Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
'Das Kapital', Rimini Protokoll
OUDBAKKEN KNARREN AAN DE MACHT
datum 05.06.2007
rubriek Podium
Das Kapital op toneel brengen? Ja ok, maar…’. Met die ingesteldheid zullen er allicht velen naar de KVS-bol zijn afgezakt, oude hippies, oude yuppies, gebrand om elkaars ongelijk op toneel te zíen. Meer dan dat werden vragen gesteld, zodat de voorstelling een zwart-wit-karakterisering ontliep en eerder een muf jasje aantrok, assorti met het decor dat een oude burgerlijke huiskamer annex bibliotheek voorstelde. Die ze ons wel mee intrekken: met gezapige verhalen, een ritme van voor de installatie van de Berlijnse Muur, aftandse geluids- en videoapparatuur, en zo kan ie wel weer. De totaalindruk is nogal klef, maar blijft evengoed aan je kleven.
De mannen in de Rimini-karavaan hebben namelijk een ‘leven zoals het is’-factor die we al meer dan enkele jaren beu zijn. Ze zijn allemaal uitgesproken tragisch – de blinde die Marx in braille leest, de Let, de ex-professor, de gokverslaafde - maar weten die tragiek te beheersen door hun andere deelaspecten volop uit te spelen. Ze charmeren door hun hulpeloosheid en hun natuurlijke gebreken, voor deze voorstelling in de verf gezet omdàt ze zo goed op toneel pakken. Zo is er een man die zo weldadig krom loopt, dat je hem spontaan vijf cent zou toewerpen – nu ook weer niet meer, want geld is toch een beetje een bespottelijk item in deze voorstelling. Maar hij draagt zijn bochel met waardigheid, verstopt in sjofele kleren die een nog ongeproportioneerder lichaam onthullen dan op het eerste zicht opvalt. Zijn oude boeventronie maakt de Marx des pauvres van deze voorstelling – de baard is identiek – dan weer uiterst beminnelijk. Te pas en te onpas licht hij ons iets toe, verscholen achter de boekenplanken waaruit zijn gebeeldhouwde kop maar net opspringt. Schattig! Mompel-mompel-oetsjie-koetsjie, je wil deze man een pamper aandoen en wiegen tot hij in slaap valt. Droom zacht oude strijder.

Ik moet toegeven dat mijn perceptie van ‘Das Kapital, de luchtige-bijna-musicalversie voor gepensioneerden’ volledig gebaseerd is op wat ik aan visuele informatie kon decoderen. Elk zitje was namelijk met een tweetalige vertaler uitgerust – omdat de gesproken taal het Duits is, en dat in ons land tot nader order nog altijd een minderheidstaal is. Twee tolkenhokken, één aan elke kant van het podium, bevoorraden het publiek met Frans of Nederlands nog voor de acteur in kwestie uitgeduitst was. Pech gehad, want met betrekking tot deze hoofdtelefonen mannetjes waande ik me eerder een toeschouwer van het Nürnbergproces, dan dat ik er echt mijn voordeel uithaalde: mijn hoogstpersoonlijke dingetje deed het namelijk niet. Het tot tweemaal toe laten vallen helpt natuurlijk niet in dat verband. Ik was gehandicapt maar besloot er het beste van te maken.

Daardoor werd mijn respect tegenover de blinde van de dag alleen maar groter. Een blinde in een sociaal-artistiek project – en hoe kan een enscenering van Das Kapital dat niet zijn? – is altijd weer een beetje een excuusblinde. Kijk maar naar Lotte van den Bergs onderdeel in Een geschiedenis van de wereld in 10 ½ hoofdstuk. Handig om subsidies te trekken, maar zelden een meerwaarde, of heb ik oogkleppen op? Wat er van zij, deze man staat er wel. Instabiel, maar naturel. Er hoeven geen grote gebaren bij als hij, sober op zijn kruk gezeten, een onderdeel van Das Kapital in braille voorleest, ter ondersteuning van andermans verhaal. Dit levert heel algemeen een raamvertelling op – letterlijk ook, want de personages komen uit allerlei deuren en ramen in het decor tevoorschijn, en de chronologische videobeelden bieden ons een raam op de sociologische werkelijkheid van voor en na mei '68 – die echter steeds naar de brontekst terugkeert.
De blinde, toch een beetje de vedette, droomt van een deelname aan Wie wordt multimiljonair? en legt ter onzer vermaak af en toe een plaatje op. Dat kraakt al eens, deelt een knipoog uit wanneer het lied in kwestie een oud-Limburgse schlager of Franse mars betreft, verlucht al eens het muffe huishouden. Niet dat de materie op zich zo zwaar op de hand is; daarvoor wordt er te veel en te vaak gerelativeerd. Slechts de Let die een hoogstpersoonlijk grensverhaal vertelt (jawel, ze zijn allemaal bastaardkinderen van The Canterbury Tales), kan écht ontroeren – zelfs zonder nuances, bij het in gebreke blijven van mijn vertaalmachine. Wat later doet hij een overall aan en zet hij een kop koffie. Werkvloerironie, gastarbeidershumor.

