De Bruyckere valt meteen met de deur in huis. Als opening gebruikt hij een citaat van de ontwortelde Frans-Roemeense filosoof Emil Cioran, die meer dan tien jaar na zijn dood nog steeds te weinig bekend en vertaald is in het Nederlandse taalgebied. De Roemeense denker vertoefde jarenlang op het scherp van de snede en op het grensgebied van suïcidale wanhoop en radeloze levensdrift. In zijn jeugd leed hij aan een ongeneeslijke slapeloosheid. Later werd hij heen en weer geslingerd tussen het anonieme lot van de Roemeense banneling in Parijs en het schrijverschap dat hem in zijn latere leven enige roem verschafte in intellectuele kringen. Zijn geschriften balanceren tussen demagogische grootspraak en banalisering van leven, religie en filosofie. De obscure filosoof – een Nietzsche après la lettre – zou de teneur moeten aangeven van de bundel.
Niks daarvan bij De Bruyckere. Enkel de compositie van de nieuwe keizer spreekt is gewaagd. Het eerste gedicht heet exit en zou eigenlijk het laatste gedicht van de bundel moeten vormen. Het laatste gedicht draagt de titel de nieuwe keizer spreekt en zou het eerste gedicht moeten zijn. In het titelgedicht van de bundel noemt de Bruyckere zich de dichter met de hamer. Door de plaatsing van dit gedicht aan het einde van de bundel ironiseert hij die frase. Bewust of onbewust? Het gaat hier om een loze belofte. Nergens in de bundel wordt gedicht met de hamer. Er zou iets moeten volgen maar er volgt niks meer, tenzij het om een onbedoelde nietzscheaanse eeuwige terugkeer gaat. De Bruyckere verplicht je op een ingenieuze manier om na een rondje schaduwboksen zijn bundel opnieuw ter hand te nemen en achterstevoren te lezen.
ik ben de dichter met de hamer
ik benader en vergader alle wanen om mij heen
die ik omsmeed tot gevaarlijk en vermakelijk gewaad
waarmee ik me tot aller heil bekleed
Toegegeven, dit zijn niet echt verzen om over naar huis te schrijven. Dit is zelfs ronduit zwakke en slechte poëzie die alleen stand houdt door de inhoud, en door de belofte van beter naar de rest van de bundel doet teruggrijpen. Ik heb de indruk dat De Bruyckere ons meer dan eens in de maling neemt met zijn rijmdwang en zijn ouderwetse fraseringen. In exit vond ik dezelfde pathetische grootspraak terug.
belachelijk vertragingsapparaat
dat met verroeste enterhaken
onmachtig grijpt
naar het verhitte pantser van de luipaard tijd
Tot zover de afsluit en de aanhef. Waar haalt de Vlaamse dichter en welzijnswerker De Bruyckere dan toch het talent en de kwaliteit vandaan om zo plots en heimelijk bij de grote uitgeverij Amsterdamse uitgeverij Prometheus te publiceren? Laat me even de inhoud overlopen. de nieuwe keizer spreekt bestaat uit vier cycli: de derde persoon, het klemwoord: ons, het min of meer losstaand sprookje en de gedichtensuite mijn teken aan het want. De Bruyckere heeft niet veel op met het postmodernisme, maar hanteert een gewone taal die af en toe potsierlijk uit de bocht vliegt, en zwicht voor bombastisch taalgebruik. In de derde persoon heeft hij het over zijn ervaringen als drugspreventiewerker. Deze gedichten vind ik te koel en te afstandelijk. Ik hou niet van gedichten die met een klinisch wit schort aan geschreven werden. Het ene moment luister je naar het verhaal van een heroïneverslaafde. Het volgende moment steek je hem in een dwangbuis. Een fragment uit laisse-moi tranquille/héroïne:
dit huis ruikt naar urine
naar koude as
en absoluut gebrek
aan vrouwen:
het misverstand
de frisheid
de wartaal van hun curven
Heimwee naar het schamele lot van de drugsverslaafde vanuit het oogpunt van de welzijnswerker? Ook dit is niet echt grootse poëzie. Ironisch genoeg vind ik De Bruyckere op zijn best als hij zich op zichzelf terugplooit en ietwat grimmig en bitterzoet de liefde beschrijft. De sprekendste gedichten van de nieuwe keizer spreekt zijn dan ook die gedichten die over de liefde gaan en niet over de vermeende zelfkant van het leven. In de liefdescyclus het klemwoord: ons heb ik erg genoten van het woordspel van monster en la mer temoignera à jamais de notre amour éternel. Van ejaculatio praecox kreeg ik eindelijk eens kippenvel. Daar sluiten vorm en inhoud perfect bij elkaar aan. Maar kun je een debuutbundel opbouwen rond drie of vier echt goede gedichten? de nieuwe keizer spreekt blijft als debuutbundel voor mij een niet ingeloste belofte. Tot slot en om de lezer toch te verleiden bij zoveel onheil een fragment uit la mer temoignera….
ontheemd, pulserend en al half verdronken
spoelt hij aan in haar zwetende baai
waar hij geprangd tussen twee blanke helften
kneedbaar en geplaagd ivoor
tegen het broos, verschrompeld zeesterretje duwt
dat zij slechts zelden maar met klem
voor hem tentoon durft te spreiden
Bernard de Bruyckere – de nieuwe keizer spreekt
Prometheus, Amsterdam 2007; 78 blz.; € 15,95
ISBN 978 90 446 0970 7






