“Een voorstelling over alle dingen die voorbij gaan”, zo kondigt het programmablaadje aan. Da’k u nie vast kan houden opent met een compleet lege scène die langzaam wordt opgevuld door de vier acteurs, elk met een opblaasbaar zwembadje. De voorbereidingen worden getroffen voor een zomers luilekkernamiddagje in de tuin. Deze lange tekstloze proloog zet de toon die ook in het verdere verloop van de voorstelling wordt aangehouden: pittig, komisch en licht absurdistisch. De humor, in zowel tekst als bewegingen, is het bindmiddel bij uitstek van dit stuk. Wanneer de vier personages zich in hun dagdagelijkse kledij met badmuts erbovenop in het plonsbad storten gaat het tempo de hoogte in.
De opeenvolgende scènes die de rest van het stuk uitmaken blijven erg los van elkaar staan. Er is nauwelijks interne samenhang, waardoor een poging om een diepere betekenis te zoeken in het stuk erg onnatuurlijk lijkt, haast in strijd met het wezen ervan. De personages zjin zelf constant op zoek naar doelen in het leven, naar houvast, in hun eigen zwembadje, in dat van anderen of ergens tussenin.
Het viertal bereikt een mooi evenwicht door in een voldoende homogene acteerstijl de individuele accenten van ieder acteur volwaardig te laten openbloeien. Michiel Bral komt op dat vlak het beste uit de verf door zijn geslaagde vertolking van de onbeholpenheid van zijn personage, ondersteund door een schitterende mimiek.
Onder andere de nummers Als ik je morgen ergens tegenkom (Els De Schepper), Twee meisjes op het strand (Raymond van het Groenewoud) en het Suske en Wiske-album De dulle griet komen meermaals terug in de voorstelling. Ze vallen echter te weinig met elkaar in verband te brengen om enig ruimer kader te laten oplichten waarin de voorstelling kan worden gezien. Deze zeer concrete elementen missen wat het hele stuk ook mist: een gemeenschappelijke noemer, een skelet dat de verschillende onderdelen een lichaam laat worden. Zonder sterke ruggengraat blijft Da’k u nie vast kan houden vooral lichtvoetig freewheelen, schijnbaar zonder zich veel vragen te stellen. Het voordeel van dit zorgeloze luieren is wel dat het een forum biedt voor heel wat leuke regievondsten die hier, zonder ze te etaleren, ook zeer goed worden uitgewerkt en daardoor het stuk boeiend houden.
Het gebrek aan diepgang in Da’k u nie vast kan houden vloeit niet voort uit een gebrek aan talent bij de makers. Mogelijk kampen deze vier personages simpelweg met een onvermogen tot diepgang. Hun doel is zinloos, zin is doelloos. Ze raken niet verder in het leven dan maar wat rond te ploeteren in het ondiepe water van hun zwembadje, dat net voldoende water bevat om wat te spetteren maar niet om werkelijk ergens heen te zwemmen, laat staan om ergens aan te komen. Misschien willen ze dat ook niet. De angst voor de open zee is te groot, het water te diep. Boeiende thematiek, mooi beeld, maar Da’k u nie vast kan houden is geen Beckett of Ionesco: het schiet als stuk op zich tekort om theatraal te bevredigen.
Gezien op 22/06/2007 in Kunstencentrum België (Hasselt)