Het is tijdens dit gezellige onderonsje dat de functie van die imposante boekenkast duidelijk wordt. Pas als men ertoe overgaat de kast leeg te maken en de boeken uit te delen, om de bezoekers deelachtig te maken aan het totale oersocialismus, gaat het belletje rinkelen. We mogen ons exemplaar van Das Kapital mee naar huis nemen! ‘Stichting Lezen’ at work! De omzet van de totale speeltournee wordt gebruikt om boeken aan te schaffen en die dan maar weg te geven… maar helaas, aan het einde worden we alweer vriendelijk verzocht de exemplaren weer in te leveren. Schade, en zonde van het oorspronkelijke effect en de mooie tweede laag. We hebben er dan toch even in kunnen bladeren, aangespoord door enkele acteurs die ons bij de hand namen in een schoolmeesterachtige lezing om krampachtig het punt duidelijk te maken.

Het is daar dat de voorstelling een jammerlijke duik neemt wat het overall niveau betreft. Zoveel explicitering maken zelfs studenten politicologie niet meer mee. ‘En draai dan nu naar p. 74’, waar we in strak Duits ongetwijfeld relevante statements voor de kiezen krijgen, en in het beste geval de vertaling in de oren. In het slechtste geval is het de irritante stem van een jong revolutionair, die ietwat laat in de voorstelling zijn intrede maakt in het bonte gezelschap, en af en toe droge mededelingen brengt à la ‘leve de revolutie van morgen’, of iets dergelijks. Waarna hij dood voor zich uitstaart en er een gênante stilte valt. Het is ongetwijfeld goedbedoeld en politiek correct om deze kraker over te hevelen van zijn eigen pand naar een meer open behuizing, en om die zodoende a touch of ‘La Haine’ mee te geven, om u te doen geloven dat ook nu Marx’ geschetste problematiek nog steeds erg arrivé près de chez vous is. Spijtig alleen dat het – niet alleen in technisch opzicht – bedroevend theater oplevert, en dat geldt jammer genoeg voor nog een handvol andere personages. Deze gekozen niet-professionaliteit heeft een hoge aaibaarheidsfactor in de kabbelende, licht-humoristische momenten, maar stoort wanneer er overgeschakeld naar een meer serieuze aanpak.

Je hoeft echter geen groot acteur te zijn om mee te hotsen in een stoet, half polka, half parodie op de gemiddelde betoging. Slogans in alle denkbare talen sieren plakkaten waarin de deelnemers rondlopen, - dansen en – stuntelen, begeleid door luid getrommel en navenante muziek. Dit is Marx op zijn kop, en toch heel Marx. De makers geven een surrealistische draai aan een hyperrealistische problematiek. Dit groteske intermezzo is een sensationeel en sensorisch hoogtepunt driekwart ver in de voorstelling, maar even later zorgt een gelijkaardig ludiek initiatief dat zijn choreografie aan Eén jaar gratis ontleent ronduit voor verveling.

Hoe goed Das Kapital van Rimini Protokoll in zijn beste momenten soms ook is, het kan die lijn nooit doortrekken. Het is een voorstelling die kan bekoren in zijn ouderwetse koekendozenromantiek, waarvan de vorm raakt aan de inhoud, die daarom relevant is maar geregeld irriteert en over het algemeen te lang op zijn gat zit. Niettemin zorgt zoveel gedemodeerde traagheid ervoor dat je het decor en enkele van de erin rondschuifelende acteurs niet gauw zult vergeten.



Gezien in het kader van het Kunstenfestivaldesarts 07 in de KVS-Bol, op 25 mei. www.kvs.be

Credits
concept, regie en sets: Helgard Haug, Daniel Wetzel / Rimini Protokoll
met: Thomas Kuczynski, Ulf Mailänder, Talivaldis Margevics, Jochen Noth, Christian Spremberg, Ralph Warnholz, Franziska Zwerg
dramaturgie: Andrea Schwieter / Imanuel Schipper
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie