Een vlugge kennismaking met Derek Jarman (maatschappelijk betrokken schilder, schrijver, designer, artistiek tuinier en filmmaker) leert dat een vlugge kennismaking eigenlijk te kort door de bocht gaat. Zijn werken bevinden zich op een anachronistisch kruispunt tussen geschiedenis en cultuur, met verwijzingen naar zeer uiteenlopende inspiratiebronnen. In Jubilee doet de engel Ariël – met donker priemende ogen – koningin Elizabeth I in het Engeland van haar naamgenote versie 2.0 belanden. Samen met John Dee, een wetenschapper uit haar entourage, en een zwijgzame dwergbediende komt ze terecht in een postapocalyptische wereld. Het duurt niet lang of ze vinden het lijk van Elizabeth II op een braakliggend terrein.
De wetteloosheid manifesteert zich meteen in de eerste beelden van de stedelijke oorlogszone: een gewelddadige uitbarsting met op de voorgrond een brandende kinderwagen. No future, inderdaad. Het anarchistisch middelpunt ligt bij een kleurvolle groep rond Bod/Bodicea, gespeeld door dezelfde actrice die Elizabeth I vertolkt (Jenny Runacre). De bende houdt zich bezig met geweld, seks, het spelen van monopolie en discussiëren over kunst en geschiedenis. Amyl Nitrate is de punkintellectueel van het gezelschap. Zij herschrijft (letterlijk) de geschiedenis met het schreeuwerig geschminkte oog op punkidealen, leest teksten van onder andere Lenin en gaat vaak de confrontatie aan met Mad, een … gekke pyromane punkster. De nymfomane Crabs introduceert de jongensachtige punkzanger Kid (gespeeld door Adam Ant, die enkele jaren later in de Britse hitlijsten zou opduiken) en wil van hem een punkidool maken. Ze spreekt platenbaas Borgia Ginz aan, een dictatoriale figuur die niet alleen de muziekindustrie beheerst maar ook de wereldeconomie in zijn zak heeft.
De bonte verzameling personages (met ook de zwijgzame motorgirl Chaos, kunstenares Viv, het ‘koppel’ Sphinx en Angel) zorgen voor een aaneenschakeling van absurde satire, geweld en provocatie. De meeste personages blijven vrij eenzijdige karakters, om zo – vermoedelijk – Jarman’s intenties kracht bij te zetten. Zijn bedoelingen liggen niet in het brengen van een ode aan punk, wel wil hij de punkbeweging in een historische context plaatsen om zo een beeld te schetsen van het Engeland aan het einde van de jaren 70. Repressie en bandeloze vergrijpen volgen elkaar op zonder aanwijsbare aanleiding, nihilisme beheerst alle betrokkenen. De sequentie waarin de nodeloze agressie van enkele politieagenten, die een bingoavond verstoren en enkele leden van de bende overhoop knallen, een wraakactie van de bende oproept is tekenend. De vergeldingstocht van Amyl en Mad – inclusief het werpen van een molotovcocktail naar een agent aan wie nymfomane Crabs net haar liefde heeft verklaard – resulteert in het neersteken van een urinerende agent. Zijn ingewanden buitelen in ware campstijl over de grond. Toch lijkt Mad deze keer niet lichtzinnig om te gaan met de gewelddadige acties. Na haar represaille stort ze in elkaar in een van de zeldzame scènes uit Jubilee die openlijke emotionaliteit bevat.
Jarman brengt de ideeën die schuilgaan achter de punkbeweging in beeld. In het distopisch Engeland is geen plaats voor eender welke elite: het koningshuis is verdwenen en slogans als “art is dead” vieren hoogtij. Jubilee legt de vinger op de wonde van Engeland met zijn sociale onlusten, autoritaire trekjes en repressie tegen minderheden. Jarman preekt niet ten voordele van het punkalternatief. Hij legt meteen de pijnpunten van deze levenshouding bloot. Niemand lijkt verantwoordelijkheid voor zijn of haar daden te willen opnemen. Seksuele vrijheid – één van de hippie-idealen – mondt uit in vrijblijvende seksuele contacten niet gekenmerkt door een vrijheidblijheid mentaliteit maar doorwrocht van nihilisme.
Ook het antikapitalistische luik van de punkgedachte wordt met de nodige scepsis benaderd. Via Borgia Ginz, de hilarisch sloganeske verpersoonlijking van het kwaad, neemt Jarman dan wel het kapitalisme op de korrel, deze figuur luidt onomwonden de (zelfgezochte) commercialisering in van punkmuziek en het bijbehorend imago. Aanvankelijk zouden initiatieven als het inzenden van een punkversie van Rule Britannia voor deelname aan het Eurovisie songfestival nog kunnen gezien worden als het bieden van een forum aan nieuwe ideeën en uitdrukkingsvormen. Al snel wordt echter duidelijk dat het nihilisme van de punks bruut gepakt wordt door het ultieme nihilisme van een geïnstitutionaliseerde egoïsme.
De film die bedacht werd met het motto “de eerste officiële Britse punkfilm” kondigt meteen het einde van de punk aan. Al geeft de populaire slogan “Punk’s not dead” ons waarschijnlijk ongelijk. Met scènes die zich afspelen in een door nazi’s bewaakt Buckingham Palace, dat ingenomen is door een mogol van de muziekindustrie omringd door jonge punks en een oude schilder annex Hitler look-alike, wil Jarman eerder zijn visie op een periode uit de Engelse geschiedenis neerzetten dan een pleidooi houden voor punk. Jubilee is sowieso geen film over punkmuziek. De enkele (overtuigende) performances – vooral Mad’s versie van Rule Britannia imponeert – daargelaten, focust Jarman op een breder historisch perspectief. Het kaderverhaal van Jubilee is dan ook Elizabeth I die een bezoek brengt aan de schaduwzijde van haar eigen bewind. Samen met haar entourage komt ze nagenoeg nooit in rechtstreeks contact met de eigentijdse personages, maar ze fungeert wel als bevoorrecht getuige. In een plechtstatig Engels dat doet denken aan Shakespeare geeft ze haar visie op wereld en kunst. Deze scènes vormen een contrast met de snedigheid van slogans en steekpartijen uit het anarchistische Engeland. De tegenstelling tussen hun natuurlijke setting en het verkommerde stadsdecor (de tuin met plastieken planten en tuinkabouters is sprekend) versterkt de nostalgie die Jarman in zijn film lijkt te willen leggen.
Jubilee is op meer dan één manier visionair: als kroniek van een aangekondigde dood van de punkbeweging, als persoonlijke visie op de Britse geschiedenis of als openlijke manifestatie van homoseksualiteit. De film is met zijn veelvuldige verwijzingen geen licht verteerbare kost en Jarman haalt regelmatig het tempo uit zijn film. Een aantal als provocatie opgezette momenten is misschien hun giftige angel wat kwijtgespeeld en bereikt een onbedoeld komisch effect. Toch is de complexe visie van Jarman een geslaagd tijdsdocument dat met een harde, ironische toon enkele pijnpunten van de Engelse maatschappij op de rooster legt.
Derek Jarman, Jubilee (1978), MuHKA donderdag 5 juli






