Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bram De Cock:
Hamlet van Piet Arfeuille in HETPALEIS
Wolfskers van Toneelhuis
Abattoir Fermé speelt Hard Boiled
Mightysociety 4
PRIKKELEND POLITIEK THEATER VOORBIJ GOED EN KWAAD?
datum 03.09.2007
auteur Bram De Cock
rubriek Podium
Mightysociety is een ambitieuze cyclus van tien voorstellingen die worden geschreven door de spraakmakende Nederlandse theatermaker Eric de Vroedt (1972). De kaarten liggen open en bloot op de website van de Vroedt zelf: “Geen klassiekers of kunst om de kunst, maar nieuw geëngageerd theater over brandende actuele kwesties. Het schreeuwerige pamflet uit de jaren zeventig voorbij, maar wel met twee voeten midden in de wereld.”


Pamflettair is deze vierde voorstelling over globalisering inderdaad niet, wat niet betekent dat ze geen stelling inneemt. Dat die stelling bovendien verpakt wordt in een expliciete en heldere boodschap weet de Vroedt zelfs terug aanvaardbaar te maken. Dat komt omdat De Vroedt als kind van deze tijd en als erfgenaam van een postideologisch legaat overigens zo hoffelijk is, dat de argeloze toeschouwer niet met een slecht geweten naar huis wordt geschopt, noch de les wordt gespeld. Lekker ouderwets is hij dan weer wel in de etalering van stereotype personages (de homofiele zoon, de gewetenloze ondernemer, de hypocriete en hautaine politica, de ontslagen werknemer en de weinig weerbare huisvrouw) en in zijn dialectische schriftuur gebaseerd op een afwisseling van theses en antitheses. Maar net door die lichtjes didactische aanpak, omgezet in snedige en puntige dialogen, krijgt het stuk wel juist veel vaart en diepgang.

Mightysociety4 onderzoekt, kort samengevat, hoe het eenvoudige streven naar geluk van gewone mensen van de één op de andere dag door de abstracte en ontmenselijkte spelregels van de kapitalistische wereldeconomie kan worden teniet gedaan. Het verhaal en de maatschappelijke context zijn uit het leven en de actualiteit gegrepen; de voorstelling leest haast als een krant.

Op podium is een doorkijkwoonkamer met duur ogend design nagebouwd. De plaats van handeling voor een steenrijke bedrijfsleider met zijn oudere vriendin die europarlementarier is en haar nichterige zoon die verveeld de iets te makke onderzoeksjournalist uithangt. Maar zijn rol blijkt naderhand eerder geïnspireerd door een moeder-zoonconflict dan door een oprechte bekommernis om het leed en de kuiperijen in de wereld, waarin zijn pleegvader een vermeend schurkerig aandeel heeft. Wat er precies is gebeurd wordt duidelijk wanneer een ander koppel op uitnodiging van de zoon aanklopt en de zorgeloze schijnwereld van het high society koppel op zijn kop zet. De gasten zijn slachtoffers van de ondernemer: een ontslagen en gekleineerde boekhouder en diens even ongelukkige vrouw.

Zij komen en ze blijven. Hun enige doel is wraak voor het onrecht dat hen werd aangedaan, want door delocalisering naar China van een aantal activiteiten van het bedrijf van de ondernemer werd de boekhouder ontslagen. Wat volgt is een bitsige discussie waarin beide partijen hun argumenten voor hun handelen in de strijd gooien en waarbij de ondernemer uiteindelijk het onderspit moet delven. Hij moet hangen ook al weet de Vroedt hier en daar wat sympathie op te wekken voor zijn positie en dat is interessant. Hoe zou jij op die stoel met die “ondeelbare” eindverantwoordelijkheid omgaan? lijk je constant te denken. Hoe de plot werkelijk in elkaar zit –de beide koppels zijn onderling ook niet altijd even open en eerlijk geweest voor elkaar- moet de lezer zelf maar ontdekken anders is een deel van het kijkplezier vergald. De geheimenissen openbaren is ook maar een deel van het verhaal. Wat wil de Vroedt zeggen? Neemt hij een standpunt in en zo ja, wat vindt de toeschouwer ervan? Daar ligt de waarde van Mightysociety4.



De sterkte ligt in het exposé van de problematiek. Vanuit een derdepersoonsperspectief laat de Vroedt de wisselende standpunten van slachtoffer en dader zien waarbij even vaak de rollen worden omgedraaid. Zo krijg je de indruk dat iedereen wel zijn legitieme redenen heeft om te handelen. Het lijkt alsof de Vroedt vraagt aan de toeschouwer om zelf te bepalen wie nu wel of niet gelijk heeft, wie nu het eigenlijke slachtoffer of dader is. Tot op een bepaald moment de relativiserende dooddoener valt waarmee ook het publiek wordt wakker geschud: “We hebben allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid”. Daar zou de kous mee af kunnen zijn, ware het niet dat de Vroedt de finale afwikkeling toch op een hoger ethisch plan weet te tillen. Wanneer de ontslagen boekhouder na een grimmiger wordend verbaal steekspel overgaat tot een gewelddadige gijzeling –denk hierbij aan gelijkaardige verhaallijnen in films zoals The Edukators of Funny Games- luidt zijn geparafraseerd eindoordeel omtrent zijn ex-werkgever: “Ik wou alleen maar als een mens behandeld worden en niet als een nummer of een misbaar deelproces van je bedrijfsvoering”.

