Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bjorn Gabriëls:
J. Kessels: the novel
Jan Van Loy spreekt
Richard Yates - Revolutionary Road
De heining, door dwangmatig polijster Jan Van Loy
Maya Schweizer & Clemens von Wedemeyer - Metropolis, Report from China (2006)
Paul Rachman, American Hardcore (2005)
HARDE NOTEN OM TE KRAKEN
datum 05.08.2007
rubriek Film + TV
De laatste film in de MuHKA-selectie over punk is een buitenbeentje. American Hardcore van Paul Rachman, naar een boek van Steven Blush, vertelt het verhaal van de golf van Amerikaanse hardcore bands in de eerste helft van de jaren tachtig. De documentaire richt zich op de ondergrondse muziekscene in de V.S. én is de enige in de reeks die vanuit een hedendaags perspectief terugblikt. American Hardcore bevat tonnen exclusief archiefmateriaal en interviews met een hele rits betrokkenen.
Regisseur Paul Rachman was als student in Boston rechtstreeks getuige van de opkomst van hardcore. Hij nam de camera in de hand en filmde verscheidene optredens om zo het pad te effenen voor zijn carrière als regisseur. Na samenwerkingen met hardcore bands als Bad Brains en Gang Green, maakte hij onder andere videoclips voor Temple of the Dog (een uitstekend project met Chris Cornell en leden van Pearl Jam), Pantera, Alice In Chains, Sepultura en – jawel – Kiss. Hij maakte ook een aantal kortfilms en in 2000 verscheen zijn langspeeldebuut Four Dogs Playing Poker, een film met Forrest Whitaker. Daarnaast is Rachman één van de oprichters van het Slamdance Film Festival in Utah, een festival “by filmmakers, for filmmakers” dat sinds de eerste editie in 1995 de nadruk legt op beginnende … filmmakers.

Na een nieuwe ontmoeting met Steven Blush, destijds actief als promotor van hardcore bands, besloten beide een documentaire in elkaar te boksen over hun gedeelde passie. Met het boek American Hardcore: A Tribal History (2001) van Blush als uitgangspunt, en eigen beeldmateriaal en connecties achter de hand, begonnen ze aan een interviewronde met een aantal belangrijke spelers uit het hardcoremilieu. Het resultaat van ongeveer vier jaar research en opnames kwam uit in 2005 als American Hardcore en werd opgepikt door het Sundance Film Festival in 2006.

De opzet van American Hardcore lag niet alleen in het documenteren van een cruciale, maar onderschatte, periode uit de Amerikaanse underground muziekscene. Rachman en Blush wilden hardcore als levensstijl in een sociaal-maatschappelijke context plaatsen en duiding verschaffen voor niet-ingewijden. In een economisch en sociaal geteisterd Amerika, waar Ronald Reagan het als president overnam van Jimmy Carter, groeide het neoconservatisme; een nostalgische – volgens velen hypocriete – terugkeer naar een brave, burgerlijke samenleving. Onder deze façade leefden vele tieners in grootstedelijke omgevingen in armoedige omstandigheden, of met weinig intentie om in het officiële parcours te stappen dat via High School en College naar het bedrijfsleven en een vastgebeiteld familiaal bestaan leidde. Als alternatief voor deze levensstijl met Reagan als symbool ontstond in de grootstedelijke regio’s rond Los Angeles en New York een ondergrondse beweging die politieke revolutie koppelde aan een snelle en krachtige variant op het punkgeluid van The Sex Pistols en The Ramones. De essentie van punk radicaal doortrekken om bij de harde kern uit te komen: hardcore was geboren.

Rachman en Blush vertellen het verhaal van de opkomst en val van een ondergrondse stroming die rebelleerde tegen het muzikale, politieke en sociale establishment aan de hand van een uitgebreid pakket beelden. In een stijl sterk beïnvloed door de MTV-beeldcultuur (zie de professionele achtergrond van Rachman) geeft American Hardcore de opinies en belevenissen van een hele lijst betrokkenen weer. De snelle, flitsende montage laat korte quotes interageren met livemateriaal (vaak van een povere kwaliteit). Aanvankelijk ben je geneigd te verlangen naar meer uitgesponnen fragmenten die de geïnterviewden iets langer aan het woord laten of meer uitgebreide beelden van waarlijk intense optredens. Al snel valt American Hardcore echter in zijn plooi en blijkt achter de montage een duidelijke opbouw te schuilen. Met behulp van animaties (voornamelijk het herhaaldelijk terugkeren naar en inzoomen op een kaart van de Verenigde Staten dient de ‘didactische intenties’) en het invoegen van nieuwsbeelden (de presidentiële inauguraties van Ronald Reagan) vlecht Rachman een context voor het ontstaan van hardcore.

