Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Nieuwe bloemlezingen van Günter Grass, Robert Gray en Anna Achmatova
' IK KENDE ELK PAD '
datum 02.11.2007
auteur Peter Wullen
rubriek Literatuur
De najaarsoogst van internationale poëziebloemlezingen bij Meulenhoff oogt indrukwekkend. In enkele weken tijd verschenen lijvige boekwerken met een zeer verscheiden keur van gedichten van de Russische dichteres Anna Achmatova, van de Duitse auteur en nobelprijswinnaar Günter Grass en van de Australische dichter en beeldend kunstenaar Robert Gray. Tijd om eens te grasduinen in meer dan achthonderd pagina’s internationale poëzie.
GRASSCHRIFT VAN GRAY

De Australische dichter Robert Gray werd in 1945 geboren in Coffs Harbour, een havenstad aan de Noordkust van New South Wales. De indrukwekkende landschappen van zijn geboortestreek vormen één van de belangrijkste thema’s van zijn poëzie en scherpten zijn interesse voor de schilderkunst. Na een vrij tragische jeugd, vader Gray vergooide het familiefortuin, bleef na zijn militaire dienstplicht tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘volledig en permanent gehandicapt’ en stortte zich tenslotte in de alcohol, verhuisde Gray in de jaren zestig naar Sydney, waar hij werkte voor tijdschriften, boekhandels en recamebureaus.
In 1973 debuteerde hij met de dichtbundel Creekwater Journal. Gray’s unieke talent werd vrijwel onmiddellijk erkend. Hij werd geprezen als een buitengewoon virtuoos dichter en een eigenzinnige 'imagist'. Les Murray, de peetvader van de Australische poëzie, schreef over de bundel: 'Mr Gray heeft een scherp oog, en de verbale vindingrijkheid die zo'n oog nodig heeft. Hij weet perfect gebruik te maken van een enkel beeld of een bijvoeglijk naamwoord en is in staat om in één woord of één zin een hele wereld van zintuiglijk bewustzijn op te roepen.'
Na Creekwater Journal volgden nog acht bundels en verschillende edities van zijn Selected Poems. Gray’s stijl wisselt af tussen korte en heldere haiku-achtige gedichten, zuivere natuurlyriek - het spel van water en licht in de haven van Sydney is een terugkerend thema in zijn poëzie en lange discursieve en verhalende gedichten, zoals het bekende ‘Flames and Dangling Wire' - het verslag van een bezoek aan een vuilnisbelt - of het gedicht Diptych waarin hij een ontluisterend portret schetst van zijn bejaarde ouders.

Terwijl het mijn vaders enige zorg leek te zijn er nooit uit te zien als een
        dronkaard
zolang zijn schoenen maar glommen.
Een dronkaard, voor hem, was iemand die de maniërismen van de
        gentleman
verloochende. De gentleman immers bestaat bij de gratie
van zijn stijl, daar herken je hem aan. Zijn eigen manieren waren, in
        zekere zin,
onberispelijk. Ik kan me niet voorstellen
dat iemand de etiquette nog kalmer en overstoorbaar in acht zou
        nemen. Bij hem
hadden manieren alle gevoelens opgeslokt.


'De dingen-zoals-ze-zijn zijn het mystieke,' schreef Gray in 'Een getuigenis'. 'Degenen die het diepst zoeken, komen weer bij het leven uit ... Bescheidenheid, daar is vooral behoefte aan. En aan het kunstwerk dat ons terugbrengt bij onze zinnen.' Robert Gray is één van de onbetwiste hedendaagse meesters van de Engelstalige poëzie. In de bloemlezing ‘Grasschrift’ zijn gedichten opgenomen uit de bundels ‘Creekwater Journal’ (1973), ‘Grass Script’ (1978), ‘The Skylight’ (1983), ‘Piano’ (1988), ‘Certain Things’ (1993), ‘Lineations’ (1996), ‘Afterimages’ (2002) en ‘Nameless Earth’ (2006).
De titel Grass Script of Grasschrift verwijst naar een Chinese kalligrafiestijl, het caoshu. Het gaat hem om teksten die als het ware in gras of met gras geschreven zijn, en die het midden houden tussen tekeningen en poëzie. De gedichten zijn tweetalig opgenomen, zowel de originele versies als de vertalingen van Maarten Elzinga zijn naast elkaar geplaatst zodat de lezer ze kan vergelijken. De bloemlezing werd bovendien opgeluisterd met de luchtige tekeningen van Gray zelf.

