
Denk-beelden
Omdat het roken onlosmakelijk verbonden is met de kunstenaar, liet hij een heuse rokerscabine oprijzen middenin de grote zaal op de bovenste verdieping van het Fotomuseum. Het ‘gezellig’ vertoeven in deze glazen bokaal heb je ervoor over omdat net daar Tuymans aan het woord wordt gelaten in een video. De oneindige loop van dit praten staat in schril contrast met de zwijgzame beelden die hij op ons loslaat. Rondom dit rokerige hart van de tentoonstelling bevinden zich zeefdrukken, lithografieën, muurschilderingen en polaroids. Het is een archief van beelden in embryonale toestand die in een latere fase volgroeid op doek te zien zijn. In het laatste stadium zijn ze tot nabeelden geëvolueerd in het hoofd van de toeschouwer.
Het zijn vooral de polaroids die fascineren. De iets meer dan 20 foto’s die nu getoond worden, zijn maar een fractie van de 1060 polaroids die Tuymans heeft geschonken aan het MuHKA. Maar ondanks hun bescheiden aantal en hun kleine formaat, hebben ze toch een niet te ontkennen aantrekkingskracht.
Ik herinner me een uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Walker Evans die pas op zeventigjarige leeftijd polaroids begon te maken: "Nobody should touch a Polaroid until he's over sixty". Evans waagde zich aan dit type fototoestel na jarenlang experimenteren. Hij vond dat de polaroidcamera enkel in zijn volle potentieel kon gehanteerd worden, na het ontwikkelen van een duidelijke visie. De polaroids zijn de laatste beelden die hij gemaakt heeft en waarmee hij fotografie reduceerde tot zijn meest essentiële kern.
Het is dat instant en onbevangen karakter dat ook voor Tuymans een zegen is. In dat kleine besloten kader wordt een suspens gevangen die Tuymans opblaast tot een groter formaat. En ook in zijn doeken blijft die spanning behouden. Het is duidelijk dat – in tegenstelling tot Walker Evans – de kunstenaar de polaroid enkel als middel gebruikt om tot schilderijen te komen. In die zin zijn het hersenspinsels die we kunnen zien, mentale beelden die een eerste tastbare vorm krijgen via de polaroidfoto. Tuymans maakt foto’s van foto’s, foto’s van tv-fragmenten, foto’s van maquettes… Bij het zien van deze denk-beelden kan je pas de zwaarte bevatten die inherent is aan de uiteindelijk geschilderde doeken. Deze verzameling toont het energieopslorpende proces van voorbereiding, van het nauwgezet boetseren van een nieuw beeld.
Opmerkelijk zijn de witte aura’s die de flits af en toe achterlaat op de polaroidfoto’s. Het felle flitslicht - dat hier en daar stukjes realiteit lijkt op te slorpen en niet meer teruggeeft - neemt Tuymans ook over op zijn doeken. Het is een signatuur waar eveneens de Belgische fotograaf Dirk Braeckman voor bekend staat. In zijn foto’s overheerst de witte blinde vlek vaak, zodat je als toeschouwer zenuwachtig alle kanten uitloopt om toch maar die vervelende weerkaatsing te kunnen ontlopen. Totdat je beseft dat het in de emulsielaag van de foto zit, dat het samengeperst is met het totale beeld.
Tuymans gebruikt de fotografie en zet ze naar zijn hand. Er gaat misschien wel een zekere onhandigheid uit van deze polaroids, maar het is een zeer doelgerichte clumsiness. De foto’s zetten een proces in gang van vereenvoudiging en abstrahering van een realiteit. Het is van groot belang voor Tuymans dat de band met deze realiteit blijft behouden. De polaroid is bij deze het medium bij uitstek, zodat het uiteindelijke schilderij haar betekenisvolle beladenheid kan behouden.
Spook-beelden
De titel Les Revenants verwijst naar een boek over de geschiedenis van de jezuïetenorde. De serie kadert perfect in Tuymans’ zoektocht naar het begrip macht: hij schilderde eerder de heimat van rechts Vlaanderen, het Belgische koloniale verleden, de terreur van het nazi-regime. In Les Revenants toont hij de macht en de invloed die bij de Jezuïeten nog steeds aanwezig is. Tuymans is eveneens gefascineerd door de ambiguïteit van deze religieuze orde: zij doet zich aan de ene kant als humanistisch voor en beroept zich op het concept van de vrije wil, maar aan de andere kant blijft ze zitten in een star conservatisme. De schilderijen die te zien waren in de galerie maken deel uit van een grotere groep, waarvan een deel al werd tentoongesteld in Japan en werd verkocht aan plaatselijke musea.