Op deze manier wil hij duidelijk maken dat hardcore niet alleen een (ondergewaardeerde) muziekstijl is, maar ook een maatschappelijke beweging die een uitweg bood voor een verscheidenheid aan jongeren. Het jeugdige hardcoremilieu omvatte jongeren van diverse pluimage: van intellectuele, politiek bewuste revolutionairen tot gewelddadige, door drank en drugs opgefokte vechtersbazen, van rabiate homohaters tot onverhulde homoseksuelen, van kinderen uit de middenklasse tot jongeren die op de straat leefden. Niet zelden belichaamde één persoon meerdere, schijnbaar aan elkaar tegengestelde, eigenschappen. Ondanks onderlinge verschillen combineerden deze jeugdige rebellen inherent tegenstrijdige kwaliteiten in hun strijd tegen traditionele verwachtingspatronen. De verscheidene geïnterviewden – Henry Rollins (Black Flag), Ian MacKaye (Minor Threat), H.R. (Bad Brains) en vele, vele anderen – vertolken deze contradicties eigen aan hardcore, en jeugdige opstand in het algemeen.

Uiteindelijk zou de eerste golf van hardcorebands ten onder gaan aan de eigen contradicties. Velen stapten eruit omwille van het toenemende geweld, anderen maakten een muzikale ontwikkelingen door, allemaal werden ze volwassen. Een ander element dat American Hardcore aanreikt als een beslissende factor voor het abrupte einde is de herverkiezing van Reagan in 1984-85. Reagan diende als zondebok en stond symbool voor alles wat misliep in de Amerikaanse samenleving. Zijn herverkiezing drukte vele hardcore punkers van het eerste uur met de neus op de feiten: ze bleken geen directe impact te hebben op de politieke besluitvorming of de maatschappelijke opinie. De aankondiging van het plotse einde gaat gepaard met de nodige desillusies en de documentaire laat het littekenweefsel zien. American Hardcore krijgt een wrange ondertoon en sluit de ogen niet voor de ontgoochelingen aan beide kanten van het spectrum. Enkele geïnterviewden kijken 25 jaar later nog steeds bitter op deze periode terug en leggen de vinger op de (gedeeltelijk geheelde) wonde. Eén interviewee verklaart onomwonden de dood van punk. Niettemin overweegt bij het merendeel van de sprekers een oprechte overtuiging. De boosheid en frustraties van weleer kanaliseren zich misschien anders, maar zijn nog steeds present.

Uiteraard is elk overzicht gedoemd om kritiek te krijgen omdat ze deze of gene groep, stroming of persoon te weinig aan bod laat komen. Het hardcoremilieu bestond toen en bestaat nu nog steeds uit verschillende scenes die elkaar onderling beïnvloeden én bekampen. American Hardcore biedt echter een aantrekkelijke catalogus hardcorebands en is een adrenalinerijk testament, inclusief een impliciete oproep om ook de dag van vandaag geen vrede te nemen met het mainstream maatschappijbeeld.

American Hardcore wil zowel in de eigen aanpak als in de inhoud de hardcore spirit in stand houden. Rachman en Blush grijpen naar de doehetzelf-werkwijze zo cruciaal voor ‘all things punk’. In hun zelfgefinancierde documentaire getuigt niet alleen het archiefmateriaal van de DIY-benadering, Rachman heeft ook verklaard al het knip- en plakwerk met eigen materiaal te hebben uitgevoerd. Al loopt een vergelijking van de hedendaagse mogelijkheden met het zelf vouwen en plakken van albumhoesjes, zoals de documentaire aanhaalt, behoorlijk mank. Rachman heeft daarnaast duidelijk gemaakt dat hij geen regulerende vertelinstantie wilde toevoegen aan de documentaire. Hij wou het verhaal van de hardcoregemeenschap vertellen door eerstepersoonsverklaringen aan elkaar te rijgen; geen autoritaire instantie die deelnemers en kijkers reguleert. Er is natuurlijk een impliciete narratieve begeleiding aanwezig, een verteller die bovendien regelmatig ironisch uit de hoek komt (door beelden en verklaringen tegen elkaar uit te spelen), maar van een onaantastbare autoriteit is inderdaad geen sprake.

American Hardcore mag dan het buitenbeentje in de MuHKA-reeks over punk zijn, in navolging van de Britse punk enkele jaren eerder toont deze documentaire opnieuw de inherente tegenstellingen én de relevantie van een (muzikale en maatschappelijke) tegencultuur. Rachman en Blush slagen in hun opzet om een geschiedenis van een deeltje Amerikaanse subcultuur te portretteren. Ze bereiken hun ‘educatieve doelstelling’ via een documentaire die de hardcorescene niet blind verheerlijkt, maar wel haar vitaliteit aantoont. American Hardcore biedt een forum voor de veelzijdigheid van hardcore: de armoedige achtergrond, de gewelduitbarstingen (zie de scène waarin Henry Rollins de confrontatie met iemand uit het publiek aangaat, maar ook zijn herinneringen aan politieprovocaties), maar toont ook de ietwat bezadigde punker die nu deel uitmaakt van het (culturele) establishment. Op deze manier is American Hardcore niet enkel een muziekdocumentaire, maar ook een portret van een Amerikaanse jeugdcultuur en een politiek bewuste beweging in een samenleving waarin geweld, onderdrukking en revolutie een belangrijke rol spelen.

Paul Rachman, American Hardcore (2005), MuHKA donderdag 26 juli.


Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie