De tijd dat zijn boeken enkel onder de toonbank verkrijgbaar
waren ligt dus nog niet zover achter ons. Hierdoor is het des te opvallend te
merken dat Sade tegenwoordig op één lijn gezet wordt met Gustave Flaubert en
Pascal, dat hij gezien wordt als de onmiskenbare voorloper van grote geesten als
Nietzsche en Freud en dat zijn meest beruchte boeken sinds kort in Frankrijk
zijn opgenomen in de prestigieuze ‘Bibliothèque de la Pléiade’, bedoeld voor de
grootste Franse schrijvers (en - ironisch genoeg - gedrukt op dundrukpapier, ook
wel Bijbelpapier genoemd).
Voor veel mensen is het heel duidelijk waarom Sade al die tijd
verboden lectuur was: wie er een willekeurige bladzijde uit bijvoorbeeld
De 120 dagen van Sodom op naslaat zal al snel besluiten dat de
Hitler’s fantasieën, op het vlak van gruwelijkheid, een puntje konden zuigen aan
die van Sade. Een ander veelgebruikt argument om Sades oeuvre en hemzelf naar
een duistere, nauwelijks bekende uithoek van de wereldgeschiedenis te verbannen
is zijn persoonlijke achtergrond. De redenering dat een man die dergelijke,
onmenselijk brutale literatuur produceerde zelf wel een monster moest zijn is
snel gemaakt. Het feit dat Sade vierenzeventig jaar leefde en er daarvan
zevenentwintig in de gevangenis doorbracht zegt voor velen genoeg.
Zoals nu al jarenlang tot treurenstoe verondersteld wordt dat
de media een negatieve invloed uitoefenen op het publiek, zo kan je ook Sade
zien als een medium dat zou aanzetten tot sodomie, godslastering, moord en een
libertijnse levenswijze, en op basis van deze veronderstelling dus als een
medium dat men het beste aan banden legt.
Maar waar stond Sade nu eigenlijk voor, wat was zijn zo
gevreesde levensfilosofie?
Sades Anti-moraal
Een brief uit de gevangenis:
Zijn vrouw probeerde Sade duidelijk te maken dat hij vanwege zijn denkwijze
zo lang wordt vastgehouden, zijn repliek:
"Wat kan mij dat schelen ? Mijn denkwijze is de vrucht van
mijn overpeinzingen, ze hangt samen met mijn leven, mijn
persoonlijkheidsstructuur. Ik heb het niet in mijn macht hierin verandering te
brengen. Ik verklaar openlijk dat er met mij niet over vrijheid te praten valt
als ik die terugkrijg op voorwaarde dat ik mijn principes opgeef"
Als iemand oppervlakkig een boek van de Sade leest zal hij/zij
snel besluiten dat de schrijver een zwaar sexueel gefrustreerd persoon moet zijn
geweest die enkel boeken schreef om zijn perverse opwinding te kunnen botvieren.
Het feit dat zijn magnum opus De 120 dagen van Sodom geschreven werd in
een armoedige cel in het Bastille zet deze conclusie alleen maar kracht bij.
Maar Sades boeken kunnen ook op een andere manier gelezen
worden, namelijk als illustraties van zijn denkwijze, zijn filosofie. Het was
Sades bedoeling om alle gedachten, hoe gruwelijk ook, neer te schrijven die het
christendom en de heersende moraal verbieden. Het bestaan van een god is voor
hem ondenkbaar, net als elke onderwerping aan regels. Hij was een libertijn en
atheïst in hart en nieren.
Het enige wat, volgens Sade, de mens verplichtingen en
beperkingen kan opleggen is de natuur. Alles wat mogelijk is binnen de natuur is
daarom toegelaten. Iedereen mag doen wat hij of zij wil, iedereen mag alle
middelen gebruiken om zich uit te leven. "De moraal is een conventie die niet
verschilt van de misdaad".
"De ware moraal, mijn vriend, zou niet
kunnen afwijken van de natuur; alleen in de natuur ligt het beginsel van onze
ethische voorschriften en omdat de natuur ons al onze misslagen inblaast, kan
niets immoreel zijn." (Uit ‘De Nieuwe Justine’, deel III)
Sade gelooft ook niet in de toekomst en hij zou het liefst van
al de hele mensheid tenonder zien gaan. De mens is niets meer waard dan het
eerste beste dier in de natuur: "De mens is een absolute eenzame, een wilde,
een verscheurend dier. Het is geen goede wilde. Zijn doel is anderen gebruiken
en misbruiken. Het is een totaal egoïstisch wezen, het leeft uitsluitend om te
genieten"(uit Het Sadistisch universum van W.F. Hermans).
Om als mens volledig natuurlijk te kunnen leven is het volgens
Sade nodig zich af te zetten tegen alle (christelijke) vooroordelen. Zolang de
mens beperkt wordt door zijn geloof in een god is rationeel denken op grote
schaal uitgesloten. Volgens Sade leidt deugdzaamheid, in de betekenis van het
strikt naleven van de christelijke beginselen, enkel tot een miserabel leven.
Een mooi voorbeeld hiervan is het verhaal van de twee vrouwen, Juliette, de
meedogenloze hoer die het van niets schopt tot een vrouw van adel (De
voorspoed van de ondeugd) en haar brave, gelovige, jonge zusje Justine, die
omdat ze niets wil ondernemen dat ook maar enigszins strookt met haar geloof,
van de ene tegenslag in de andere belandt (De tegenspoed der
deugdzaamheid). Uiteindelijk wordt Justine gedood door een bliksemschicht,
waarna een ze nog laatste keer vreselijk misbruikt wordt door haar belagers,
waaronder haar eigen zus.
