Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Sara Peeters:
Sound Of Music en Klinkende Stad in Kortrijk
Luc Tuymans in het Fotomuseum en Zeno X - Antwerpen
Wesley Meuris op Artefact 2007
Artefact Festival 13-18/02/2007 - STUK Kunstencentrum Leuven
Over De Spectaculaire Stad - foto's van de toekomst
Documenta 12
SURVIVAL OF THE FITTEST
datum 18.10.2007
auteur Sara Peeters
Het is stralend weer op het laatste weekend van Documenta 12. Maar de zon heeft plaats moeten ruimen voor kunst. Véél kunst. Tijdens deze editie hebben maar liefst 750.000 cultuurliefhebbers de meer dan 500 kunstwerken bekeken van wel 113 kunstenaars.
Een snelle berekening wijst uit dat je in twee dagen tijd gemiddeld anderhalve minuut aandacht kan besteden per kunstwerk; rekening houdend met lunch- en plaspauzes. Maar met een chronometer moet je Documenta niet bezoeken, de catalogus is eerder een geschikt middel om de tentoonstelling door te komen. Ook de drie leitmotiven maken al één en het ander duidelijk, of net niet: Modernity? Life! en Education vormen de basis waarop de werken zijn geselecteerd.
De nadruk ligt op werk uit Zuid-Amerika, Afrika, Azië en Oost-Europa. Voor het eerst is er ook kunst uit vorige eeuwen te zien. De keuze van de kunstwerken is niet gebaseerd op commercieel succes, maar op de kunst zelf. Artistiek directeur Roger Buergel en hoofdcurator Ruth Noack hebben vooral een globale tentoonstelling willen maken. Het resultaat is een selectie van oude en nieuwe werken en kunstuitingen uit verschillende werelddelen bij elkaar. Met deze bonte mix wordt er getracht de bezoeker iets te laten ontdekken en te ervaren. Maar is dat niet de bedoeling van elke tentoonstelling?

Aue-Pavillon
Deze speciaal voor Documenta gebouwde kunstserre laat al meteen een chaos van werk op je los. Het is als een speeltuin waar je niet weet waar je eerst naartoe moet rennen. De foto’s van Guy Tillim trekken als eerste de aandacht. ‘Congo Democratic’ brengt de aanloop van de eerste verkiezingen sinds 40 jaar van president en parlement in beeld. Tegenover de foto’s hangt een gigantisch kiesformulier waar de 33 presidentiële kandidaten en wel 34000 kandidaten voor het parlement op genoteerd staan. Het toont de omvang van deze verkiezingen aan, in werkelijkheid was het vooral een hevige strijd tussen Kabila en Bemba. De beeldenserie van Tillim toont de stille momenten rondom het hele gebeuren. Ondanks het feit dat hij niet de kern van de situatie fotografeert, zitten de beelden er net heel dicht op.

