Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Over Verzameld werk van Arie Visser
LEVEN NA DE DOOD?
datum 02.11.2007
auteur Peter Wullen
rubriek Literatuur
Arie Visser moet zowat de meest onderschatte Nederlandse dichter zijn van de laatste eeuw. Dat heeft hij grotendeels aan zichzelf te danken. Zijn korte bestaan – hij overleed op 20 januari 1997 op 52-jarige leeftijd – was even chaotisch als zijn nagelaten publicaties. Hij vond pas innerlijke rust toen hij op 40-jarige leeftijd huwde met de Marokkaanse Chadia Moussadeq. Maar toen was het te laat. Zijn lichaam was al ondermijnd door intensief drugsgebruik en schrijversmisère. Tien jaar later werd hij ziek. Nog een paar jaar later was hij dood. Onder redactie van Oek de Jong, Guus Luijters en Wim Sanders verscheen een mooie, driedelige verzamelbox, die de dichter en zijn oeuvre in ere herstelt.
Het harde leven van de junk en de miskende dichter sloopte Visser. Twee maanden voor zijn dood verklaarde hij aan Guus Luijters: ‘Ik heb een hard leven gehad, maar wel een mooi leven. Ik beschouw mezelf nog steeds als een zondagskind.’ En een zondagskind was hij. Het begon allemaal immers erg veelbelovend. Arie Visser werd op 17 november 1944 geboren in Sneek samen met zijn tweelingzus Corrie, later omgedoopt tot Prashanta. Zijn ouders waren een gereformeerd echtpaar. Pa Visser diende in het verzet. Ma sloofde zich uit voor de kinderen, werd tijdens de oorlog één keer opgepakt door de Duitsers, maar gaf zelfs na diverse martelingen niks prijs over de ondergrondse activiteiten van haar man.
Het waren moeilijke oorlogsjaren, die Visser zeker en vast voor de rest van zijn leven tekenden. Hij was een hoogbegaafd kind, een zogenaamd leesjongetje, dat alles van lectuur verslond wat hij onder handen kreeg. Zijn toekomst was dan ook reeds vroeg uitgestippeld. Van pa Visser moest hij dominee worden of beter nog professor. Helaas liep het enigszins anders af. De veelbelovende, blonde jongen Arie begon de Amsterdamse jazz-milieus te frequenteren, stortte zich in het werk van Nietzsche, Baudelaire, Verlaine en Rimbaud en interesseerde zich meer en meer voor esoterische religies, zoals het boeddhisme en het taoïsme. Hij begon hasj te roken en maakte zijn eerste lsd-trips. Hij werd een vrijwillige drop-out.
In 1968 trok hij liftend naar Afghanistan, toen het Mekka voor de Amsterdamse hippies. Graatmager en berooid keerde hij na enkele maanden terug en dealde om geld voor eten en drugs te verdienen. Hij werd een bekend gezicht in het straatbeeld van de Amsterdamse binnenstad. Op zijn dertigste zat hij vast aan de opium en heroïne. Het leek of er geen weg terug was. Hij zwierf de ganse dag door de stad en zocht warmte en intellectuele lavenis in de zaal van de Universiteitsbiblioteek. Hij verpatste zijn laatste boeken en platen om zich van zijn dagelijkse portie drugs te kunnen voorzien. Zijn buitengewone intelligentie en zijn belezenheid behoedden hem echter van de totale ondergang.
Zijn zwervend dealersbestaan hield hij zo’n tien jaar vol. In 1984 werd hij door een vriend gekoppeld aan de illegale Marokaanse schoonheid Chadia Moussadeq. De huwelijksplechtigheid verliep turbulent. Chadia werd door de Vreemdlingenpolitie opgepakt, twee weken opgesloten in de cel en bijna het land uitgezet. Een kort geding besliste er anders over en uiteindelijk ging het huwelijk toch door. Dat was het begin van de gelukkigste periode van zijn leven. Visser raakte nooit echt van zijn drugsgewoonten af, maar was van de straat. Hij kreeg een zoontje en bekeerde zich tot de islam. Hij heette voortaan Arie Omar Visser. Hij maakte plannen om een 2200 pagina’s tellend werk te schrijven over de islam, het mythische oeuvre Arabia Felix. Het bleef bij plannen.
Halfweg 1993 werd bij Arie Visser lymfeklierkanker vastgesteld. Hij vatte het nieuws nogal laconiek op en wat hij vroeger nooit kon, verliep nu vanzelf: hij organiseerde voor het eerst zijn leven in het aangezicht van de dood. Ongeveer omstreeks dezelfde tijd werd Chadia zwanger van zijn tweede kind. Een maand voor zijn dood verscheen zijn laatste dichtbundel Licht en Vuur. Op 20 januari 1997 stierf Arie Omar Visser met een heldere geest omringd door Yvonne van Doorn, Prashanta Visser en Chadia Moussadeq. Zijn laatste gedicht schreef hij op zijn ziekbed voor zijn zoontje Mahdi:

