Het leek er bij momenten op dat er in het beurscafé een nieuw hoofdstuk in de poëziegeschiedenis werd begonnen. Poëzie herdefinieerde zichzelf als een nieuwe, jonge kunsttak die voorbij de ooglappen van het eigen verdriet durft kijken en ongedwongen flirt met alle conventies. Ook kruisbestuivingen met andere takken in de woordkunst leken geen probleem voor de finalisten. Dit zorgde voor een dynamische en gevarieerde avond waarin plaats was voor de brute comedy-poetry van Sammy Deburggraeve, maar evengoed voor het meer intieme werk van Peter Kluppels tot en met de haast louter politieke aanklachten van Lady N. Slam-poetry heeft, net als België, een toekomst. Zoveel is zeker.
Revolutionair
Of iemand als Dyab Abou Jahjah nog een toekomst wacht in dat België is niet zo zeker. De man die in de ogen van menig politicus een baarlijke duivel is, werd in het kaaitheater samen met de Nederlandse schrijver Abdel Kader Benali geïnterviewd door Mark Schaevers. Zowel Jahjah als Benali bevonden zich vorige zomer in Libanon op het moment dat het door de Israëli’s werd gebombardeerd. Maar dat is ook zowat het enige dat beide mannen met elkaar gemeen hebben. Benali verbleef in Libanon om er Arabisch te studeren, maar kon er niet meer weg nadat de luchthaven van Beiroet was gebombardeerd. Jahjah daarentegen vertrok naar het land waaruit iedereen wegvluchtte. Naar eigen zeggen omdat hij niet langer machteloos kon toezien hoe zijn volk (Jahjah is van oorsprong Libanees) werd bestookt door Israëlische raketten. Dé vraag is natuurlijk wat Jahjah gedaan heeft in Libanon. Heeft hij louter humanitaire hulp geboden of heeft hij daadwerkelijk de wapens opgenomen tegen Israël? Jahjah weigerde op die vraag in te gaan, maar zijn glimlach sprak boekdelen.
Hoewel Mark Schaevers probeerde om de beide oorlogsgetuigen evenveel aan bod te laten komen, was het algauw Jahjah die een monoloog opvoerde en de licht stotterende Benali zodoende de mond snoerde. Jahjah heeft een missie en we zullen het geweten hebben. Hij nam geen blad voor de mond en trok hard van leer tegen de usual suspects: Amerika, de Joden en het neoliberalisme. Vanuit het publiek, waartussen ook ene Tom Lanoye zat, rees bij momenten een gelach op dat eerder een teken van ongemak was dan van plezier. Want Jahjah boezemt angst in. Zijn retoriek is er één die wij niet meer kennen: strijdvaardig, radicaal en revolutionair. Vermoedelijk was het ook daarom dat er een niet al te subtiel opgestelde politiecombi voor de ingang van het Kaaitheater stond
L’histoire se répète?
Volgens Jahjah is het onderbuikgevoel van Europa dermate racistisch dat een nieuwe holocaust niet valt uit te sluiten. Het is een these die velen weglachen of al te eenzijdig vinden. Toch was het opmerkelijk dat Jahjah niet de enige was die daar van uitging op het Groot Beschrijf. Ook Paul Verhaeghen, auteur van het magistrale Omega Minor, uitte zijn bezorgdheid omtrent de oprukkende verrechtsing in het Westen. In het gesprek met Christoph Buchwald en Tanja Dückers wees hij erop dat hij soms opvallende parallellen opmerkt tussen de jaren dertig van vorige eeuw en deze eeuw. Vooral in Amerika, waar Verhaeghen momenteel woont, ziet hij de eerste symptomen van een nieuw fascisme opduiken: mediacontrole en manipulatie, een burgerrechtenbeweging waarvan de stem alsmaar zwakker klinkt en buitenwettelijke rechtbanken. Verhaeghen kon daarbij, in tegenstelling tot Jahjah niet verweten worden dat hij in het ijle praat. Voor zijn Omega Minor heeft hij immers heel wat opzoekingwerk verricht over het oprukkende fascisme in het Duistland van de jaren dertig.