Aan de andere zijde van de muur hangen speelse maskers van Romuald Hazoumé. Na enige observatie merk je op dat ze steeds opgebouwd zijn uit eenzelfde object: een jerrycan. Niet veel verder staat er een ander werk van deze West-afrikaanse kunstenaar. ‘Dream’ bestaat uit een gigantische foto van een idyllisch aandoend strand. Op de voorgrond staat een sloep die – eveneens – enkel uit olietanks is vervaardigd: "als teken van rouw voor alle gezinnen uit Afrika die niet weten waar de lichamen zijn van hun zonen die in bootjes illegaal naar Europa vertrokken". Terwijl westerlingen op zoek gaan naar zulke idyllische plaatsen om de Robinson uit te hangen, geeft ‘Dream’ een niet te mis verstane boodschap aan.
Verder dwalend doorheen het paviljoen bots je op verscheidene vezelplaten kubussen van Charlotte Posenenske. Het vreemdsoortige object heeft een aantrekkingskracht op veel bezoekers, want men loopt er massaal in en uit. Iedereen lijkt op zoek te gaan naar een rustpunt, naar een lege plek. En er zijn meerdere kunstenaars die hun werk in het paviljoen mochten rondstrooien: modernistische, abstracte objecten van John McCracken staan verspreid, al lijken deze werken zelf het noorden kwijt. Zijn vrolijk gekleurde schilderijen uit de jaren ’70 hebben meer flower power in zich dan een doorsnee Woodstockganger. Samen met Poul Gernes’ ‘Target Paintings’ vormen ze een soort onverstaanbare rode draad. De 1001 Chinese stoelen van Ai Weiwei zijn daarentegen een pak aangenamer én functioneel. Over de hele Documenta vormen ze aangename rustpunten.
Halverwege de route doorheen het paviljoen, vallen de lange panoramische tekeningen van Lu Hao op. Op traditionele wijze registreerde hij Peking en de zware ingrepen die de stad kent voor de aankomende Olympische Spelen in 2008. Delen van de stad werden ontruimd om er plaats te maken voor grootse gebouwen. Met inkt tekende hij Peking erg gedetailleerd op zijden papier. Zijn verontwaardiging over de feiten schreeuwt hij niet uit, maar tracht dit via deze louterende werkwijze kwijt te raken.
Vlakbij bevindt zich het treffende drieluik van Xie Naning. Hier moeten je ogen wennen aan de donkerte van de beelden. Het lijken foto’s, maar het zijn schilderijen. De zwaar onderbelichte beelden onthullen weinig. Het is alsof je via een nachtkijker observeert. De link met vluchten en een aan diggelen geslagen ‘Dream’ is snel gelegd.

Minder onheilspellend, maar toch erg bevreemdend zijn de grote doeken van Monika Baer. Deze Duitse kunstenares balanceert op het randje van kitsch doordat zij romantische en surreële elementen met elkaar verweeft. Uit haar lyrische droomlandschappen verschijnen af en toe realistische vormen: gezichten en bloemenslingers zweven door de lucht.
Verder zijn er nog de tuinfoto’s van Martha Rosler die in een hoekje zijn geduwd. Zoe leonard krijgt daarentegen een hele ruimte om haar typologieën te tonen. ‘Analogue 1998-2007’ toont thema’s als handel en globalisatie aan de hand van documentaire foto’s. Maar het fascineert niet. Ondanks het hedendaagse thema, is de uitwerking niet van vandaag. Dit soort typologieën doet denken aan de wijze waarop het koppel Bernd en Hilla veertig jaar geleden industriële architectuur fotografeerden.

Neue Galerie
In dit gebouw komen vrijwel alle thema's aan bod. De donkere benauwde ruimtes zetten echter aan tot een versnelde looppas. Maar de subtiele tekeningen en foto’s van Nasreen Mohamedi vragen om een zenmoment. Deze werkjes dateren van 1980, maar het voelt eerder tijdloos aan. Even aandoenlijk zijn de tekeningen van Nedko Solakov die 99 angsten toont. De Bulgaarse kunstenaar brengt op een poëtische en subtiele wijze de vreemdste angstige wezens in beeld. Een eerste tekening krijgt volgende ondertiteling: 'A little fear was trying to do his job – spreading fear vibes all around. Unfortunately no one got affected just because there was nobody around “Sometimes it is pretty scary to be alone” said the little fear to himself and slowed down a bit'. Elke tekening gaat gepaard met een onderschrift, en net dat maakt het erg charmant. Dit werk past perfect in de donkere kleine kamer, hier horen ze thuis.
Ibon Aranberri’s 46 ingekaderde foto’s staan onhandig op de grond geplaatst, alsof ze er maar tijdelijk een onderkomen hebben gevonden. Er is op het eerste zicht geen eenheid te bespeuren doordat de kaders verschillende formaten en kleuren hebben. Maar de foto’s tonen wel allemaal hydraulische elektriciteitscentrales. De indrukwekkende bouwsels zijn gebouwd in Spanje sinds 1950 tot heden. Maar de meerderheid van de beelden komen niet tot hun recht omdat ze niet tegen de muur hangen. ‘Política Hidráulica’ (2003-2007) is een aanklacht tegen het brute technologische geweld, tegen het verlangen de natuur naar de hand te zetten. Deze luchtfoto’s tonen volgens hem ‘Monuments of failure’.

