De expo zelf is een vat vol tegengestelde begrippen waaronder de grote hoeveelheid werken wordt gesorteerd: het contrast tussen architectuur en intuïtie, tussen intuïtie en obsessie en tussen verbeelden en ontwerpen.
Dat eerste begrippenpaar wordt geïllustreerd door de oppositie tussen ontwerpen voor het Möbiushuis van het Amsterdamse architectenbureau UN Studio en maquettes van Gerard van Lankveld. Van Lankveld heeft een volledig eigen wereld ontworpen, het keizerrijk Monera, dat gebouwd is in een extreem decoratieve stijl – het functionele is bij deze art-décowerkjes ver zoek – die kwistig omspringt met zuiltjes, krullen, kleurtjes en vreemde wezentjes. Daartegenover staan de professionele ontwerpen van architecten, gefascineerd door wiskunde en moderne materialen: het moderne Möbiushuis (1998) is opgetrokken uit beton en glas en volgt de lijn van een Möbiusband, het oneindigheidsteken.

Volgend venster op de grote centrale vraag is het verschil tussen intuïtie en obsessie. Architecten en artiesten volgen in het algemeen hun intuïtie, maar soms ontaardt die in obsessie. Bijvoorbeeld outsiderkunstenaars, en in het bijzonder geesteszieke kunstenaars, die frenetisch structuur en symmetrie gaan herhalen om orde te scheppen in de wereld die hen zo chaotisch lijkt dat ze hem niet meer aankunnen. Het werk van bouwkundigen is uiteindelijk niet zo anders: zij brengen structuur aan in steden door middel van dambordpatronen, onze woningen en kantoren herhalen ze eindeloos; appartementsblok na blok en etage op etage vult het zicht. Het zijn vaak net de gebouwen die dienen om mensen vast te houden, te structureren, zoals gevangenissen of psychiatrische instellingen, die het meest voldoen aan deze strakke symmetrie en herhaling.

Ten laatste worden alle registers opengetrokken en laten zowel architecten als kunstenaars zich gaan in het ontwerpen van utopische steden, mens-machines of gebouw-dieren. Spitsvondig zijn de collages van de Duitse architect Karl Wimmenauer die in zijn Überbauung der Kunstakademie in Düsseldorf van 1968 een classicistisch gebouw van een modernistische ‘bovenbouw’ voorziet; qua contrast kan dat tellen.
De poëzie van Wölkenbugel van Mart Stam uit 1924 zit in het feit dat het gebouw zich niet laat begrenzen door de regels van de zwaartekracht. Het staat, in de ontwerpen althans (het is tot op heden nog niet gerealiseerd) uitdagend rechtop zonder acht te slaan op alle krachten die het naar beneden willen halen. Het is geïnspireerd op de horizontale wolkenkrabbers van de Russische avant-garde kunstenaar El Lissitzky, die een grote invloed uitoefende op het Constructivisme.
Wat ontbrak was een oplossing voor de geponeerde dilemma’s: wat is de pointe nu eigenlijk? Werken architecten nooit intuïtief en kunstenaars nooit rationeel? Bij hoeveel herhaalde patronen begint de obsessie? En wat is nu het verschil tussen verbeelding en ontwerp, als de grootse architecten onconstrueerbare gebouwen plannen en de kleinste kunstenaars je een perfect uitgedokterd concept voorstellen? De uitkomst ligt ‘m in de tweestrijd zelf. Het is nu eenmaal zo dat mensen altijd schommelen tussen rede en gevoel. Architectonisch gezien zijn er genoeg voorbeelden. Bij het herstructureren van Barcelona werd een deel van het middeleeuwse doolhof behouden, maar werd het hoofdzakelijk vervangen door een plan van loodrecht kruisende straten. Die strakke structuur kon de typisch Catalaanse flair niet onderdrukken, wat maakt dat het de stad is geworden van de golvende Gaudì, van de wervelende draaierigheden en de kleurrijke mozaïeken. Zelfs dichter bij huis is het schommelen tussen strak en los overduidelijk: het huidige Brussel werd planmatig heraangelegd bij de opkomst van het urbanisme , midden 19de eeuw, maar men kon het succes van een eerder intuïtieve of, op z’n minst, verbeeldingsvolle stijl als Art Déco niet vermijden, net zomin als het contrast tussen het bombastische, symmetrische Justitiepaleis en de labyrintische marollenwijk die het omgeeft.
Rationaliteit en irrationaliteit sluiten elkaar nooit uit maar komen altijd samen voor. In onze musea hangen ze simpelweg naast elkaar en in de stad wisselen ze elkaar af in wijken, straten, huizen. Ik durf te wedden dat zelfs in de strakke structuur van uw kamer wel al eens wanorde heerst.
Schets of Schim loopt nog tot 14 oktober 2007 in het Dr.Guislain Museum in Gent.
Afbeeldingen:
- UN Studio, Mobius House, 1993-1998. Het Gooi, Nederland.
- Karl Wimmenauer, Überbauung der Kunstakademie in Düsseldorf, 1968.
Collage, Fotomontage, 24 x 34 cm. Deutsches Architektur Museum, Frankfurt am Main.