Hoewel, het blijft natuurlijk een boutade om te zeggen dat de geschiedenis zich herhaalt. Maar zover ging Verhaeghen niet. Christoph Buchwald verviel echter wel in boutades. Hij stelde meermaals de vraag aan Verhaeghen hoe een kunstwerk de essentie van een tijd kan vatten. Op zich een vrij dubieuze vraag natuurlijk. Vreemd genoeg kwam het noch bij Verhaeghen noch bij Buchenwald op dat de essentie net achteraf gevormd wordt: door een tijdperk te verdichten tot een kunstwerk dat op zijn beurt representatief geacht wordt voor een bepaalde tijd. Het was enkel Dückers die zich sceptisch uitliet over het vatten van een essentie. Zij wou tegenover het essentiedenken een persoonlijk verhaal vertellen en op die manier een waarheid van een bepaald tijdperk vatten zonder die dé waarheid te hoeven noemen.
Ze zeggen soms dat honden op hun baasjes gelijken. Wanneer ik de nogal gezette A.F.Th. zag, had ik het gevoel dat er een zelfde gelijkenis bestaat tussen boeken en hun schrijvers. Het schervengericht telt 1051 bladzijden en heeft de allure van een baksteen. Ook het verhaal dat in Het schervengericht te lezen valt is groots en episch: een fictieve ontmoeting tussen Roman Polanski en Charles Manson in een Californische gevangenis. Maar Het schervengericht is ook meer dan dat volgens A.F.Th. Het verwijst ook naar het einde van een tijdperk. Charles Manson symboliseert het failliet van de love generation. Het is de hippie die zich ontpopt tot een sektarische psychopaat. Hij symboliseert de these en de antithese die in één zelfde mens kunnen aanwezig zijn. Inderdaad: de Homo Duplex.
A.F.Th. is een schrijver zoals je ze niet veel meer aantreft. Hij vertegenwoordigt een traditie waarvan de gloriedagen achter ons liggen. De grootsheid van zijn cycli, de oerthema’s, de inspiratie uit Griekse tragedies: het doet allemaal vrij negentiende-eeuws aan. In het gesprek met Jeroen Overstijns leek het soms alsof A.F.Th. dreigde te verdrinken in zijn eigen literaire ambities. Hij zal in ieder geval een lang leven nodig hebben als hij zijn vooropgestelde doelstellingen wil bereiken.
Reisleidster Saskia
Het Groot Beschrijf hield zich niet beperkt tot de voornaamste Brusselse cultuurcentra. Er waren ook alternatieve formules. Een voorbeeld daarvan waren de literatuurtours: bekende en minder bekende schrijvers en schrijfsters gidsten het publiek door de hoofdstad op een literair verantwoorde wijze. Onder de gidsen was ook ene Saskia De Coster. Het leek me wel een fijn idee om gegidst te worden door de onbetwistbare babe der Vlaamse Letteren. Helaas, mijn hoop op een romantische lentewandeling met la Saskia smolt als sneeuw voor de genadeloos schijnende zon toen ik de ronkende bus zag die me stond op te wachten in de Dansaertstraat. Tot overmaat van ramp liet de airco het afweten in de bus. En dat kwam de sfeer niet bepaald ten goede.
Het concept leek leuk: een schrijfster die vooraan de bus voorleest uit haar nieuwste roman terwijl de bus zigzagt tussen de heksenketel van het Brusselse verkeer. Maar het werkte gewoon niet. Naast de genadeloos hoge temperatuur in de bus, werd de stem van Saskia de Coster voortdurend overstemd door de luid brullende motor van de bus. Een lichte irritatie maakt zich meester van publiek en auteur. Ik besloot het luisteren op te geven daar er toch nauwelijks iets te horen viel.
Ik keek door het busraam naar buiten en voor mijn ogen ontrolde de Anspachlaan zich als een eindeloze catwalk van kleuren. Terrassen bulkten uit van zonnedronken volk. Op de trappen van de Beurs zat een vrolijke menigte die het wervelende verkeer voor hen gadesloeg. In de Dansaertstraat zweefden ballonnen van Passa Porta tussen conversaties die gevoerd werden in naamloze talen. Het is een ander Brussel dan dat van misdaadstatistieken en onheilsberichten. Het is Brussel zoals het altijd is geweest: gastvrij en kosmopolitisch. Het waren die kwaliteiten die tijdens het Passa Porta festival ten volle uitgebuit werden.
Gezien op 22 april. www.passaporta.be