Evenwicht

ik duw de schommel op en neer
hij is volmaakt uit evenwicht

ik duw en duw hem heen en weer

ik zie het licht in je gezicht


De verzamelbox bevat drie boeken. Het eerste deel bundelt poëzie van Arie Visser. Tijdens zijn leven publiceerde hij in totaal vijf dichtbundels. Virtuele Beelden verscheen in 1973 bij uitgeverij Tango te Leiden. De titel refereerde aan een Chinese tekst, ‘wij gebruiken woorden om van woorden te worden bevrijd’ en bestaat vooral uit korte en puntgave tanka- en haiku-achtige observaties. Het eerste deel van de bundel richt ‘op de taal als verschijnsel op zich’. Het tweede deel legde meer de nadruk op ‘de ervaringen en de vertekening die optreden bij de weergave in de taal.’ In oktober 1976 verscheen bij Boelen Uitgevers te Amsterdam zijn tweede bundel Altijd Onderweg. Beide bundels werden in 1980 opgenomen in de verzamelbundel Voorlopig overzicht. Gedichten 1965-1980 dat verscheen bij de Amsterdamse uitgevers Loeb & Van der Velden. In 1983 verscheen bij Uitgeverij Guus Bauer Con Alma, een cyclus met gedichten, die ontstonden in de periode van 1977 tot 1982.
Enkele weken voor de dood van de dichter verscheen bij Uitgeverij L.J. Veen te Amsterdam tenslotte zijn laatste bundel Licht en Vuur. In het gedeelte poëzie van het Verzameld Werk staan de bundels in volgorde van verschijning aangevuld met de nooit eerder gepubliceerde cyclus In Allah’s Tuin, negen bewerkingen naar soefi-motieven, die in 1996 om uitgeeftechnische redenen niet in Licht en Vuur kon opgenomen worden.

De toren

met potlood passer liniaal
pas ik leegte aan mijn wensen aan
uit mijn hoofd zie ik de toren staan
in baksteen hout beton of staal

zoals hij voor mijn ogen stond
omschreven cirkel van perfectie
vanuit het pluspunt nul: reflectie
het idee – mijn idee – is rond

adem die als een liftboy stijgt
naar de verdieping van de afgod

op de deur staat het letterslot
dat in alle talen doodstil zwijgt

welk cijfer zal het tegenspreken
om de impasse te doorbreken


(uit de cyclus ‘Zelfportret in krijt’ opgenomen in de bundel ‘Licht en Vuur’)

Het deel proza bevat de integrale junkieroman Het vangen van de draak, die in 1983 bij De Bezige Bij in Amsterdam verscheen, het verhaal Aziz dat in november 1992 gepubliceerd werd in het Hollands Maandblad, schetsen en langere stukken uit het onvoltooide opus Arabia Felix en een uitgebreide selectie van essays en artikelen over diverse onderwerpen als jazz, literatuur en spiritualiteit, die samengevoegd werden onder de titel Zien met het hart. Het laatste en omvangrijkste deel Documentatie bevat een In Memoriam-gedicht van Remco Campert, biografische schetsen van Wim Sanders, Oek de Jong, Guus Luijters, Adriaan van Dis, Stan Van Houcke en Peter Henk Steenhuis, een selectie brieven van Visser en zes gesprekken, die hij voerde met Oek de Jong in de laatste maanden van zijn leven. Het boekwerk wordt opgesmukt met stemmige zwartwitfoto’s, waarin men zijn evolutie kan volgen van blonde adonis tot hippie met lang, blond haar tot op de schouders, een snor en een snik en tenslotte Hollandse moslim met fez. De fraaie verzamelbox is bovendien geïllustreerd met drie afbeeldingen van de Chinese kunstenaar Liang K’ai, die de lucide Visser nog tijdens zijn leven koos voor een eventueel verzameld werk.

Het mystieke zit in je. Het is iets wat zich bij sommige mensen kennelijk al op jonge leeftijd ontwikkelt. Er is een verband met vreselijke jeugdjaren, die me stof te over gaven om over na te denken. Hoe kan dat nou, hoe is dit in godsnaam mogelijk? En als je dan toch al de neiging hebt om jezelf terug te trekken, een groot gedeelte van de dagen alleen maar op jezelf te zijn en alleen maar na te denken over de zin van het bestaan…

(‘Gesprekken met Arie Visser’, pag. 192)


Arie Visser – ‘Verzameld werk’, Prometheus, Amsterdam 2007; in drie delen, ‘Proza’, ‘Poëzie’ en ‘Documentatie’ onder redactie van Oek de Jong, Guus Luijten en Wim Sanders; ISBN 978 90 446 0957 8.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie