Dat kijken gebeurt vanuit een tweede kubus die de danserskubus omvat, door evenveel gaatjes als er toeschouwers zijn. Het is een tegelijk een pro-actief en individualistisch gebeuren, ook al omdat niks of niemand je in de stikdonkere ruimte kan afleiden van wat je doet als kijker. Pro-actief, want om te beginnen kan je als toeschouwer zelf je kijkkwaliteit bepalen: je in het stikdonker een voyeur wanen tussen veertig andere onzichtbaar aanwezige voyeurs of teruggrijpen naar een kinderlijk kijken door het aangeboden dispositief – een soort kijkhoorn die doet denken aan de luisterhoorn van een hardhorend stripfiguur – te gebruiken als een kaleidoscoop waarvan je naar believen de inhoud kan verschudden en zo steeds nieuwe wonderlijke patronen ontdekt.
Aanvankelijk irriteert die kijkhoorn want je krijgt nooit overzicht op wat er in de danserskubus gebeurt. Pas als ik mijn ingesleten kijkverwachtingen opzijzet en me verzoen met mijn ingeperkte visuele horizon gaat er een poëtische wereld van detail open. Je beseft dat je actief je blik kan sturen - je kijker kan laten dansen - naar een stukje romp bijvoorbeeld die plots geen romp meer is maar een bewegend lijnenspel van spieren en ribben. Je kan de grenzen van de voorstelling aftasten door naar het uiterste puntje van een danserslichaam te gaan, en de beweging van een vingertop te volgen, een levend koraal in een onderwaterflora. Of je kan wat spanning inbouwen door koppig in te zoomen naast de lichamen en af te wachten wat wanneer in het vizier verschijnt.
De choreografie die zich in de binnenste kubus afwikkelt maakt het kijken net niet té moeilijk, je vindt de dansers telkens makkelijk terug in hun langzame improvisatie van spiraalbewegingen en buigingen, soms dicht bij jouw kijkgat, soms verder weg. De dansers evolueren van verstrengeling naar afstand van elkaar zonder echter ooit de overlapping met een stukje lichaam te verliezen. Een zinderende basso continuo verbindt de ruimte van de dansers met die van de toeschouwer. Die staat erbuiten maar toch zit er middenin. Hij is toeschouwer maar neemt actief deel. Hij maakt deel uit van een groepsgebeuren maar niemand kijkt op zijn manier. Ook letterlijk verliest hij zijn gewone perspectief want omdat er maar met één oog kan gekeken worden valt het dieptezicht weg en lijkt het soms of je naar een bewegend schilderij kijkt.
De snelheid en efficiëntie waarmee Benjamin Vandewalle en Vincenzo Carta geijkte kijkpatronen zonder hoogtechnologische middelen onderuithalen maakt indruk. Een vraag waarvoor je wel op je honger blijft is hoe het voor hen was. Het effect van hun tiendaagse isolatie-experiment valt namelijk niet meteen af te leiden uit hun dans. die kan alleen maar ingeschat worden via de impact op mijn rol als toeschouwer. Of was ik gewoon te zeer verdiept in mijn eigen spel?

Choreografie en dans: Vincenzo Carta & Benjamin Vandewalle /Muziek: Michael Northam
Productie: We Go
Uitvoerend producent : Monty






