Zoals in zijn vorige stukken, onder andere 'In spite of wishing and wanting', gebruikt Vandekeybus ook nu weer een combinatie van muziek, dans, woord en film.
De muziek is speciaal voor dit stuk gecomponeerd door Marc Ribot, een Amerikaanse gitarist die onder meer samengewerkt heeft met Tom Waits, John Lurie, Elvis Costello, enz. Tijdens de repetities werd er gedanst op reeds bestaande muziek van Ribot, niemand wist op voorhand hoe de combinatie dans-muziek zou uitdraaien. Ribot woonde dan tijdens het wordingsproces enkele repetities bij en creëerde zo geleidelijk de muziek. Dit zorgde ervoor dat muziek en dans enorm op elkaar afgestemd zijn. De muziek creëert een soort sfeer waardoor de dans nog intenser wordt. De voorstelling die ik gaan bekijken ben, in de Hallen van Schaarbeek, was één van de enige voorstellingen die live begeleid werd door Ribot en enkele muzikanten, wat natuurlijk nog meer bijdraagt tot die speciale sfeer.
Tijdens de voorstelling worden twee stukken film vertoond, geregisseerd door Vandekeybus, met onder andere Damiaan De Schrijver (Stan) en Ina Geerts. Deze stukken film passen perfect in het stuk en roepen eveneens een aparte sfeer op. Het eerste stuk film toont een vrouw die aan het bevallen is, het tweede een oude man die aan het sterven is. De film is eigenlijk de enige echte concrete, vatbare uitdrukking van de thema's waarrond de voorstelling draait. Zoals het programmaboekje vermeldt zijn de geboorte en de dood de twee thema's waar we het minst over weten en dat onbegrip, dat niet-weten wordt dan ook uitgedrukt in de film. De tijd tussen geboorte en dood, de 'rest' wordt uitgedrukt in de voorstelling zelf.
De dansstukken tonen een voortdurende zoektocht naar het omgaan met je lichaam. Er komt naar goede traditie weer veel grond-, zweef-, vliegwerk en lichamelijk contact aan te pas. Het stuk word gedanst door 3 vrouwen en 8 mannen, waaronder Vandekeybus zelf.
Het décor, een aantal opgehangen haken, waar de dansers in het begin en ook gedurende de voorstelling op alle mogelijke manieren aan hangen, straalt eveneens een zekere symboliek uit. Als een danser aan zo'n haak hangt ziet hij er levensloos uit, maar enkele ogenblikken later laat hij zich op de grond vallen waar hij bij wijze van spreken weer tot leven komt. Op het einde van het stuk kruipen de dansers al hangend uit hun kleren en verlaten ze naakt de scène. Alleen hun kleren hangen dan nog aan de haken. Alweer een symbolisch element.
Misschien is het jammer dat Vandekeybus het niet heeft gehouden bij symbolische elementen zoals het décor, de film, de manier van dansen, maar dat hij absoluut tekst wilde verwerken in dit stuk. Ik begreep de teksten vaak niet en vooral niet wat ze er eigenlijk toe deden. Voor mij boden de teksten geen meerwaarde bij het stuk, integendeel ze waren soms eerder een bron van ergernis.
Globaal gezien vond ik het een sterke voorstelling, waarbij vooral de prachtige muziek, de dans in echte Vandekeybus-stijl en de twee zeer sterke stukken film mij zullen bijblijven.
Ik ben benieuwd naar zijn volgende creatie...
Bron: programmaboekje 'Inasmuch as life is borrowed... '






