Watou is een soort gehucht dat in de pers steevast op clichématige wijze als “een oase van rust” wordt omschreven, gelegen “aan die schreve” of “bachten de kupe”. De stilte die er heerst - behalve dan tijdens de poëziezomers wanneer een invasie van cultuurliefhebbers het dorpje overrompelt - zet inderdaad aan tot reflectie. Net zoals in het Duitse MARTa te Herford, is het thema van de tentoonstelling dit jaar het zwijgen. De timing van het Duitse museum is niet toevallig: de tentoonstelling ‘MARTa schweigt’ loopt quasi gelijktijdig met de vier grote kunstevenementen (Venetië, Basel, Kassel, Münster) en vormt daardoor een vorm van (lichte) kritiek op de luidruchtigheid en de mediatisering rond deze obligate kunstoorden. Dat uitgerekend Jan Hoet de curator van deze tentoonstelling is, vormt een mooi staaltje van ironie, maar dit terzijde. Ook Watou heeft door de jaren heen het statuut van kunstbedevaartsoord verworven, maar het dorp draagt haar lot op waardige manier. Behalve een paar inderhaast opgerichte terrasjes valt de commercialisering best mee en lijkt de middenstand schouderophalend aan het gebeuren voorbij te gaan.
Tijdens de vorige edities van de poëziezomers was men al duchtig aan het experimenteren met nieuwe presentatievormen voor de gedichten. Dit jaar werd geopteerd voor houten schrijnen, naar een idee van architect Koen Van Synghel. Daardoor krijgen de gedichten iets sacraals, alsof het om goddelijke woorden gaat. De Sint- Bavokerk waar het schilderij ‘Himmelfahrt’ van Erik Schmidt boven het altaar hangt, alsook het bekende gedicht ‘Voyelles’ van Rimbaud te lezen valt, is ongetwijfeld de meest teleurstellende locatie. Maar dit is slechts één van de weinige dissonanten van deze overigens zeer fraaie tentoonstelling. Het thema van het zwijgen, of het communiceren zonder woorden, komt mooi tot uitdrukking in de video ‘The Hand’ van Melik Ohanian waarin close-ups van negen paar handen van werkloze Armeniërs samen een verhaal vertellen. Knap is ook het werk van Jordan Wolfson waarin een scène uit ‘The Great Dictator’ wordt omgezet in gebarentaal, terwijl de ouderwetse projector een rakelend en oorverdovend geluid voortbrengt dat de doodse stilte doorbreekt. Door de kadrering blijft het hoofd van de “vertaler” hors écran, terwijl we in het werk van Jan Fabre in een belendende ruimte juist alleen maar het hoofd van de kunstenaar zien dat uit de grond steekt. Ondertussen fluistert Dirk Roofthooft ons een gedicht van Pessoa toe dat begint met de regel: “Soms heb ik gelukkige gedachten…” De ruimte illustreert nog maar eens het gevoel voor theatrale enscenering dat zo kenmerkend is voor het werk van de beeldende kunstenaar/ theaterman Fabre.
In de schuren van de locatie ‘Grensland’ staan vier piano’s. Ze brengen echter geen muziek voort en zijn het zwijgen opgelegd door vilt en stro, wat uiteraard herinneringen oproept aan Joseph Beuys, hier wat ongelukkig aanwezig met zijn befaamde performance ‘I like Amerca and America likes me’. Schitterend is het werk ‘Universal Mirror Balls’ van de Zwitserse kunstenaar John Armleder. Het bewijst nog maar eens de kracht en het belang van de locatie voor een kunstwerk. Terwijl hetzelfde werk één van de zwakste bijdragen was op de overigens schitterende ‘On/Off’ tentoonstelling over lichtkunst in het Casino de Luxembourg, is het in Watou een absolute topper. De grote glimmende discobollen tekenen projecties af op de donkere muren van de oude schuur, wat bij de toeschouwer een gevoel van extase en duizeling teweegbrengt. Het disco- effect werd in Luxemburg volledig tenietgedaan doordat het werk werd opgesteld in een glazen ruimte die baadde in licht. Het door Roofthooft voorgelezen gedicht van Lucebert versterkt het hypnotiserende gevoel, het lijkt wel een mantra.
Naast de ingehouden, fluisterende werken is er ook ruimte om het eens van de daken te schreeuwen. Zo heeft Nathalie Bruys een hokje in de tuin van het Douviehuis in fel geel geschilderd en een installatie gemaakt met een megafoon en micro waar de toeschouwer zijn gal kan spuwen. Ook de performance op de openingsavond was bedoeld als tegengewicht voor de rust van de overige werken. In een houten, afgesloten kubus werd een heus vuurwerk afgestoken dat echter door de gesloten ruimte gedempt werd. Knap is ook het werk ‘Reconstruction – proposal nr 16’ van Anno Dijkstra, waarbij het moment van de oorverdovende knal van een atoombom vastgelegd en verstild is in een sculptuur.
Uiteraard zijn er steeds een aantal confrontaties tussen woord en beeld waar men bedenkingen bij kan hebben. Combinaties waarbij beide elementen nauwelijks iets gemeenschappelijks hebben en elkaar niet versterken, noch ontkrachten. Hoewel het samenbrengen van sommige gedichten met kunstwerken in een paar gevallen wat vrijblijvend of bij de haren getrokken lijkt, zijn de sublieme momenten waarbij de omgeving een versterkend effect heeft op het werk gelukkig in de meerderheid. Zo hoort men uit één van de stallen een gebonk, een doffe klank zoals van vee dat tegen een metalen staaf aanstoot. Het blijkt echter om de video ‘Throwing Stones at a Refrigerator’ van de native American Jimmie Durham te gaan.
Watou vormt de perfecte gelegenheid om een aantal kunstenaars/ dichters te leren kennen of te herontdekken in een nieuwe context. Schitterend qua sfeerschepping is bijvoorbeeld de animatiefilm van de Zuid- Afrikaan William Kentridge, de alom bejubelde kunstenaar die een zeer herkenbare stijl ontwikkeld heeft. Een relevatie was de video ‘Turn on’ van de Albanees Adrian Paci, waarin een groep zwijgende mannen geleidelijk aan een oorverdovend geluid voortbrengt door mits een aantal generatoren gloeilampen te doen branden. De video kan qua visuele kracht en poëtische rijkdom moeiteloos wedijveren met de klassiekers van de schilderkunst.
De poëziezomer van Watou brengt geen hapklare kunst of poëzie, maar is evenmin een hermetische bedoeling. De werken nodigen uit om verbanden en associaties te leggen. Er is altijd genoeg vrijheid voor interpretatie en suggestie, zodat het beeld het gedicht niet versmacht of omgekeerd. Het is kunst die beklijft en bijblijft. In een klimaat waar we de laatste decennia op de meest verrassende plaatsen met kunst geconfronteerd worden, is Watou een blijver, een klassieker die de modegevoelige trends achterwege laat en zelden ontgoochelt.
Poëziezomer in Watou loopt nog tot 9 september.