‘Rook van smeulende stammen…’

Rook van smeulende stammen en waaiende regen, buiten op de velden. De rollende
velden zijn lange grijze golven, ver weg op zee, onder de zwiepende regen. En de
donkere lijn van de bosrand, een menigte emigranten aan de reling.

OOGST VAN GRASS

Günter Grass is bij ons vooral bekend als prozaschrijver. Hij werd in 1927 geboren in Danzig en geldt als één van de grootste Duitse schrijvers uit de naoorlogse periode. In 1999 won hij voor zijn oeuvre de Nobelprijs Literatuur. Minder bekend is dat hij in vijftig jaar schrijverscarrière ook een pak gedichten schreef. Die gedichten werden ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de auteur in het Duits gebundeld onder de titel Lyrische Beute. De bloemlezing bevat gedichten, die Grass schreef tussen 1954 en 2007. Meulenhoff bracht de gedichten van Grass nu ook in het Nederlands uit onder de titel Oogst. Grass-kenner Jan Gielkens verzorgde de vertaling. Jammer dat voor dit mooie en omvangrijke boekwerk gekozen werd voor een zekere elementaire aanpak. We vonden geen duiding, geen annotaties en geen voor- of nawoord van de vertaler bij de soms moeilijke gedichten. Enkel een heel summiere verantwoording.

Gedoopt gepokt gevormd geschoold.
Ik speelde met scherven van bommen.
En groot geworden ben ik tussen
Heilige Geest en Hitlers portret.
In mijn oor bleven de scheepssirenes,
gesnoeide zinnen, geschreeuw tegen de wind,
een paar gaaf gebleven klokken, mondingsvuur,
een beetje Oostzee: blub, pfiet, pssj…


Grass is een politiek dichter, die in zijn poëzie meermaals verwijst naar politieke en sociale toestanden in het naoorlogse Duitsland en die de controverse niet schuwt. Hij creëerde vorig jaar beroering door toe te geven dat hij zelf ooit SS-lid was in de Tweede Wereldoorlog, een feit dat hij trouwens betreurt, zie zijn nieuwste bundel Dummer August (2007), waaruit in de bloemlezing eveneens enkele gedichten opgenomen werden.
Toch geldt hij nog steeds als het ‘moreel geweten’ van de Duitse natie en waarschuwt hij ook in zijn gedichten voor de gevaren van het nationaalsocialisme. Günter is een volledig kunstenaar. Als proza- en poëzieschrijver behaalde hij de hoogste roem, maar hij is evenzeer beeldhouwer, schilder en graficus. Oogst bevat een waardevol en merkwaardig poëtisch oeuvre, vol spitse humor en rake beschouwingen, dat de Grass-fans zeker zal kunnen bekoren. De bloemlezing bevat tevens persoonlijke tekeningen van de kunstenaar, die heel nauw aansluiten bij zijn poëtisch werk.

Omdat het bos
aan de mensen doodgaat
vluchten de sprookjes,
weet de klos niet
wie hij moet prikken,
kunnen de handen van het meisje,
die de vader heeft afgehakt,
geen enkele boom vastpakken,
blijft de derde wens ongezegd.

Niets is meer van Konig Lijsterbaard.
De kinderen kunnen niet meer verdwalen.
Geen getal zeven betekent meer dan zeven precies.

Omdat aan de mensen het bos stierf
lopen de sprookjes te voet naar de stad
en slecht af.