In Zeno X Gallery werd de kern van de religieuze orde vervat in enkele seriële miniatuurtekeningen. Een reeks blauwe aquarellen tonen de geestelijke oefeningen van Ignatius van Loyola, de stichter van de orde. Het zijn meditaties over de zeven hoofdzonden. Daartegenover plaats Tuymans 13 wiskundige driedimensionale veelvlakken die hun oorsprong kennen bij de Grieken. Plato bracht de lichamen in verband met de vier oerelementen en het hemelgewelf [1]. Bij deze groep polytopen voegde Archimedes er later nog 13 polyhedra bij. Vooral de kosmos kon toen op een grootse bewondering rekenen. Niet het werkelijke en het zichtbare trok de aandacht, wel de ideale mathematische dieptestructuur. De regelmaat en symmetrie van deze mysterieuze veelvlakken heeft doorheen de geschiedenis menig filosoof en wetenschapper gefascineerd. En het is ook binnen het concept van Les Revenants dat deze veelvlakken weinig verhullend zijn. Tuymans benadert het thema hier wel op een heel theoretische wijze. De sobere aquarellen werken meer als een moeilijk te ontwarren handleiding voor de doeken die in Zeno X Storage te zien zijn.

Het is dan ook een verademing om de andere galerie te betreden waar je een heel ander aspect van de serie te zien krijgt. Opvallend zijn de formaten die monumentaler worden naargelang je verder de ruimte in wandelt. Eens de trap op kom je aan het summum van de serie. Het is een verschil met de betrekkelijk bescheiden formaten die te zien waren in Tate Modern en K21 in 2004/2005. Enkel daar sprong ‘Still Life’ [2002] opmerkelijk in het oog. Dit extreem uitvergrote stilleven blinkt uit in zijn banaliteit. De kern van dit werk is dan ook een oorverdovende leegte. In zijn kleinere doeken zit het monumentale dan ook niet in het formaat, maar in de betekenis.
Op de tentoonstelling in Londen en Düsseldorf was de combinatie van de doeken bijzonder te noemen. Series werden uit elkaar gehaald en tussen andere werken verweven. Het was aan de toeschouwer om zich een betekenisvolle weg te banen doorheen de werken. Hierbij werd het associatievermogen van de kijker geprikkeld. En op die manier ontlokte en genereerde elk werk een betekenis, afhankelijk van de wijze waarop de toeschouwer reageerde. Elk doek belichtte een ander facet, zodat de kijker de gedachtegang min of meer kon reconstrueren. Subtiele hints schemerden zachtjes door, enkel zichtbaar voor diegenen die het wilden zien. Pas later dringt de betekenis ten volle door, in het hoofd. Het werk fungeert dus als een visuele tussenstap, waardoor de kijker zich een bepaalde gedachtenwereld eigen kan maken.
Ook bij Les Revenants treedt er een zekere traagheid op in het vatten van de essentie. Het thema is gekend, maar het blijft een uitdaging om alle beelden met elkaar te verbinden. Tuymans doet bovendien ook nu weer beroep op het collectieve geheugen. Maar daar word je wel eens geconfronteerd met enkele blinde vlekken. Net zoals ‘Still Life’ een leegte van formaat is, zo lijken er in deze serie zich ook placebo’s schuil te houden: doeken – voorzien van een mooi omhulsel – die enkel de leegte kennen.

In het levensgrote doek ‘Rome’ zie je de Sint-Pietersbasiliek – een monument dat overladen is met betekenissen en connotaties. De in het Vaticaanstad gelegen kerk staat voor de grootsheid, rijkdom en macht van het Christendom. Tuymans toont hier het moment van de inzegening van aartsbisschop Daneels tot kardinaal. Maar wat betekent de Sint-Pietersbasiliek vandaag nog? Voor de doorsnee burger is het monument enkel nog een niet te missen attractie binnen een toeristisch bezoek aan Rome. Het is niet anders met het daar tegenover geplaatste ‘Versailles’ waar we de waanzin van Le Roi Soleil nu nog kunnen aanschouwen. Lodewijk XIV wilde absolute macht, en dat toont zich onder andere in zijn zeer overdadig ingerichte tuinen. Het werk verwijst naar de Franse koninklijke kastelen uit de tijd dat Frankrijk het belangrijkste bastion van de jezuïeten was. We zien de achterzijde van het kasteel van Fontainebleau. De protserige fontein en de vijver verhinderen ons een heldere blik te werpen op de omgeving.