Wat verder bevinden zich enkele foto’s van Louise Lawler. Zij staat bekend voor haar foto’s van kunstwerken en hun leven in de huizen van collectioneurs, musea en stockageruimtes. Binnen de traditie van de Appropriation Art van de jaren ’80 en ‘90 eigent zij zich de kunst van anderen toe door ze te fotograferen. Op die wijze heeft het overbekende werk geen authentieke status meer. Bij de installatie van Aranberri krijg je het gevoel een stockageplaats binnen te lopen, Lawler geeft met haar foto’s ook een beeld achter de schermen. Het resultaat zijn iconische ingetogen foto’s die het kunstwerk blootstelt op momenten dat het zich niet van haar beste kant laat zien.
Subtiliteit en ingetogenheid zijn echter ver te zoeken bij Churchill Madikida die van de donkere ruimte gebruik gemaakt heeft om ‘Status’ neer te poten. De Halloweengeesten zijn hier al neergestreken, en ze zijn met velen. Doodskisten, kaarsen en een algemene over the top theatraliteit is hier al wat de klok slaat. De installatie kaart het HIV/AIDS virus aan. Tegen de muren hangen foto’s die op microscopische schaal het virus tonen. Het geheel is grotesk en balanceert stevig op de grens van grote kitsch. Volgens de kunstenaar is het een ode aan zowel de doden als de levenden…

Documenta-Halle
Het contrast tussen de kleine kamers van de Neue Galerie en de ruime Documenta-Halle is groot. Installaties staan door elkaar en het is niet meteen duidelijk welk object bij welke kunstenaar hoort. Achteraan bevindt zich de veelbesproken opgezette giraffe van de Oostenrijker Peter Friedl. Dit dier is afkomstig uit de enige dierentuin op de Westelijke Jordaanoever. Tijdens Israëlische aanvallen in 2002 schrok het dier zo erg dat het verdwaasd tegen een balk liep en stierf. Friedl zette het dier op. Zijn intentie was om de stereotiepe beelden van de onrusten uit het Midden-Oosten te doorbreken met een atypisch beeld.
In een vaag verlichte loods staat de ‘Phantom Truck’ van de Spaanse kunstenaar Iñigo Manglano-Ovalle. De truck is een kopie van een werkelijk bestaande Iraakse legertruck. Deze truck was het bewijs dat Irak bezig was met de ontwikkeling van biologische wapens. Maar dit - naast andere ‘bewijzen’ om Irak binnen te vallen - bleken pure nonsens te zijn.
'The Radio' gaat daar verder op in. De kleine radio en de helrode ramen spelen met de zintuigen van de toeschouwer. Het doet nadenken over hoe we informatie ontvangen en verzenden. Opmerkelijk is het gigantische tapijt uit Iran (circa 1800) met een tekening die een tuin in volle bloei voorstelt. Daar tegenover hangen tekeningen van Jürgen Stollhans in koele bruine tinten. Nog wat verder steken de byzantijnse boterhammen van Anatoli Osmolovsky af tegen de felle blauwe muur.
Deze hal gonst van de symbolen en politieke inslagen, met in het midden de installatie ‘Relax, it’s only a ghost’ van Cosima Von Bonin, waar vliegende varkens nog niet zo vreemd lijken. Het werk slaat een fantasierijk gat in deze Documenta Halle.

Museum Fridericianum
Zoals in Aue-Pavillon, valt ook in dit classicistische museum de combinatie op van conceptueel abstracte geometrische kunst uit de jaren ’70 met hedendaagse kunst. Ook hier komen we McCracken tegen en worden we getrakteerd op werk van Gernes.
In een overvolle zaal op de eerste verdieping staat performancekunst van de jaren ’60 en ’70 tegenover eigentijdse performancevideo’s. De Tsjechische Jirí Kovanda valt op met zijn charmante ingrepen die hij ondernam in 1976. Een dertigtal foto’s zijn het bewijsmateriaal van even zoveel acties. Hij raakte op straat toevallige voorbijgangers aan, hij wachtte op een telefoontje, hij sprak met mensen af en liep dan snel weg… Deze minimale handelingen werden nauwelijks opgemerkt, enkel de kunstenaar zelf wist dat hij kunst maakte. In de nabijheid is de bekende reeks ‘The Bowery in two inadequate descriptive systems’ van Martha Rosler te zien. Zij refereert naar alcoholisme en daklozen in de straten van Manhattan en doet dit door foto met tekst te combineren. De foto’s tonen een verloederde buurt. Er zijn geen mensen te zien, enkel de sporen die ze hebben achtergelaten. De poëtische omschrijvingen over alcoholisme staan in schril contrast met de beelden. In een video breng Lotty Rosenfeld markeringen aan in de straten van Santiago de Chile. Ook in Kassel zelf bracht ze markeringen aan op straat. Maar deze waren al per ongeluk verwijderd voor Documenta begon…

