De Poëziezomer van Watou beloofde haar bezoekers “hedendaagse beeldende kunst, poëzie en architectuur in vijf a-museale locaties binnen en buiten het dorpscentrum”. Interessant woordje, “a-museaal”. Hoewel de vijf locaties drie seizoenen per jaar inderdaad niet als tentoonstellingsruimte dienen, maakt hen dat niet noodzakelijk “on-museumig”. Ook in Watou heb je witte muren en naamplaatjes, schuchtere bezoekers en geduldige suppoosten. Bij momenten had ik er zelfs een groter museumgevoel dan tijdens een recent bezoek aan het Brusselse BOZAR waar een ondoordachte opbouw ervoor zorgde dat bepaalde werken in elkaars vaarwater kwamen. Wat mij betreft is een museum een plaats waarop fysiek, visueel en auditief ruimte wordt gemaakt. Alsof een hand nieuwsgierige omstaanders dichterbij wenkt of net een beetje achteruit duwt. Watou is op dat vlak bijzonder gul. Het feit alleen al dat je naar de verschillende locaties moet toestappen en er deurklinken moet omdraaien laat je in alle sereniteit op zoek gaan naar wat je wil voelen. Rustpauzes worden willens nillens ingelast – en die beweging wordt nog eens herhaald op de locaties zelf. Zo werden gedichten vaker wel dan niet gepresenteerd achter één of twee luiken. De sober zwarte woorden schermden zich af van te fel daglicht en te nonchalante blikken. Versregels werden dan ook nooit per ongeluk gezien, maar altijd bewust gezocht en bekeken. Waarna de cadeauverpakking zorgvuldig werd toegeplakt. Enkel de stem van Dirk Roofthooft bracht de poëzie naar je toe voor je er zelf naar tastte.
De Douviehoeve was voor mij één van de toplocaties dit jaar. De eclectische mix van kunstenaars zou gemakkelijk kunnen zijn gestrand in een onverstaanbare kakofonie, maar werkte perfect. De verschillende kamers en hoeken van de hoeve werden meesterlijk benut, op een manier die elk visueel beeld en elke frase respecteerde. Een subtiel juweeltje zoals “Tide Table” werd geprojecteerd op een boogscheut van brutale werken als “Reconstruction” van Anno Dijkstra en “Stoning the Refridgerator” van Jimmie Durham zonder dat de werken elkaar voor de voeten liepen. Ook de Grenslandlocatie was een schot in de roos. Zoals de hoeve het tankstation van Job Koelewijn heeft, kan Grensland uitpakken met de discoballen van Armleder en een reeks pianowerken. Fenomenale visioenen, indrukwekkend en toch uitermate bereikbaar.
De minzame matigheid van de hoeve en Grensland miste ik dan weer op de andere locaties van de Poëziezomer. In het Douviehuis kwamen enkel “The American Desert” van Mungo Thomas en “Deeparture” van Mircea Cantor hard aan. Het ene zinderend warm, het andere glibberig koud, maar allebei ijzersterke beelden van leegte en tintelende spanning. Andere werken werden te snel na en te dicht naast elkaar afgevuurd, zodat de “noise” die dit jaar werd geafficheerd zich van zijn slechtste kant toonde. In het voorwoord van Gwy Mandelinck op de eerste pagina’s van de catalogus stelt hij dat goede poëzie “nooit luidruchtig is”. Die woorden vatten mooi samen wat er bij de teleurstellende werken fout liep. Het zwarte wandtapijt van Liesbeth Abbenes, bijvoorbeeld, trok de aandacht wel maar kon haar aanwezigheid niet verantwoorden. Een microfoon en flashy gele kleuren vallen op, sowieso, maar uit een grote mond komt vaak weinig zinnigs. De werken in de Brouwerij en de Kerk waren te toegankelijk opgesteld naar mijn smaak; bovendien werd het unieke karakter van de locaties te weinig benut. De zoemende magie die ik voelde in de hoeve werd hier water zonder prik. Aangenaam en mooi, maar ook een beetje vlak.
Watou verdient mateloze bewondering voor de manier waarop het internationale en nationale artiesten verenigt in een evenement dat bescheiden kleinschalig blijft (wie even kijkt naar de laatste bladzijden van de catalogus, ziet er een overzicht van de aandoenlijk lokale sponsors). De editie van 2007 was geen onverdeeld succes, maar bood genoeg ontroerend mooie momenten om de reputatie van het evenement hoog te houden. Zij die er dit jaar niet bij waren hadden ongelijk en hebben er een stimulans bij om volgend jaar wel de verre trek naar het westen te maken.
www.poëziezomerswatou.be