Al deze grootse architectuur bulkt van de symboliek, maar Tuymans schildert ze zo licht als een veertje. Zijn bekend schraal kleurgebruik is vandaag helderder van toon. De verfstreken zijn wat meer vastberaden, maar achteloos neergezet. Het gebruik van de broze lichte snoepkleurtjes doet een beetje denken aan het Paradisiopark op een zonnige dag. De pracht en praal van weleer is nu gereduceerd tot een groteske pretparkvertoning. Het lijkt wel hoe groter het doek, hoe meer de betekenis zich van het doek losmaakt en verder de ijle lucht in zweeft. Het grootse formaat in combinatie met het massaal uitzoomen van het beeld, maakt dat Tuymans zich ditmaal nog méér onthecht heeft van zijn doeken. Het schilderen op zich lijkt meer dan ooit een onvermijdelijke plicht. Met een zekere tegenzin en in alle onthechtheid heeft hij er zich in een snel tempo vanaf gemaakt. Opmerkelijk is dat het doek nog wel ademt, dat het de mogelijkheid heeft tot groeien. Dit heeft te maken met de manier van schilderen: Tuymans werkt steeds in tonen omdat ze meer effectief zouden zijn dan kleuren. Een toon kan groeien, een kleur niet. Dit in combinatie met de nonchalant aandoende verftoets lijkt het doek niet rigide, maar soepel van aard.
Opvallend is dan ook ‘The Exorcist’ waar de verfborstels niet zo snel van het doek werden gehaald. Dit beeldfragment uit de gelijknamige film voelt opmerkelijk zwaarder aan. Meer lagen verf zorgt hier voor een stevig aaneen gehecht werk. Buiten de groezelige inhoud, hebben de penselen eveneens gezorgd voor een grauw en minder verfijnd uiterlijk. In dit werk is het doek nauwelijks voelbaar en wordt het bijna verstikt door de vele verflagen. In groot contrast staat ‘The Valley’, een aandoenlijk portret van een jonge scholier. Met uiterste verfijning heeft Tuymans een haarscherp beeld neergezet. Deze perfect ogende arische rasjongen is in alle puurheid weergegeven. Het verontrustende echter is dat de jongen kennelijk een zware indoctrinatie heeft ondergaan. Door deze onderhuidse spanning gaat dit statische beeld helemaal aan het wankelen. Tuymans wil hierbij de macht van de Jezuïeten aantonen die zij kregen via hun onderwijssysteem, waarbij vooral de elite hun doelgroep was.

‘Three Moons’ toont een kosmisch zwart gat van formaat, gecombineerd met een gigantische witte flits. Het doet me denken aan de weerkaatsing van het flitslicht zoals in enkele van Tuymans’ polaroids. Een zwart gat en een witte aura: allebei verdoezelen ze een realiteit die achter hen verscholen zit. Dit contrast tussen zwart en wit is ook opmerkelijk in ‘The Deal’ waar de huidige paus en de generaal van de Jezuïeten elkaar de hand schudden na een hevige polemiek over Latijns-Amerika en pedofilie. De paus als diegene die het witte licht uitstraalt, de Jezuïet die het licht opslorpt in zijn zwarte gewaad. Er gaat iets heel verdacht uit van dit schilderij. Net zoals het zwarte gat en de witte aura in ‘Three Moons’ wordt ook hier niet volkomen de werkelijkheid getoond, maar wordt ze weerkaatst of opgeslorpt.
De twee mannen die zich ter aarde werpen in ‘The Pledge’ zijn letterlijk door hun witte gewaden opgeslorpt. Deze beweging heeft iets weg van paus Johannes Paulus II die steeds de grond kuste wanneer hij op nieuw grondgebied kwam, dit om zijn respect voor de aarde te tonen. Het kan ook zijn dat deze mannen tot priester gewijd worden, daar is er eveneens de merkwaardige traditie om zich ten gronde te werpen. De sculptuur van de door een meteoriet geplette paus Johannes Paulus II van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan ‘La Ora Nona’ [1999] kan hiermee ook geassocieerd worden. Geveld ligt hij op een rood tapijt, met de herdersstaf nog geklemd in de handen. De titel verwijst naar het negende uur: het stervensuur van Christus. Zijn de twee anonieme figuren in ‘The Pledge’ gevallen, samen met de macht van de orde?