In een zeker opzicht drukt Sade in zijn boeken de lezer met
zijn neus op de harde feiten om zijn filosofie kracht bij te zetten. Hij
portretteert hertogen, kardinalen en zelfs de paus net zoals alle andere op
harde sex beluste libertijnen en laat hen zich met geweld in wilde orgieën
storten en moorden begaan, zonder dat zij een vervolging moeten vrezen. Hiermee
wou hij onder andere aantonen dat moet nagedacht worden over de onvoorstelbare
macht die de clerus zich door de eeuwen heen heeft toegeëigend, een macht die ze
rationeel gezien helemaal niet verdient, want "het zijn beesten zoals alle
andere mensen".
Dat onverdiende machtsverwerving en –misbruik op basis van
geloof zelfs nu nog blijft bestaan weerspiegelt zich niet alleen in het aantal
parlementszetels voor christelijke partijen, maar bijvoorbeeld ook in een bezoek
van de paus aan een Afrikaans land waar AIDS stelselmatig de bevolking aan het
uitdunnen is en waar die paus doodleuk zegt het gebruik van een condoom wordt
verboden door de Kerk. Een uitspraak als deze kan alleen al honderden levens
gekost hebben, zonder dat de paus moet vrezen voor een veroordeling wegens
massamoord.
Het is moeilijk om Sades anti-moraal nu te verbinden met
bekende stromingen in de ethiek of moraal-filosofie. Ik zie gelijkenissen met
onder andere het Hedonisme (het hoogste goed is plezier, genot ; de
hedonist moet kiezen tussen het langst durende of het meest intense genot) en in
mindere mate het Stoïcisme (alleen in de natuur heerst orde en rede, enkel
degene die in harmonie leeft met de natuur kan goed zijn ; dit laatste
lijkt niet echt in overeenstemming met Sades gedachten, latere omschrijvingen
als ‘onverstoorbaarheid in pijn, leed en moeilijkheden' lijkt dan weer meer van
toepassing).
Tenslotte leunt Sade sterk aan bij het Nihilisme, namelijk
"de leer die de mogelijkheid om te komen tot een stellige overtuiging of
grondwaarheden op ethisch, wijsgerig of sociaal gebied ontkent" (uit de Van
Dale).
Voor Sade zou de bestaande moraal enkel noodzakelijk zijn om ze
met de voeten te kunnen treden. Het doel van een moraal is normaal gezien "de
mens bewerken door naleving van bepaalde beginselen". Het doel van Sades
Anti-moraal is de mensheid herleiden tot het nulpunt.
Maar, de ultieme erkenning van Sades filosofie komt uit een wel
erg onverwachte hoek, namelijk die van de bijbel. Het was filmmaker en Sade-fan
Luis Buñuel die in zijn biografie 'Mijn laatste snik' een bijbelpassage
aanhaalde die, mits een kleine aanpassing, kan beschouwd worden als de
basisfilosofie van de levensgenietende atheïst. Het enige wat je moet doen is de
eerste regel tussen haakjes zetten of ze gewoon wegvegen. Of zoals Buñuel stelt:
"er hoeft geen woord veranderd te worden aan deze verre belijdenis van atheïsme.
Het is net alsof je het mooiste stuk uit het werk van de 'goddelijke markies'
hoort."
"(Want de goddelozen hebben in zichzelf gezegd, in de dwaling
van hun redenering:)
De tijd van ons leven is kort en vol ellende ; er bestaat
geen geneesmiddel tegen de dood, en nooit heeft men iemand gekend die uit zijn
graf is weergekeerd.
Want we worden op goed geluk geboren, en daarna zal het zijn
alsof we er niet zijn geweest, omdat de adem uit onze neusgaten slechts een damp
is, en ons woord is als een vluchtige vonk die opstijgt uit ons hart.
Als deze is gedoofd zal ons lichaam as worden, en de geest
vervliegt als ijle lucht.
En onze naam zal mettertijd worden vergeten, en niemand zal nog
weten van onze daden, en ons leven zal voorbijgaan als het spoor van een wolk en
zich oplossen, als nevel verjaagd door de zonnestralen, en geveld door hun
warmte.
Want onze tijd is als een schaduw die voorbijgaat, en we kunnen
onze voet niet terugtrekken uit ons einde, want dat is verzegeld, en niemand
keert ervan terug.
Kom dus, en laat ons onthalen op de goederen die we hebben.
Laat ons ijlings gebruik maken van wat geschapen is en van onze jeugd.
Laten we ons verzadigen aan de beste wijn en aan reukwaren, en
laat ons ervoor zorgen dat de bloem van het seizoen ons niet ontgaat.
Laat ons gekroond worden met rozeknoppen voordat ze
verwelken.
Laat er onder ons niemand zijn die geen deel heeft aan onze
losbandigheden; we moeten overal tekenen van genot achterlaten, want dat is ons
rantsoen en ons erfdeel." (Uit de bijbel – het boek der wijsheid, II,
1-7)
Prijs de fuckin' bijbel!
Geraadpleegde boeken :
D.A.F. De SADE
Justine of de tegenspoed der deugdzaamheid
Juliette of de voorspoed van de ondeugd
De 12O dagen van Sodom of de school der losbandigheid
Slaapkamergesprekken
Brieven uit
de gevangenis
Andere auteurs
Markies de Sade in levenden lijve-2 delen (Jean-Jacques Pauvert)
Markies de Sade, de definitieve biografie (Donald Thomas)
Het Sadistisch universum (Willem Frederik Hermans)
Ontbinding en protest, van
marquis de Sade tot Sartre (I. Flam)






