. “Soedan is een metafoor voor de Vierde Wereld”, verklaart hij. “Toen al hadden we dat door! We waren onze tijd ver vooruit, want nu is Soedan één van de ergste conflictgebieden geworden van de wereld. Daar grijpt de botsing plaats tussen het animistische zuiden en het christelijke of islamitische noorden, religies die zichzelf associëren met spiritualiteit, maar die er uiteindelijk niks meer mee te maken hebben. Abstractie heeft de sensualiteit in ons lichaam veroverd. Weet je, die tegenstelling tussen Noord en Zuid, tussen de technologie van het Westen en de tradities van de Derde Wereld, grijpt ook plaats in ons lichaam, onder de gordel. We zijn dieren geworden die denken. Dat is de wortel van onze huidige, ecologische crisis. Laten we nederig blijven. Kijk eens in de ogen van een hond! We moeten heropgevoed worden door de dieren en die dierlijke kwaliteiten in onszelf terugvinden.”
In 1990 had Jon Hassell het meesterlijke en veelgelaagde City: Works of Fiction opgenomen voor Opal, opnieuw een label van Brian Eno. Eno had toen net een deal afgesloten met de gigant Warner Brothers. Die associatie met een groot label was het begin van een korte, maar vruchtbare periode. Hij beschikte immers plots over een veel groter budget om zijn muziek op te nemen. Op City: Works of Fiction werkte hij samen met gerenommeerde muzikanten als Gregg Arrequin, Jeff Rona, Adam Rudolph en Daniel Schwartz. Op Dressing For Pleasure (1994) ging hij een stap verder. Het zogenaamde Bluescreen project werd opgenomen met een plethora van bekende en underground artiesten, waaronder Flea, Buckethead en Leslie Winer. “Ik was een kleine vis in een grote muziekmaatschappij”, relativeert Hassell. “Een grote platenmaatschappij doet je dingen doen die je niet wilt doen. Ik kijk met gemengde gevoelens terug op die periode. Weet je, de platenmaatschappijen denken dat ze je oeuvre bezitten. Ik probeer daar nu van af te raken. Ik heb de raw version van de plaat – de zogenaamde prequels – doorgegeven aan de Noorse jazzmuzikant Jan Bang om ze opnieuw uit te brengen. Warner Brothers had geen idee wat ze met mij moesten aanvangen! Wat is jazz? Ben ik jazz? Neen. In Amerika kennen ze me niet. Wynton Marsalis is daar de Bush van de jazz. Hij bepaalt wat de norm is. Als je daarvan afwijkt, tel je niet mee. Dat is een heel enge opvatting. Ik trad al 12 of 13 jaar niet meer op in Amerika. Alle erkenning komt tegenwoordig uitsluitend uit Europa. Hier staat men tenminste nog open voor wat ik doe.”
Jon Hassell & Kurt D'haeseleer - Gamescape (Places to Play and Die) - Vrijdag 23 november om 22:00u in Budascoop te Kortrijk.