Na-beelden
Het is ook Cattelan die met het kunstwerk ‘Him’ [2001] – een levensechte knielende en biddende Adolf Hitler - veel controverse veroorzaakte. Cattelan gebruikt ironie, een vorm van humor die nog een glimlach op het gezicht kan teweegbrengen. Hij gaat opzichtig te werk en brengt een instant reactie teweeg. Hij teert op de sensatie van het moment. De ironie van Tuymans is geëvolueerd in een donker cynisme. Enkel op jonge leeftijd kende hij nog de lichtvoetige variant. Dat was te zien op de tentoonstelling Speeltijd [2] in het atheneum van Berchem waar een kindertekening van hem te bewonderen was. Het is een tekening die voortkwam uit een opdracht dat erin bestond iets te tekenen over de vakantie. Wat tekende de jonge Luc Tuymans? Een paar vuilnismannen aan het werk in zijn toenmalige straat, getiteld ‘mijn grote vakantie’ [1967]. Op 8 jarige leeftijd was Tuymans dus al een volleerd cynicus. Vandaag is zijn cynisme beladen met een ernst waar niet mee te lachen valt. Maar de nuchtere zin voor relativering is gebleven.

Tuymans gaat niet grotesk en expliciet te werk. Zijn doeken provoceren niet, maar het is de achterliggende werkelijkheid die ze oproepen die aangrijpend is. Ook hier komt die traagheid weer naar de voorgrond. Hij graaft dieper, brengt langzaam een unheimlich gevoel teweeg. Het is een angstgevoel dat je langzaam bekruipt. Hij objectiveert alles op een koele en afstandelijke wijze. Die koele indruk kan te maken hebben met het feit dat hij steeds schildert naar kopie’s en reproducties. Tuymans gaat ervan uit dat alles al geschilderd is, zodat een reproductie enkel een stap vooruit kan betekenen. Die tussenstappen beïnvloeden uiteraard de betekenis: het is het beeld van een beeld van een beeld, waardoor als vanzelf een ingewikkeld spel van verwijzingen en dubbelzinnigheden ontstaat. Tuymans herinterpreteert en herkadreert deze erg herkenbare beelden zodat ze bij de toeschouwer een be- en vervreemdend effect teweeg brengen. Het beeld laat zich dus niet zomaar decoderen, soms is het zo vaag dat het nauwelijks herkenbaar is. Het is alsof het eerder iets wil verhullen in plaats van te tonen en te verduidelijken.
Hij streeft naar schilderijen die eruitzien als een beeld uit het verleden, omdat ze gaan over het geheugen. Voor Tuymans is een schilderij meer een mentaal beeld dan een representatie. En dat is wat zijn schilderijen zo treffend maakt, het is niet de eerste blik die je werpt die innemend is, maar er gaat wat tijd over eer je beseft waar het beeld voor staat. Banale zaken worden op die manier in een heel andere context geplaatst waardoor de schilderijen één voor één een wrange nasmaak achterlaten. En dit tweede effect is veel sterker dan die eerste blik. Er wordt dus wel wat inspanning verwacht van de toeschouwer, al wil Tuymans niets opdringen met zijn schilderijen; hij wil niet moraliserend zijn. De kijker beslist nog steeds of hij verder in het werk wil grasduinen of niet. Een zekere voorkennis is goed, maar niet noodzakelijk. Je kan dus als toeschouwer interpreteren wat je wil, de dingen eruit halen die je zelf wilt en waar je op dat moment voor open staat. Dat je dan ook verkeerde betekenissen kan gaan toekennen, is voor Tuymans geen probleem: " Ik denk dat in die zin zeker de kunst als een opvatting groot genoeg is om ook een andere interpretatie toe te laten. Ik bedoel, ik denk dat het nogal moeilijk zou zijn om vrij dwangmatig een aantal inhouden te gaan transponeren naar een publiek. Want ik denk dat we dan eigenlijk ook verkeerd bezig zijn. Ik denk dat het ook apolitiek is van dat te gaan doen, zo.”[3]
In februari 2008 brengt de kunstenaar bij David Zwirner - zijn galerie in New York - een nieuwe reeks schilderijen met een ambitieus thema: Disneyworld. De macht van publiciteit en de media stelt hij dan aan de kaak: de wereld als één groot pretpark met Minnie en Mickey als de dictators van dienst. De verbeelding die de werkelijkheid zal sturen, ik ben alvast zéér benieuwd…
[1] Vuur, water, lucht en aarde werden elk toegewezen door een specifiek veelvlak. De dodecaëder staat voor het hemelgewelf, omdat deze vorm het meest op een bol lijkt. De tetraëder staat voor vuur, de icosaëder is water, de octaëder lucht en de kubus de aarde.
[2] Deze tentoonstelling vond plaats van 31 maart tem 15 april 2007 in het atheneum van Berchem.
[3] www.vrijzinnighumanisme.be/5_radio-tv/513_radio040726.htm
CREDITS
Luc Tuymans: I don’t get it is nog tem 9 september 2007 te bezichtigen in het Fotomuseum, Waalsekaai 47 in Antwerpen.
Les Revenants was te zien van 21 april tem 09 juni 2007 in Zeno X Gallery en Zeno X Storage in Antwerpen.