De Nederlandse Lidwien van de Ven kreeg een hele ruimte ter beschikking voor haar foto’s. In ‘Document’ toont ze de politieke en sociale ontwikkelingen van zowel in het Midden-Oosten als in Europa. Politiek en religie zijn vandaag meer dan ooit met elkaar vermengd. Actualiteiten zoals de Deense cartoonrel, de verhitte discussie rond de hoofddoek en het Israelische Palestijnse conflict worden in beeld gebracht. Grote foto’s zijn als posters op de muur gekleefd. Tijdens de 100 dagen van Documenta is de volgorde steeds veranderd: de foto’s werden wit geschilderd en nieuwe werden daarbovenop aangebracht. De gelaagdheid – zowel letterlijk als figuurlijk – is moeilijk te lezen. Zoals Guy Tillim gaat zij niet in het midden van de actie staan, maar beleeft ze de gebeurtenissen van op een afstand. Maar de foto’s zelf zijn zwijgzaam, als toeschouwer is het zoeken naar aanwijzingen. Het grote formaat van de foto’s maakt dat je het hele beeld kan aftasten naar tips om het beter te begrijpen. Maar een gedeeltelijke visuele blindheid blijft echter bestaan: vele foto’s bevinden zich achter die witte laag verf en er schemert nog weinig van het beeld door. Van de Ven verwijst hiermee naar de niet volledig te vervatten politieke situatie.

Schloss Wilhelmshöhe
In het bombastische historische museum is het vooral de vaste collectie die de aandacht eist. Buiten springt het rijstveld van de Thaise kunstenaar Sakarin Krue-On in het oog. Maar net zoals de rode zee van papavers voor het Fridericianum, is er niet veel van te zien op het laatste weekend van de Documenta.
Maar het hoogtepunt zijn de foto’s van Allan Sekula. Redelijk mentaal afgepeigerd na twee dagen kunst bekijken, vraagt deze laatste installatie ook nog eens een zware lichamelijke inspanning. Van alle kunstenaars heeft Sekula de meest moeilijk te bereiken plaats van Kassel gekozen: ‘Shipwreck and Workers’ bevindt zich aan de trappen voor het groteske Hercules monument. Zelf noemt hij het een ‘Portable and temporary monument for labour’. Het is een ode aan de monumentale publieke sculptuur die sinds de 20ste eeuw uit het straatbeeld verdwenen is. De fotograaf toont in de foto's de twee oervormen van arbeid: het verzorgen van kinderen en het begraven van de doden. De felle oranje constructies waarop de beelden bevestigd zijn, staan als sirenes op de heuvel te loeien. Best indrukwekkend.


Het abstracte karakter van de drie leitmotiven maakt dat de antwoorden vaag gebleven zijn, of zelfs onbeantwoord. Elk gebouw, en vooral Aue-Pavillon kent een gebrek aan bindende factoren. De puur formele vergelijkingen en associaties tussen de kunstwerken bestaan niet uit voldoende lijm om het geheel bij elkaar te houden. De kleine en bescheiden werken verdwijnen vaak in het onzichtbare. Nieuwe media hebben nauwelijks een plaats gekregen. Maar ondanks alles zijn voorgaande kunstwerken en kunstenaars toch in het hoofd blijven hangen en vond er af en toe toch een ‘wauw’ moment plaats, hélemaal tevergeefs is het dus niet geweest.


NOTEN
Gezien op 22 en 23 september 2007.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie