Het hedendaagse China doorgaat een indrukwekkende industriële en economische inhaalbeweging en weet waarnemers van over de hele wereld te boeien. Vanuit diverse achtergronden en met evenveel uiteenlopende opvattingen worden de ontwikkelingen gevolgd. Berichten over economische expansie, Steven Spielberg die de openingsceremonie van de Olympische Spelen op poten wil zetten en schendingen van de mensenrechten die beide zouden kunnen hypothekeren, wisselen elkaar af. Ook in culturele producties vormt de botsing van humanitaire en economische omstandigheden in het China aan het begin van de 21e eeuw een terugkerend thema. In cinemazalen leggen recent vooral films met documentaire aspiraties verschillende pijnpunten bloot. Chinese filmmaker Jia Zhang-Ke (°1970) balanceert in zijn werk tussen documentaire en fictie, en wil het China na de Culturele Revolutie optekenen. In zijn laatste film Still Life (2006) registreert hij het conflict tussen economische vooruitgang en humanitaire problematiek dat navrant opspeelt als gevolg van het Drieklovendamproject. Hetzelfde project en zijn consequenties vormt één van de onderwerpen van Manufactured Landscapes (2006), een documentaire waarin Jennifer Baichwal op zoek gaat naar de schoonheid én de schadelijke zijde van de moderne industrialisering.
Met Metropolis, Report From China zetten ook Clemens von Wedemeyer en Maya Schweizer een kritische noot bij de massieve expansie van de Chinese industriële maatschappij. Een duidelijke exponent van het moderne China is de groei van megasteden zoals Shanghai en Beijing. De realiteit van deze op verschillende snelheden functionerende steden is allesbehalve utopisch. Uiteraard zijn de vraagtekens die te plaatsen zijn bij zulke urbane sprookjes niet nieuw. Zo is Metropolis (1927) van Fritz Lang een monument in de cinematografische verbeelding van grootsteden, met een grote visuele en thematische invloed op talloze films, van de vroege Amerikaanse film noir tot meer recente stadsfilms.
Von Wedemeyer en Schweizer trokken naar het Verre Oosten om een hedendaagse, Chinese variant te maken van Metropolis. De film kwam er uiteindelijk niet, maar beide beeldkunstenaars destilleerden wel een documentaire video uit hun bevindingen in enkele Chinese grootsteden. Hun film confronteert de mythe van het grootstedelijk kapitalisme met het gestileerde utopia van Fritz Lang. Beide blijken in grote mate te stoelen op een romantisch, bijna blind geloof in het menselijke kunnen.
Met films als Metropolis of M: einen Stadt sucht einen Murderer (1931) nestelde Lang zich voorgoed in het pantheon van de cinema; Metropolis staat op de lijst van cultureel werelderfgoed van Unesco. Ondanks zijn gigantische impact wist Lang zich al vroeg getroffen door de (economische) realiteit van de filmwereld: Metropolis droeg in grote mate bij tot het failliet van de Duitse UFA studio’s en behelst simultaan romantiek en zakelijkheid.
De fantastische thematiek van een aantal van Langs films stond vaak in schril contrast met de dagelijkse realiteit. Deze disharmonie projecteerden von Wedemeyer en Schweizer op het debat rond de Chinese vooruitgang. Interviews met arbeiders die ontiegelijk lange dagen in erbarmelijke omstandigheden werken aan de droom van enkele rijke moguls met pseudo-artistieke visies op de kapitalistische expansie, tonen de discrepanties van het 21e-eeuwse China. Van de bouwwerven tot de armtierige verblijfplaatsen van de arbeiders strekt zich een geürbaniseerde realiteit uit die meerdere labyrintische werelden omvat. Verschillende werelden waartussen onoverbrugbare kloven gapen, maar die toch met elkaar verstrengeld zijn. Traditie en toekomst lopen door en over elkaar om zo een stedelijke melting pot te vormen.
Bij de interviews lijkt nauwelijks plaats voor het individu. Als de arbeiders al in beeld worden gebracht, overheersen schaduwen hun aangezicht of schreiden ze ruggelings langs de camera. Het biotoop van deze constructiewerkers wordt gekenmerkt door anonimiteit: op nachtelijke werven bouwen zij aan de toekomst van de stad zonder ooit erkend te worden. Niettemin hopen ook zij hun voordeel te doen bij de economische vooruitgang. Hun situatie is echter niet al kommer en kwel: vele arbeiders verdienen meer dan wanneer ze in rurale gebieden aan de kost zouden moeten komen. Op die manier bouwen ook zij aan hun toekomst, al is het twijfelachtig of de kapitalistische stadskern ‘plaats’ voor hen heeft.
Schweizer en von Wedemeyer hebben naast het afnemen van interviews ook oog voor de esthetische kwaliteiten van het constructie- en stadsleven, bijvoorbeeld in het spel van gensters in het nachtelijke duister. Met hun camera staan ze stil bij de stedelijke drukte die zelf nooit verpoosd. Anderzijds gaan ze mee in het chaotische gewoel als ze vanuit een rijdende auto de dichtslibbende verkeersaders en de oogverblindende neonlichten registreren.
De dagelijkse realiteit van een uitbreidende Chinese stad alterneert met fragmenten uit Langs Metropolis en uitspraken van de Duits regisseur en avant-garde cineast Buñuel. De meertaligheid van de verschillende quotes en interviews draagt bij tot het beeld van een veelzijdige melting pot. De koppeling van filmhistorische referenties en de socio-economische realiteit doet Metropolis, Report from China uitkomen bij enkele cinematografische essenties. De film combineert een esthetisering van het alledaagse leven met een kritische houding, projecteert menselijke wensen en dromen, en heeft oog voor de mechanismen die achter een (fictioneel) artistiek project schuilgaan. De docufilm van Schweizer en von Wedemeyer reflecteert over de maakbaarheid van de wereld, wijst naar het utopische denken van mensen over land- en tijdsgrenzen heen, maar schetst ook de depersonalisering van de mens als gevolg van deze processen.
De boodschap van Metropolis, Report from China biedt niet veel nieuws onder de Oosterse – door rook en gasuitlaten vertroebelde – zon, al is een discussie over de houdbaarheid van megasteden wereldwijd en de Chinese expansie relevant. De film van Schweizer en von Wedemeyer combineert een esthetiserend beeld van het stadsleven met een sociaal-realistisch documentaire, waarbij de intenties overhellen naar het tweede. De botsing tussen verscheidene stedelijke mythes van alle tijden is desalniettemin verdienstelijk. Bovendien leveren de foto’s en het ander bronmateriaal dat in Argos te bekijken valt, een beperkte inkijk in de interne keuken van de voorbereiding van een filmproject. Ondanks het uitblijven van een fictiefilm, levert hun bezoek aan China dan toch een interessante documentaire – en een boek Variation Sur Metropolis (2006) – op.
Maya Schweizer & Clemens von Wedemeyer, Metropolis, Report from China, Argos Centre for Art and Media, woensdag 8 augustus 2007.