SNEEUWSTORM NOODLOT EN LIED VAN ACHMATOVA

Rusland-kenner en vertaler Hans Boland is dé Anna Achmatova-specialist van de Lage Landen. Van zijn hand verscheen bij Meulenhoff vorig jaar al de kleine en interessante bloemlezing Data om nooit te vergeten met een keur van gedichten van de belangrijkste Russische dichteres ooit. Die summiere bloemlezing werd intussen uitgebreid tot het lijvige boekwerk Sneeuwstorm, noodlot, lied dat een vollediger beeld geeft van de schrijfster. Het boek verschijnt erg compleet met annotities bij de gedichten, een kort hoofdstuk over het betekenis van de poëzie van Achmatova voor de wereldliteratuur en belangrijke data uit het leven van de auteur.
Om verschillende redenen werd het tijd voor een nieuwe bloemlezing’, schrijft Boland in zijn voorwoord. ‘De belangrijkste is de ordinaire constatering dat Achmatova hooguit nog antiquarisch te verkrijgen is. De tweede reden is gelegen in het feit dat er sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de liquidatie van de politieke censuur in Rusland zoveel nieuw materiaal van en over Achmatova is verschenen dat de oude bloemlezingen een nogal vertekend beeld van haar oeuvre dreigen te geven.’
Anna Andréjevna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa op 23 juni 1889 en overleed in Domodedowo bij Moskou op 5 maart 1966. De belangrijkste thema's van haar vroege werk zijn de liefde en het dichterschap. Later werk wordt gekenmerkt door melancholie en teleurstelling, vooral over de tragedie die de revolutie van 1917 in haar land aanrichtte.
Achmatova had een heel tragisch en dramatisch leven. Van 1910 tot 1918 was ze gehuwd met de dichter Nikolaj Goemiljov, die in 1921 door de communisten werd geëxecuteerd. Samen met hem en met de dichter Osip Mandelstam richtten ze in 1911 een literaire groep op onder de naam Akmeïsten, naar het Griekse woord 'akmé', dat top of hoogtepunt betekent. Deze stroming verzette zich vooral tegen de symbolistische stroming in de Russische dichtkunst. Tussen 1922 en 1940 publiceerde Achmatova onder druk van de autoriteiten geen eigen gedichten meer.
Vreemd is de haat/liefde verhouding die de dictator Stalin met haar had. Hij was het die haar dichtbundels uit de schappen van de uitgeverijen liet halen. Maar hij was ook onder de indruk van haar enorme populariteit bij de Russische bevolking en hij maakte daar handig gebruik van. Met de dichtbundel Uit Zes Boeken kon ze in 1940 tijdelijk terugkeren in de literatuur van de toenmalige Sovjet-Unie.
In 1941, toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen, liet Stalin haar het volk moed inspreken via de radio. Samen met haar collega-auteur Michaïl Zosjtsjenko werd ze op zijn persoonlijk bevel ontzet uit Leningrad om met een militair vliegtuig naar Moskou overgebracht te worden. Achmatova was zich heel bewust van haar macht over de dictator. Eén van haar bekendste en virulentste gedichten heet Voor de verdedigers van Stalin waarin ze heel vurig afrekent met haar verleden en met iedereen die de beruchte tiran na zijn dood nog durfde te vereren.

Het zijn zij, die ‘Barabbas!’ krijsten
Toen de landvoogd vergiffenis schonk;
Het zijn zij, die van Socrates eisten
Dat hij gif innam in zijn spelonk.

Die onnozele lasteraars zouden
Zelf zoiets moeten doen, gecharmeerd
Als zij zijn van de pijnbank. Zij houden
Erg van wezen – die branche liep gesmeerd.

25 oktober 1962, Moskou


Ook na de Tweede Wereldoorlog werd ze - onder meer door haar felle aanvallen op de partij-instanties - niet gespaard van de officiële communistische kritiek. Pas na het XXe partijcongres in 1956 kreeg ze weer de mogelijkheid om haar gedichten te publiceren. Aan het einde van haar leven werd ze genomineerd voor de Nobelprijs, die ze uiteindelijk nooit kreeg. Ze maakte ook enkele reizen naar het Westen, onder andere om een eredoctoraat van de Universiteit van Oxford in ontvangst te nemen en naar Taormina op Sicilië waar ze een spraakmakende ontmoeting had met de Duitse schrijfster Ingeborg Bachman. In die tijd verscheen ook haar laatste grote werk Epos zonder held.
De gedichten van Achmatova kunnen we nu dankzij de fraai uitgegeven bloemlezing Sneeuwstorm, noodlot, lied eindelijk uitgebreid in het Nederlands lezen. Vraag is wanneer we in het Nederlands ook een volwaardige bloemlezing krijgen dat andere monument van de Russische literatuur, haar mannelijke tegenhanger en tijdgenoot Osip Mandelstam? Want daar wachten we nog op.

Wij, Cassandra’s in Rusland geboren,
Hecuba’s – onze lippen bevroren –
Komen op in een zwijgende rei
Met een dreunende koorzang: wij tonen
Deze schande, die ons zal kronen.
Het inferno zijn wij voorbij.


(uit: Epos zonder held)



Günter Grass – ‘Oogst – gedichten 1954-2007’, vertaald door Jan Gielkens, J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2007; ISBN 978 90 290 7896 2.

Robert Gray – ‘Grasschrift’, samenstelling, vertaling en nawoord door Maarten Elzinga, J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2007; 978 90 290 7982 2.

Anna Achamatova – ‘Sneeuwstorm, noodlot, lied’, vertaald, samengesteld en geannoteerd door Hans Boland, J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2007; ISBN 978 90 290 7900 6.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie