Na een inbraak in de wagen van zijn Europese begeleidster in Parijs was Grunwald een dag eerder voor een goeie vijfduizend euro aan materiaal kwijtgeraakt, waaronder een laptop waarop hij z’n live concerten registreerde. In de gitaren en zelfgebouwde percussiekist waren de inbrekers gelukkig niet geïnteresseerd.
Toch was het een opgewekte jongeman die maandagavond het podium besteeg. De negenentwintig jarige Australische surfliefhebber die naar verluidt ooit eens een aanval van een haai overleefde door de tussenkomst van enkele dolfijnen, lijkt qua uiterlijk vaagweg een kruising tussen een aboriginal en Matt Damon, en bleek over een flinke dosis zelfvertrouwen en een fijn gevoel voor humor te beschikken. Van zijn vorige bezoek aan Ingelmunster had hij het bestaan van Kasteelbier onthouden. Kortom, een jongen met smaak. Enkel gewapend met Dobro, akoestische gitaar en een stoelboxbal, en in extase jonglerend met z’n dreadlocks zoals Lenny Kravitz in betere tijden placht te doen, sloeg hij het publiek met verstomming; je wou het niet gedroomd hebben dat je alle open monden de kost moest geven. Vooral gepassioneerde versies van nummers uit z’n nieuwe album passeerden de revue, waaronder het hilarische Serious, Money en het gemeen rockende Skywriter. Daarnaast enkele oudere nummers waaronder publiekslieveling Dolphin Song, zijn eigen shark tale, afgewisseld met standards en covers van onder meer Buddy Guy en Tom Waits, die hij eerde met een schitterende versie van Goin’ Out West.
Ash Grunwald is zonder meer een revelatie, die naast het behagen van een ouder publiek een hele nieuwe generatie naar de blues brengt. Je moet geen Nostradamus heten om te weten dat voor deze jongeman een veelbelovende toekomst is weggelegd.

maandag 19 november in De Fagot, Ingelmunster