Die stelling past in een linksliberaal discours en is tegelijk het credo van ons Westeuropees sociaal gecorrigeerd marktdenken geworden waarin schuld en geweten met gepaste munt kunnen worden afgekocht. Massale afdankingen worden door de band ethisch opgelost door met fenomenale gouden handdrukken en andere sociaal aanvaardbare uitdoofscenario’s te zwaaien. Bedrijfsleiders weten als geen ander wat de gemiddelde mens uiteindelijk in deze wereld wil: geld. Of is er meer? De Vroedt doorprikt deze ééndimensionale ultraliberale visie door slachtoffers op te voeren die opkomen voor het recht op menselijke waardigheid en het recht op bestaanszekerheid. Daarmee legt hij ook de vinger op de wonde van de grootste uitdaging van deze tijd en dat is de vraag hoe we de mensen het tweede kunnen blijven garanderen zonder aan het eerste te raken. Een vraag waarop het antwoord inderdaad steunt op een gedeelde verantwoordelijkheid van politici, bedrijfsleiders en de gewone man zelf.

De zwaktes van het stuk, dat in zich de potentie draagt om een sterke, hedendaagse tragedie te zijn, zetten evenwel een rem op het enthousiasme voor zoveel durf en betrokkenheid van de maker. Het slaat snel om in overmoed. Ten eerste gebruikt de Vroedt een retorische truuk die aan geloofwaardigheid inboet. Heel het stuk vertrekt vanuit het leven en opeens wordt for the sake of the argument een fictief-metaforisch element als deus ex machina ingevoegd. Dat is één van die geheimpjes: de boekhouder heeft zijn ontslag niet afgewacht en heeft twee jaar werkverzuim gepleegd toen de eerste reorganisaties zich aankondigden. Niemand van zijn collega’s had zogezegd iets opgemerkt. Twee jaar? Dat wil ik wel nog eens zien. Maar goed, het ondersteunt de Vroedt zijn boodschap om meer menselijkheid in de bedrijfswereld en dat mag dan wel weer.
Ten tweede is de overdaad aan thema’s die de Vroedt in zijn meterslange tekst heeft geweven een harde noot om kraken. Globalisering, delocalisering, corruptie, zoon-moedercomplexen, de kloof tussen politiek en burger, voyeurisme en staaltjes van neerbuigende kleinburgerlijke hypocrisie laten achteraf je hoofd nog lang tollen.

Niet in de laatste plaats rommelt ook heel het katalysatorgegeven van de mager uitgewerkte psychologische dimensie van het zoon-moederconflict. Zoon wil moeder een hak zetten door de pleegvader te vernietigen. Je krijgt de indruk dat het een dimensie is zonder dewelke de rest van de actie helemaal niet aan slagkracht zou inboeten, wel integendeel, het zou allicht de belangrijke politieke dimensie van het verhaal iets meer ademruimte geven.

De slungelige zoon loopt er uiteindelijk als een slap afkooksel van Hamlet voortdurend verweesd en overbodig bij. En je zou voor minder. Zijn rol op scène wordt namelijk verder ontdubbeld enerzijds, in een soort van Chinese mimespeler in geësthetiseerde tussenspelen en anderzijds, in een cameraman die de actie registreert en de betrokkenen ondervraagt. Door het gesuggereerde dwepen met de Chinese mime lijkt de Vroedt de hypocrisie van het Westerse exotisme ten aanzien van China te willen bekritiseren. Genieten van Chinese cultuur maar ondertussen profiteren van de lageloonarbeid. Kunst als goed geweten? Daar zit iets in ware het niet dat het overbodig is voor de vaart en de focus van het stuk. Het is een voorbeeld van een complexe zijweg die wordt ingeslagen maar niet uitgewandeld.

Als cameraman daarentegen filmt de zoon continu de actie die live op het achterdoek wordt geprojecteerd. Meestal alleen de gezichten van de protagonisten. Alsof we met emotelevisie een betere kijk op hun gevoelsleven zouden krijgen. Daarmee ontstaat letterlijk een meervoudig kijkperspectief, evenwel zonder toegevoegde waarde, want wat de kritische functie is van het inlassen van dit video-aspect is me niet duidelijk. Overigens, de tekst en de handeling op scène spreken genoeg voor zich zonder de beelden.

Maar in elk geval is Mightysociety4 prikkelend politiek theater dat nog eens “goed” tegenover “kwaad” durft uit te spelen. Dat is misschien wel de grootste verdienste van dit ouderwetse politieke theater nieuwe stijl: dat het goede en het kwade met naam genoemd worden, zonder hun onderlinge verstrengeling te willen ontkennen en zonder het publiek te schofferen.

Bram De Cock
gezien op het Theaterfestival in Brussel, 29 augustus 2007.
www.mightysociety.nl 
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie