
(c) Cathérine Antoine
“Je vindt een fotoalbum op straat. (…) Voelt het niet vreemd en ongemakkelijk om zo iemands intimiteit binnen te dringen?” Met die retorische en niet al te bijster interessante vraag –die reeds het antwoord in zich lijkt te dragen- begint de korte inhoud uit het programmablaadje. Wat de voorstelling ons evenwel als antwoord voorschotelt, is feitelijk een hoop oppervlakkig geklets van een aantal steriele personages, een deel live op de scène, een ander deel in een filmprojectie op het achterdoek. Anekdotische, auto- of anderssoortige biografische niemendalletjes en hier en daar wat postmoderne filosofische oneliners moeten een illusie van een soort levenskroniek schetsen van de figuur Eszter Salamon. Een hedendaagse nieuwe nomade (nostalgische referenties naar één of andere gedwongen diaspora of vrijwillige migratie zijn niet van de lucht), waarachter we nu en dan, doorheen de ogenschijnlijk individueel verschillende getuigenissen, het leven van danseres-choreografe Eszter Salamon zelf als grootse inspiratiebron mogen vermoeden.
Het antwoord op de uiteenlopende vragen die And Then ons wil voorschotelen, genre “Wat betekent het iemand te ontmoeten met wie je niets te maken hebt?”; “Hoe veranderen mensen van anonieme voorbijgangers in unieke persoonlijkheden?” blijft duister. In het programmablaadje wordt gemikt op een verrassingseffect: “In AND THEN voltrekt zich dit proces en komen verrassende verbanden aan het licht.” Er zijn 882 Eszter Salamons in Europa en de VSA, wordt in de voorstelling op het einde gezegd. Betekent dat dan dat de verschillende geëtaleerde levensverhalen uiteindelijk emanaties zijn van één en dezelfde persoonlijkheid? Kunnen we hier spreken van een Multiple Personality Disorder? Omdat die anekdotiek zo oppervlakkig en demonstratief is, lijkt de enige vraag te zijn die de kijker bezighoudt: “Wat is nu echt autobiografisch en wat niet?”. En dan? Ook dat is niet bijster interessant; het begint naar misplaatste pretentie te ruiken. Zeker wanneer anekdotes over de groeipijnen van een tiener in het post-communistische Hongarije worden gecounterd met de fortuinlijke artistieke carrière van de geëmigreerde Salamon zelf. Ik kan me dan traumatischer gebeurtenissen van haar landgenoten voorstellen die meer stof voor een theatrale bewerking hadden opgeleverd, dan het zelfgenoegzame vertoeven in een artistieke bubbel.
Net voor de voorstelling hoorde ik iemand aan iemand anders vragen: “Dus er wordt niet in gedanst? Maar zij is wel opgeleid als danseres?”. Dans kregen we dus inderdaad niet te zien, tot daar aan toe. Wat we in de plaats kregen is –ik moest vaak denken aan Wayn Traub of die dwaze kreeft van Jan Lauwers’ Lobstershop- een originele, mooi gestileerde verpakking rond een lege doos waarin het woordje “egotripperij” gevangen zit. Nu ben ik de laatste die verwacht van mensen dat ze doen waarvoor ze opgeleid zijn –je moet doen waar je zin in hebt en als het even kan, waar je goed in bent-, maar het gezegde “schoenmaker blijf bij je leest” krijgt bij veel hedendaagse performances zoals And Then een penetrant luchtje. Als het neerkomt op verhaaltjes vertellen, mogen we toch wel een zeker vakmanschap vragen in plaats van die nieuwe in opgang zijnde premisse te moeten slikken genre “We moeten vooral niet dansen, maar zingen, vertellen, spastisch doen en stilstaan, kortom ‘performen’”. Vertellen is niet alleen een zaak van taal en structuur of dramatische ontwikkeling, maar vooral van inhoud en de kracht om te raken. “Wat” willen we vertellen –zodat het publiek iets interessants of origineels voelt, ziet en hoort-, “waarom” –zodat het publiek er ook iets aan heeft- en “hoe”, zodat het ook nog een beetje boeiend blijft?
Gezien in de beursschouwburg 20 mei 2007, in het kader van KUNSTENFESTIVALDESARTS www.kfda.be
Regie: Eszter Salamon
Met Aude Lachaise, Eszter Salamon, Bojana Cvejić
Concept & dramaturgie: Eszter Salamon/Bojana Cvejić
Camera & montage: Minze Tummescheit
Assistentie montage: Arne Hector
Lichtontwerp: Sylvie Garot
Geluid & Muziek: Peter Lenaerts/Pete Connelly
Muziek: Peter Lenaerts/‘aisikl
gloomy Sunday
Drums: Teun Verbruggen
Gitaar: Youri Van Uffelen
Bass: Bert Lenaerts
Bariton Gitaar: Peter Lenaerts
water accident
Drums: Ephraim Cielen
Gitaar: Youri Van Uffelen
Bariton Gitaar: Peter Lenaerts
Podiumassistente: Marie-Marine Pouderoux
Productie & organisatie: Alexandra Wellensiek & Barbara Greiner
Team Budapest:
Productieleiding: Klára Kunsági, Zoltán Imely,
Make up: Bea Téren, Julianna Kollàr
Medewerker techniek: Imre Tajti
Rekwisieten: Attila Feherhegyi
Onderzoek: Cécile Buclin, Simone Pallechi
Franse vertaling: Céline Schwaller
Presentatie: Beursschouwburg, Kunstenfestivaldesarts
Coproductie: Festival d'Automne (Parijs), Les Spectacles Vivants-Centre Pompidou (Parijs), Les Subsistances-Résidence (Lyon), Pact Zollverein-Choreographisches Zentrum (Essen), Kunstenfestivaldesarts (Brussel), Centre National de la Danse (Parijs), TanzQuartier (Wenen)
Steun: Botschaft (Berlin), Centre Chorégraphique de Montpellier Languedoc-Roussillon, Hauptstadtkulturfonds (Berlin), Hebbel-am-Ufer (Berlin) en Flórián Mühely - Mozgó Ház Alapítvány (Budapest)
En ook met de steun van IDEE, Cultural programme 2000 of the European Union







